3 mei

  1. Jezus op heilig hout (3 mei kruisverheffing), heeft het nog wel eens koud.
Foto: Anastasiya Lobanovskaya. Betekenis 🌦️ 📖: ‘Rond de tijd van de kruisiging van Jezus’ — dus in de ‘Goede Week / rond Pasen’ — kan het ‘nog best koud zijn’. Meer algemeen zegt de spreuk: ‘De lente is nog niet betrouwbaar’, ‘een koudegolf in het voorjaar blijft mogelijk’. Letterlijk: “Jezus op heilig hout” = Jezus aan het kruis. “heilig hout” = het kruis. Figuurlijk: Ook al lijkt het voorjaar al begonnen, ‘echt zachte temperaturen zijn nog niet gegarandeerd’. 🕰️ Oorsprong: De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ en de ‘christelijke volkstaal’ in het Nederlandse taalgebied. Waarschijnlijk ontstaan uit: Katholieke beeldtaal, “heilig hout” is een oude, vrome aanduiding voor het kruis. ‘Boeren- en weerspreuken’, mensen koppelden het weer vaak aan ‘kerkelijke feestdagen’, ‘de paasperiode’. Pasen valt tussen ‘eind maart en eind april’, in die periode zijn ‘nachtvorst en kou’ nog heel normaal. Culturele context: Deze spreuk past vooral in een traditie van: ‘Brabantse, Limburgse en Vlaamse volksuitdrukkingen’, ‘religieuze taal’ die tegelijk ook praktisch was: Wanneer zaaien? Wanneer oppassen voor koude? Wanneer is de winter écht voorbij? ✍️ Auteur: ‘Geen bekende individuele auteur’. Deze spreuk is vrijwel zeker: ‘anoniem’, afkomstig uit de ‘mondelinge overlevering’, onderdeel van de ‘volkscultuur’, niet van één schrijver.

2. Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.

Foto: Pixabay 164504. Betekenis 📖 🌾 : ‘Wie op tijd zaait, heeft later meer kans op een goede oogst.’ Figuurlijk ook: Wie op het juiste moment werkt of investeert, plukt daar later de vruchten van, vooruitdenken loont. Het woord “niet bekaaid” betekent hier: Niet tekortgedaan, niet armzalig bedeeld, dus: ‘er later goed voorstaan’. 🌦️ Oorsprong:Deze uitspraak hoort bij de ’traditionele landbouw- en weerspreuken’ uit de Nederlandstalige volkscultuur. Waarschijnlijk ontstaan: In een tijd waarin boeren sterk afhankelijk waren van: de seizoenen, het weer, het juiste zaaimoment, als ‘praktische volkswijsheid’ over akkerbouw, vooral rond het zaaien van graan. Het is een ‘rijmende volksuitspraak’ of ‘boerenwijsheid.’ Zulke spreuken werden ‘mondeling doorgegeven’ en later soms opgenomen in: almanakken, boerenkalenders, spreukenverzamelingen. ✍️ Auteur: Voor deze weerspreuk is ‘geen specifieke auteur bekend’.

3. Wil maart reeds donder, dan is sneeuw in mei geen wonder.

Foto: Bruno Henrique. Betekenis 📖 🌦️ :  Als het in maart al onweert, dan kan het voorjaar nog ‘grillig en onstabiel’ verlopen, en is ‘kou of zelfs sneeuw in mei’ niet uitgesloten. Eenvoudig gezegd: 👉 Een vroege donder in maart zou wijzen op een wispelturige lente. Het is dus een waarschuwing dat ‘vroeg lenteweer nog geen garantie is voor een zachte rest van het voorjaar’. 🧭 Oorsprong: Deze spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ of ‘weersfolklore’: ontstaan in een tijd waarin mensen sterk afhankelijk waren van het weer voor landbouw en oogst, gebaseerd op ‘langdurige waarnemingen’, mondeling doorgegeven in het ‘Nederlands taalgebied’. Historische context: Boeren en plattelandsbewoners gebruikten zulke spreuken om:  het landbouwseizoen in te schatten, te bepalen wanneer men kon zaaien of planten, voorbereid te zijn op ‘late vorst’ of een koude terugval. Veel van dit soort spreuken combineren: een ‘waarneming in een vroege maand’, met een ‘voorspelling voor later in het seizoen’. ✍️ Auteur: De ‘auteur is onbekend’. Het gaat om een ‘volksspreuk’, niet om een citaat van één specifieke schrijver, zulke spreuken zijn meestal ‘anoniem’ en in de loop der tijd gegroeid. ‘Sneeuw in mei’ is in de Lage Landen zeldzaam, maar niet onmogelijk. Een ‘onstabiele overgang van winter naar lente’ kan nog late kou veroorzaken.

