- Is het koud en bloeit de meidoorn, veel van haar pracht gaat verloor’n.

– ‘Als het koud is wanneer de meidoorn bloeit’,
dan ‘gaat een deel van de bloesempracht verloren’.
– Met andere woorden:
– kou tijdens de bloei kan de bloesems beschadigen;
– vooral ‘late voorjaarskou’ of ‘nachtvorst’ is schadelijk;
– daardoor kan de struik minder mooi bloeien en soms ook minder vrucht dragen.
Eenvoudig gezegd:
🌸 ‘Koude tijdens de bloei = bloesemschade’.
🌿 Waarom juist de meidoorn?
De “meidoorn” bloeit meestal in ‘het voorjaar, vaak in mei’.
Die periode valt samen met een tijd waarin het weer al zacht kan zijn, maar er soms nog:
– koude nachten,
– gure wind,
– of zelfs ‘late vorst’
voorkomen.
Omdat bloesems kwetsbaar zijn, zagen mensen in het verleden dat kou de bloei kon aantasten. Daaruit ontstond deze spreuk.
🧭 Oorsprong: Deze spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ of ‘weerfolklore’ van het Nederlandse taalgebied.
– ze is waarschijnlijk ontstaan in een ‘landelijke, agrarische omgeving’;
– mensen baseerden zich op ‘waarnemingen in de natuur’;
– zulke spreuken werden ‘mondeling doorgegeven’;
– ze komen vaak voor in:
– boerenkalenders,
– almanakken,
– volkskundige verzamelingen.
Achterliggende gedachte:
De spreuk is een voorbeeld van hoe men vroeger het weer probeerde te “lezen” via planten en seizoensverschijnselen. De bloei van de meidoorn was daarbij een herkenbaar ijkpunt in het voorjaar.
✍️ Auteur: 👤 ‘Geen bekende individuele auteur’.
Het is vrijwel zeker een ‘anonieme volksuitspraak’.
💡 Kleine taalkundige noot:
“verloor’n” is een verkorte, rijmende vorm van ‘verloren’.
Dat komt vaak voor in oude spreuken om het ritme en rijm mooier te maken.
2. Meimaand trekt men schapen door de vaart, dan blijven ze voor schurft bewaard.

– In de ‘maand mei’ werden schapen traditioneel ‘door het water geleid of gewassen’.
– Men dacht dat dit hielp om ze te ‘beschermen tegen schurft’ en andere huidproblemen.
– Het is dus een ‘boerenwijsheid’ over ‘vee verzorging’, meer dan een echte voorspelling van het weer.
Eenvoudig gezegd:
👉 ‘Als je schapen in mei wast, blijven ze gezonder.’
🌿 Oorsprong: De oorsprong ligt in de ‘oude landbouw- en herderstraditie’ in de Lage Landen.
– “De vaart” betekent hier: een ‘sloot, kanaal of watergang’.
– Schapen werden vroeger soms ‘gewassen in open water’:
– om vuil uit de wol te halen,
– als voorbereiding op het ‘scheren’,
– en om huidparasieten of huidziekten te helpen voorkomen.
– ‘Schurft’ is een besmettelijke huidaandoening bij schapen, vaak veroorzaakt door ‘mijten’.
Waarom juist mei?
– Mei was een geschikte periode omdat:
– het ‘weer zachter’ werd,
– de schapen na de winter naar buiten gingen,
– en het moment van ‘scheren’ naderde.
Dus deze spreuk komt waarschijnlijk voort uit ‘praktische ervaring van boeren en schaapherders’.
✍️ Auteur: Deze spreuk heeft ‘geen bekende individuele auteur’.
– Het is een ‘volkswijsheid / volksspreuk’.
– Zulke spreuken zijn meestal:
– ‘mondeling overgeleverd’,
– ontstaan uit ‘ervaring en traditie’,
– en pas later opgeschreven in verzamelingen van spreekwoorden en weerspreuken.
– Het lijkt op een weerspreuk omdat het aan een ‘maand’ is gekoppeld. Maar inhoudelijk is het eerder een:
– ‘boerenspreuk’,
– ‘landbouwkundige raad’,
– of ‘veehouderijwijsheid’.
3. Meiregen, meizegen.

