31 maart

Zijn in maart de wolken groots en wijd, in mei is het dan het gewas dat goed gedijt. Als in maart de muggen dansen, sterven de schapen. Een droge maartewind, maakt de boer goed gezind.

30 maart

Maartse zon en aprilse wind, bederven menig schoon kind (Dan krijgen kinderen sproeten). 2. Maart guur, volle schuur. 3. Vochtige maart, de boeren zorgen baart. 4. Als maart niet gaart, april niet wil, doet mei het voor allebei.

29 Maart

Wie zichzelve bemint, wacht zich voor maartse en aprilse wind. 2. Maart wind en april regen, beloven de boer veel zegen. 3. Op Sint Jonas (29 maart), komt dikwijls vuur van pas. 4. Kom ik door Maartje, leef ik nog een jaartje, zei de vent, en hij stierf op de 1ste (april).

28 maart

De eerste donder in maart, pakt de elft bij zijn staart.(Elft is een zeevis die voor het paaien de rivier optrekt). 2. Brengt maart storm en wind, de sikkel is de boer goed gezind. 3. ’t Is in het begin of in het end, dat maart ons zijn gaven wendt. 4. Smoor te maarte, is… Lees verder 28 maart

27 maart

Zoveel nevel in maart, zoveel regen na Pasen. 2. Is op Sint Rupert (27 maart) de hemel rein, dan zal hij ’t ook in juli zijn. 3. Maart pakt ze bij de staart, april bij de bil.       4. Is het op Sint Rupert (27 maart) helder en rein, zo zal het in… Lees verder 27 maart

26 maart

Oktober weer komt in maart terug. 2. Maart met een lange staart, brengt later spek en pens aan de haard. 3. Voor oude lieden heeft maart, kwaad in hare staart.   4. Wie grote bonen wil eten, moet de maart niet vergeten.    

25 maart

1. Onze Lieve Vrouwe (25 maart) roept de zwaluwen, en stuurt ze ook weer terug (8 september Maria geboorte). 2. Als Maria Boodschap (25 maart) voor zonsondergang helder is, komt er een vruchtbaar jaar. 3. Sint Michiel (29 september) steekt het licht aan, Maria boodschap (25 maart) blaast het uit. (Het wordt ’s avonds al… Lees verder 25 maart

24 maart

1. Mist in maart, is water of vorst in mei. 2. Maart droog, mei nat, veel hooi en zaad zat. 3. Stof in maart is goud waard. 4. De maartse maan, brengt kwaad weer aan.

23 maart

Maart geeft doorgaans 12 zomerse dagen, april staat er borg voor. 2. Maart droog en april nat, geeft veel koren in het vat. 3. Maart koel en nat, veel koren in het vat. 4. Unne dreuge mert, is goud wert.

22 maart

1. Maart houdt de ploeg bij de staart, april houdt ze weer stil. 2. Een droge maart en natte april, is alle boeren schuren vol. 3. Muggendans in maart, voorspelt sterfte onder de schapen. 4. Maartse regen, brengt zomerzegen.