4. Aprilvlokjes geven meiklokjes.

Foto: Pixabay 33490. Betekenis 📖🌦️ : Letterlijk: sneeuwvlokjes of hagel in april zouden zorgen voor “meiklokjes” in mei. “Meiklokjes” verwijst meestal naar:
lelietje-van-dalen (Convallaria majalis), een typische voorjaarsbloem van mei, of algemener: ‘rijke voorjaarsbloei.’ Figuurlijk: een frisse, wisselvallige april is vaak geen slecht teken, maar kan juist een mooie en vruchtbare lente voorafgaan. 🌱 In gewone taal: Een koud of guur aprilweer kan leiden tot een mooie bloei in mei. Dat past in de bredere volkswijsheid dat april grillig mag zijn, zolang de natuur daarna goed op gang komt.🏺 Oorsprong: Deze spreuk behoort tot de ‘volksweerkunde’ / ‘volkswijsheid’ in het Nederlandse taalgebied. Ze lijkt vooral thuis te horen in een ‘Vlaams/Nederlands spreekwoordelijk repertoire’ van seizoens- en weerspreuken. Het is waarschijnlijk een ‘oude mondeling overgeleverde weerspreuk’, geen moderne literaire vondst. De beeldspraak is typisch: “aprilvlokjes” = late sneeuw of koude neerslag in april, “meiklokjes” = tere witte lentebloemetjes in mei. ✍️ Auteur: ‘Er is geen bekende individuele auteur.’ De spreuk geldt als ‘anonieme volkswijsheid’. Zoals bij veel weerspreuken is ze vermoedelijk ‘niet door één schrijver bedacht’, maar in de loop van de tijd in de volksmond ontstaan.

5. Veel onweer in mei, maakt de boeren blij.

Foto: Johannes Plenio. Betekenis 📖 🌦️:   “Onweer in mei” gaat vaak gepaard met: regen, warmte, vochtige lucht. Dat zijn omstandigheden die in het voorjaar vaak ‘gunstig zijn voor gewassen’. Boeren zouden daar dus “blij” van worden, omdat het de groei van: graan, gras, groenten, andere akkergewassen kan bevorderen. Kort samengevat: 👉 Veel onweer in mei = kans op een goede groei en dus een betere oogst. 🌱 Achterliggende gedachte: In de traditionele landbouw was mei een heel belangrijke maand: gewassen begonnen stevig te groeien, weilanden hadden water nodig, een droge mei kon schadelijk zijn, regen met zachte temperaturen was vaak welkom. Onweer bracht niet alleen neerslag, maar werd vroeger ook gezien als een teken van een ‘krachtig, vruchtbaar voorjaar’. Let op: als onweer té hevig is, met hagel of stormschade, kan het natuurlijk juist slecht zijn voor de landbouw. 🏛️ Oorsprong: Deze spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ of ‘weerfolklore’: ontstaan in een tijd waarin men het weer vooral via ‘ervaring en observatie’ probeerde te begrijpen, doorgegeven van generatie op generatie, gebaseerd op ‘praktische landbouwervaring’. Waarschijnlijk ontstaan in de ‘Nederlandse of Vlaamse plattelandscultuur’, in de periode waarin weerspreuken een belangrijke rol speelden in het dagelijks leven van boeren. Er is meestal ‘geen exact jaartal’ of eerste bron bekend voor zulke spreuken. ✍️ Auteur: De spreuk heeft ‘geen bekende individuele auteur. Het is een ‘anonieme volksspreuk’. Zulke weerspreuken zijn meestal: mondeling overgeleverd, later pas opgeschreven in verzamelingen van spreekwoorden en volkswijsheden.