– ‘Regen in de maand mei is gunstig’
– Vooral voor:
– 🌾 gewassen
– 🌱 jonge aanplant
– 🌿 grasgroei
– 🍎 landbouw en fruitteelt
Met andere woorden: ‘regen in mei wordt gezien als een zegen’ voor de natuur en de oogst.
🧾 Taalkundige uitleg: De spreuk is een ‘woordspel / klankspel’:
– “meiregen” = regen in mei
– “meizegen” = zegen in mei, of: mei brengt zegen
Het tweede deel is geen alledaags modern woord, maar een dichterlijke/spreukmatige vorm die rijmt en allitereert met “meiregen”. 🌱 Oorsprong: Deze spreuk komt uit de ‘volkswijsheid van de landbouwsamenleving’. Waarschijnlijk ontstaan uit:
– eeuwenlange observatie van boeren
– het belang van voorjaarsregen voor de groei
– mondeling overgeleverde weerspreuken
In mei hebben planten vaak veel vocht nodig om goed door te groeien. Daarom ontstonden in heel het Nederlandse taalgebied spreuken die mei-regen positief waarderen.
Verwante spreuken:
– “Een natte mei geeft boter in de wei.”
– “Meiregen op het zaad, is goud waard.”
– “Meiregen brengt zegen.”
👤 Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
– Het gaat om een ‘volksspreuk’
– Zulke weerspreuken zijn meestal:
– anoniem
– oud
– mondeling verspreid
– later pas opgeschreven
4. Een frisse winderige mei, maakt het jaar vruchtbaar.

– Dat een ‘koele, frisse en wat winderige maand mei’ gunstig zou zijn voor
– de ‘groei van gewassen’
– de ‘bloei van planten’
– en uiteindelijk een ‘goede oogst’
– met andere woorden: zo’n mei zou zorgen voor een ‘vruchtbaar jaar’.
🌱 Waarom dacht men dat?
In de traditionele landbouw zag men een frisse, winderige mei vaak als positief omdat:
– ’te warme mei’ planten soms te snel laat doorgroeien
– ‘wind’ helpt om vochtige lucht te verplaatsen en kan ziekten beperken
– een ‘gematigde lente’ gunstig kan zijn voor akkers, graslanden en fruitbloesem
Het is dus een vorm van ‘volkswijsheid’, gebaseerd op ervaring van boeren.
🏛️ Oorsprong: Een ‘oude Nederlandse/Vlaamse weerspreuk’ uit de ‘volkstraditie’. Kenmerken van de oorsprong:
– afkomstig uit de ‘agrarische samenleving’
– mondeling doorgegeven van generatie op generatie
– waarschijnlijk ontstaan uit ‘boerenervaringen met seizoenen en oogsten’
– behoort tot dezelfde traditie als andere spreuken over
– maart
– april
– mei
– oogst en vruchtbaarheid
Er bestaan vaak ook ‘licht afwijkende varianten’ van zulke weerspreuken.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
– de spreuk is ‘anoniem’
– ze komt uit de ‘volksmond’
– het is dus geen citaat van een specifieke schrijver, dichter of wetenschapper.
5. Donder in de mei, en april is weer voorbij.