6. Koele mei, goed geschrei.

Foto: Alexandra Iva. Betekenis 📖 🌦️ : Een koele maand mei zorgt voor gemopper of geklaag, “geschrei” betekent hier niet letterlijk huilen, maar eerder ‘geklaag, gejammer of gemor’. De gedachte is dus: als mei fris of koud blijft, dan klagen mensen omdat ze al ‘zachter lenteweer’ verwachten. 👉 In modern Nederlands kun je het parafraseren als: “Een koude mei levert veel gezeur op.” 🧭 Oorsprong: Waarschijnlijk een ‘volkse weerspreuk’. Deze formulering lijkt afkomstig uit de ‘mondelinge volkstraditie’. Veel weerspreuken zijn: regionaal, ‘anoniem’, in verschillende varianten overgeleverd. Belangrijke nuance: De exacte formulering “Koele mei, goed geschrei” is niet een van de bekendste klassieke Nederlandse weerspreuken. Daarom is het goed mogelijk dat het gaat om: een ‘regionale variant’, een ‘speelse of ironische vorm’, een latere bewerking van oudere meispreuken. Vergelijkbare, beter bekende spreuken zijn bijvoorbeeld: “Mei koel en nat, vult schuur en vat.”, “Een natte mei geeft boter in de wei.”, “Koele mei vult de schuur.” Die oudere spreuken hebben meestal een ‘agrarische betekenis’: koel of vochtig mei-weer zou gunstig kunnen zijn voor gras, gewassen of hooioogst. ✍️ Auteur: ‘Geen bekende individuele auteur’. Zoals bij de meeste weerspreuken is de auteur ‘waarschijnlijk onbekend’. Dit soort uitspraken behoren doorgaans tot de ‘anonieme volkswijsheid’. 👉 Dus: ‘geen vast aanwijsbare schrijver’, voor zover bekend.💡Opmerking: Er is een kans dat deze spreuk een ‘verbastering’ of ‘humoristische variant’ is van oudere landbouwspreuken over mei.

7. Mei, koel en wak, brengt veel koren in de zak.

Foto: depositphotos. Betekenis 📖 🌦️: Een koele en vochtige/zachte maand mei is gunstig voor de groei van graan. Daardoor verwacht men later een goede oogst: veel “koren in de zak”. Uitleg van de woorden: “koel” = niet te warm, “wak” = een oud woord voor zacht, vochtig, niet droog of schraal, “koren*” = graan, “in de zak” = geoogst en binnengehaald. 👉 De strekking is dus: Als mei niet te heet en wel voldoende vochtig is, groeit het graan goed. 🌾 Oorsprong: Deze spreuk komt uit de ‘oude landbouw- en volkswijsheid’ in het Nederlandse taalgebied. Ze ontstond in een tijd waarin boeren sterk afhankelijk waren van het weer. Zulke weerspreuken werden mondeling doorgegeven. De maand “mei” was cruciaal voor de ontwikkeling van gewassen, vooral graan. Een te droge of te warme mei kon schadelijk zijn, terwijl koelte en vocht de groei vaak bevorderden. Kortom: de spreuk is gebaseerd op ‘praktijkervaring van boeren’. ✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’. Dit is een ‘volksspreuk / weerspreuk’. Ze behoort tot de ‘anonieme orale traditie’. Zoals bij veel spreekwoorden en weerspreuken is de ‘auteur’ dus eigenlijk ‘het volk. 