– ‘Als het in mei al onweert’, dan is het typische ‘grillige aprilweer echt voorbij’.
– “April” staat in de volksmond voor:
– wisselvallig weer
– buien, wind, kou en onverwachte omslagen
– “Mei” wordt gezien als de overgang naar:
– zachter weer
– meer warmte
– een nieuw groeiseizoen 🌱
Eenvoudig gezegd:
> ‘Onweer in mei is een teken dat de lente een nieuwe fase ingaat en dat het “aprilachtige” weer achter ons ligt.’
🏛️ Oorsprong: Waarschijnlijk in de ‘oude Nederlandse volkscultuur’ en ‘agrarische weerspreuken’. Kenmerken van zulke spreuken:
– Ze zijn ontstaan in een tijd waarin mensen sterk afhankelijk waren van het weer, vooral:
– boeren
– tuinders
– vissers
– Ze werden ‘mondeling doorgegeven’
– Ze zijn vaak:
– ritmisch
– rijmend
– makkelijk te onthouden
Culturele achtergrond:
In de Lage Landen bestond lang een traditie van:
– kalenderwijsheden
– weerspreuken per maand
– uitspraken die de overgang tussen seizoenen beschrijven
Deze spreuk past daar goed in, omdat ze:
– “april” afbeeldt als grillig en onstuimig
– “mei” neerzet als het begin van stabieler en groeizamer weer
✍️ Auteur: ‘Er is geen bekende individuele auteur.’
Waarschijnlijk is deze spreuk:
– ‘anoniem’
– afkomstig uit de ‘volksmond’
– onderdeel van de ‘mondelinge overlevering’
Dat is heel gebruikelijk bij weerspreuken. Ze hebben meestal:
– geen vastgestelde schrijver
– geen exact eerste publicatiepunt
– vaak meerdere varianten
🔎 Nog een nuance:
De formulering “en april is weer voorbij” klinkt een beetje als een woordspel of rijmende afsluiting. Mogelijk bedoelt men niet alleen letterlijk dat april voorbij is, maar vooral dat:
– het ‘karakter van april’ voorbij is
– het voorjaar in een ‘nieuw stadium’ komt
– de natuur zich van ‘wispelturig’ naar ‘groeizaam’ beweegt.
Maandspreuken mei:
6. Veel mensen worden gek in januari. Niet zoveel als in mei natuurlijk, en ook niet in juni.

De uitspraak is ‘geen letterlijk bedoeld gezegde’, maar een ‘ironische, licht wrange literaire observatie’ over menselijke ontregeling.
Mogelijke betekenislagen:
– 🌑 “Januari” geldt vaak als een moeilijke maand:
– donker
– koud
– na de feestdagen
– een gevoel van leegte of mislukte goede voornemens
– 🌱 De quote draait dat cliché om door te zeggen dat ‘mei en juni nog “erger” zijn’.
– 😏 Dat geeft de zin een ‘droogkomisch en absurd’ effect.
Kort samengevat: De strekking is ongeveer:
> ‘Mensen raken niet alleen in de winter uit balans; ook de lente en vroege zomer kunnen onrust, verwarring of “waanzin” meebrengen.’
In literaire zin zegt de quote dus iets over:
– seizoensgebonden stemming
– psychische kwetsbaarheid
– de onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag
📚 Oorsprong: De uitspraak is ‘geen traditioneel Nederlands gezegde’ en ook ‘geen oude volkswijsheid’.
Herkomst: Ze komt uit de roman:
– “Sarah Canary”
– 1991
– debuutroman van Karen Joy Fowler
Oorspronkelijke Engelse tekst:
> “Lots of people go mad in January. Not as many as in May, of course. Nor June. But January is your third most common month for madness.”
De Nederlandse versie is dus een ‘vertaling of verkorte weergave’ van deze passage.
👤 Auteur:
– Karen Joy Fowler
– Amerikaanse schrijfster
– bekend om haar intelligente, ironische en vaak licht vervreemdende stijl.
7. Hé bij, hier is mei! De lucht is fris en zonnig en de werk-bijen zijn druk bezig met het verzamelen van gouden honing.