8. De derde mei is een wolf, de zevende een slang.

Afbeeelding: Peter van Geest – AI. Betekenis: Dit is een zogenaamde ‘merkeldag-spreuk’: de derde en zevende mei gelden in de volkstraditie als kritieke dagen waarop het weer bijzonder verraderlijk kan zijn. De “wolf” staat voor een dag die gevaarlijk en bitsig is — plotseling koud, guur of zelfs met nachtvorst. De “slang” verbeeldt iets dat sluipt en verrast: een dag die onopgemerkt maar dodelijk schade kan aanrichten, met listige nachtvorst die de pasontsproten gewassen en bloesems vernietigt. Samen waarschuwen de twee dieren de boer: vertrouw de lente nog niet op 3 en 7 mei. Het kan alsnog hard toeslaan. Achtergrond: merkeldagen. Bij merkeldagen horen ook bepaalde weerspreuken. Merkeldagen zijn in het volksgeloof bijzondere dagen in het jaar die als voortekens gelden voor het weer, de oogst of het lot. Begin mei is zo’n gevaarlijke periode: de lente lijkt al ingezet, maar nachtvorst is nog heel goed mogelijk. De “3e mei” was in de oude katholieke kalender het feest van de ‘Heilig Kruisvinding’ (de dag waarop keizerin Helena het kruis van Christus zou hebben teruggevonden). Bij deze dag hoort de spreuk: “Jezus op heilig hout, heeft het nog wel eens koud.” — ook dat is een waarschuwing voor koude op die datum. De ‘7e mei’ was in de oude kalender de feestdag van de heilige Stanislaus van Krakau. Bij die dag hoort: “Met St. Stanislaus aan de stond, komen de aardappelen uit de grond.” — de boer begon rond die dag voorzichtig de aardappelen in de grond te brengen, maar wist dat het weer hem nog kon verrassen. Dieren als weersymbolen: Het gebruik van dieren — wolf, slang, maar ook de beer, de ooievaar of de haas — als beelden voor weersomstandigheden is oeroud in de Europese boerentraditie. De wolf staat vrijwel altijd voor iets gevaarlijks en ongenadig koud (ook in de spreuk “In februari ziet de boer liever een hongerige wolf dan een man in hemdsmouwen”), terwijl de slang sluipend gevaar symboliseert. Auteur: ‘Er is geen bekende auteur.’ Dit soort spreuken is ‘anonieme volkswijsheid’, mondeling overgeleverd van generatie op generatie, en pas later verzameld in spreekwoordenboeken. Ze zijn niet door één persoon bedacht maar gegroeid uit de gedeelde ervaringen van generaties boeren.

Mei spreuken vandaag:

9. Weer een mei, die nieuwe knoppen en bloemen zal brengen. Ah! Waarom heeft geluk geen tweede lente?

Foto: Petra.  Betekenis 📖🌷:  De gedachte achter de regel is: de natuur keert elk jaar terug, in mei komen weer nieuwe knoppen, bloemen en groei, maar menselijk geluk keert niet altijd terug, verloren liefde, jeugd, onschuld of een gelukkige periode laten zich niet zomaar herhalen. In eenvoudiger Nederlands: De lente komt terug, maar geluk soms niet. Of: de natuur krijgt een tweede kans, de mens vaak niet. De toon is dus ‘weemoedig’, ‘melancholisch’ en een beetje ‘romantisch-tragisch’. ✍️ Oorsprong: Oorspronkelijke Engelse tekst: “Another May new buds and flowers shall bring: Ah! why has happiness no second Spring?” Auteur: Dit zijn de slotregels van een sonnet van Charlotte Smith. Bron: “Elegiac Sonnets”. Gedicht: “Sonnet II. Written at the close of Spring.” (1784 eerste uitgave; latere edities verschillen soms in nummering). 🔎 Let op: door verschillende edities van “Elegiac Sonnets” kan de nummering van de sonnetten soms variëren, maar de toeschrijving aan “Charlotte Smith” is correct. 🇳🇱 Over de Nederlandse versie: “Weer een mei, die nieuwe knoppen en bloemen zal brengen. Ah! Waarom heeft geluk geen tweede lente?” Dit s dus waarschijnlijk een ‘vertaling of parafrase’ van Smiths Engelse versregel, niet een oorspronkelijk Nederlands spreekwoord. Een meer letterlijke vertaling zou zijn: “Een nieuwe mei zal weer knoppen en bloemen brengen; ach, waarom kent geluk geen tweede lente?” 👤 Wie was Charlotte Smith? Charlotte Smith was een Engelse dichteres en romanschrijfster. Ze leefde van 1749 tot 1806, beroemd om haar ‘elegische’, gevoelige en melancholische poëzie, had veel invloed op de ‘Romantiek’. Haar poëzie draait vaak om: verlies, herinnering, natuur, verdriet, het contrast tussen de eeuwige cyclus van de natuur en de kwetsbaarheid van het menselijk leven.

10. We zwierven door de velden en rivieroevers toen we jong en blij waren. We hebben de bijen verjaagd en de bloemen geplukt in de vrolijke, vrolijke maand mei.