De Nederlandse zin is een ‘poëtische vertaling/parafrase’ van een Engels lentevers en betekent ongeveer:
> ‘Mei is aangebroken; de lucht is helder en fris, en de bijen zijn ijverig bezig honing te verzamelen.’
Kernbetekenis:
– 🌞 “de lucht is fris en zonnig”: roept een gevoel op van lente, nieuw begin en levensvreugde
– 🐝 “de werk-bijen zijn druk bezig”: beeld van ijver, orde en natuurlijke bedrijvigheid
– 🍯 “gouden honing”: symbool van rijkdom, zoetheid en de vrucht van arbeid
Extra nuance: In het Engelse origineel staat:
> “Hebe’s here, May is here!”
Daarin verwijst “Hebe” naar de figuur uit de Griekse mythologie die met ‘jeugd en frisheid’ wordt geassocieerd. Dat versterkt het lentebeeld nog meer.
Oorsprong: Het is een ‘vertaling’ van de openingsregels van een kort, titelloos Engels gedicht. Oorspronkelijke beginregels:
> “Hebe’s here, May is here!
> The air is fresh and sunny;
> And the miser-bees are busy
> Hoarding golden honey.”
Wat dat betekent voor de herkomst:
– ❌ geen volkswijsheid of oud spreekwoord
– ✅ een ‘literair citaat’
– ✅ afkomstig uit een ‘kort Engelstalig gedicht zonder aparte titel’
– ✅ vaak aangeduid met de eerste regel: “Hebe’s here, May is here!”
De Nederlandse versie is dus een ‘vrije vertaling of parafrase’ van die openingsregels.
Auteur: ✍️ Thomas Bailey Aldrich (1836–1907):
– 🇺🇸 Amerikaans dichter, schrijver en redacteur
– bekend om:
– lyrische, elegante poëzie
– natuurbeschrijvingen
– korte seizoensverzen
8. Maar hoewel het de koudste mei is met de minste zon en de meeste buien, brengen wind en dauw, dag en nacht, de bloemen tevoorschijn.

De regels drukken uit dat ‘ook onder ongunstige omstandigheden iets moois kan ontstaan’. Letterlijke betekenis:
– Mei is niet altijd zacht en zonnig.
– Soms is het juist ‘koud, nat en somber’.
– Toch zorgen “wind, dauw, nacht en dag” ervoor dat de bloemen opkomen. Figuurlijke betekenis:
– ‘Groei vraagt niet alleen zonneschijn’, maar ook regen, kou en tijd.
– ‘Tegenslag sluit bloei niet uit’.
– Moeilijke omstandigheden kunnen juist deel zijn van een proces van ‘rijping, ontwikkeling en hoop’.
👉 Kernachtig: ‘zelfs een gure mei brengt bloemen voort’.
📚 Oorsprong: Dit is ‘geen traditioneel Nederlands gezegde’, maar een ‘vertaald of geparafraseerd poëtisch citaat’.
Exacte bron: De regels komen uit een ‘kort, ongetiteld gedichtje’ in:
– “Sing-Song: A Nursery Rhyme Book”
– jaar: 1872
– gedicht nr.: 17
– beginregel: “There is but one May in the year”
Volledige Engelse tekst:
> There is but one May in the year,
> And sometimes May is wet and cold;
> There is but one May in the year
> Before the year grows old.
> Yet though it be the chilliest May,
> With least of sun and most of showers,
> Its wind and dew, its night and day,
> Bring up the flowers.
Over de Nederlandse formulering. De zin:
> “Maar hoewel het de koudste mei is met de minste zon en de meeste buien, brengen wind en dauw, dag en nacht, de bloemen tevoorschijn.”
is dus het best te begrijpen als:
– een ‘Nederlandse vertaling’, of
– een ‘vrije parafrase’
van de laatste regels van dit gedicht.
✍️ Auteur: Christina Georgina Rossetti (1830–1894)
– Engelse dichteres uit de victoriaanse tijd
– bekend om haar ‘lyrische, religieuze en natuurgevoelige poëzie’
– auteur van onder meer “Sing-Song”, een bundel met kinderliedjes, rijmpjes en seizoensgedichten.