Foto Janusz Walczak. Betekenis 📜🌼:  De regels: “We zwierven door de velden en rivieroevers toen we jong en blij waren. We hebben de bijen verjaagd en de bloemen geplukt in de vrolijke, vrolijke maand mei.” drukken vooral uit: nostalgie naar de jeugd, zorgeloosheid en levensvreugde, verbondenheid met de natuur, mei als symbool van lente, bloei en geluk. De spreker kijkt terug op een tijd van: vrij rondzwerven in de natuur, speelse onschuld, jeugdige vrolijkheid, een verloren, maar dierbare lente van het leven. De toon is dus niet alleen vrolijk, maar ook licht ‘weemoedig’: het geluk behoort tot het verleden. 🏛️ Oorsprong: Dit is geen Nederlands gezegde of spreekwoord, maar een vertaalde liedtekst. Het gaat om de openingsregels van het Engelstalige lied: “The Merry, Merry Month of May”.                    De oorspronkelijke Engelse tekst luidt:
“We roamed the fields and river sides,
When we were young and gay;
We chased the bees and plucked the flowers,
In the merry, merry month of May.”
Belangrijke punten: het is dus een ‘lied’, geen spreekwoord, de regels komen uit de 19e eeuw, de beeldspraak sluit aan bij een oudere traditie waarin “mei” staat voor: lente 🌱, jeugd 🌼, liefde 💛, vrolijkheid ☀️. 👤 Auteur: Stephen Collins Foster (1826–1864). Hij was een Amerikaanse componist en liedschrijver, bekend van onder meer: “Oh! Susanna”, “Camptown Races”, “Jeanie with the Light Brown Hair”, “Beautiful Dreamer”. Datering: Lied: “The Merry, Merry Month of May”. Gepubliceerd: 1862.

11. In mei gebeuren er rare dingen in de tuin. Kleine gezichtjes vergeten te verschijnen, en planten waarvan men dacht dat ze dood waren, zwaaien plotseling met een groene hand om je te verwarren.

Foto: 피어나네.  Betekenis 📖:  🌱 Letterlijk: Het citaat beschrijft wat tuiniers in mei vaak ervaren: vergeten of onverwachte bloemen komen ineens op, planten die dood leken, lopen toch weer uit, de tuin blijkt levendiger en grilliger dan gedacht. 🌸 Beeldspraak: Enkele mooie metaforen: “Little faces forgotten appear” → bloemen of knoppen die plots zichtbaar worden, alsof ze “gezichtjes” hebben, “wave a green hand” → nieuw blad of jonge scheuten die onverwacht verschijnen, “to confound you” → de tuin brengt je in verwarring, omdat de natuur zich niet volledig laat voorspellen. ✨ Diepere strekking: Het citaat gaat niet alleen over tuinieren, maar ook over: herleving, verrassing, de eigen wil van de natuur, de beperkingen van menselijke controle en voorspelling.🪴 Oorsprong: 📚 Herkomst: Originele Engelse tekst”
“Queer things happen in the garden in May. Little faces forgotten appear, and plants thought to be dead suddenly wave a green hand to confound you.” Het is duidelijk dat de Nederlandse versie een vertaling is van een citaat van William Earl Johns. 📝 Nederlandse weergave: De Nederlandse zin is dus goed te begrijpen als een vrij directe vertaling van het Engelse origineel: “In mei gebeuren er rare dingen in de tuin. Kleine gezichtjes vergeten te verschijnen, en planten waarvan men dacht dat ze dood waren, zwaaien plotseling met een groene hand om je te verwarren.” Een iets natuurlijker Nederlandse vertaling zou ook kunnen zijn: “In mei gebeuren er vreemde dingen in de tuin. Kleine, vergeten gezichtjes duiken op, en planten die dood gewaand waren, zwaaien plotseling met een groene hand om je in verwarring te brengen.” 👤 Auteur: ✍️ William Earl Johns. Geboren: 1893. Overleden: 1968. Britse schrijver, vooral bekend van de ‘Biggles’-boeken. Hoewel Johns vooral met avonturenliteratuur wordt geassocieerd, laat dit citaat een heel andere, meer ‘lyrische en observerende’ kant zien.

 

 

 

 

 

Door Pieter

Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa. Spiritueel, echter niet religieus. Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten. Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *