Mei
De vijfde maand van het jaar in de Gregoriaanse kalender en staat bekend als de klassieke lentemaand waarin de natuur in volle bloei staat.
Oorsprong van de naam
De naam “mei” komt van het Latijnse “Maius”, vernoemd naar de Romeinse godin Maia. Maia was de godin van de groei en vruchtbaarheid, wat perfect paste bij deze maand waarin alles tot bloei komt. In de Romeinse mythologie was zij ook de moeder van Mercurius en werd geassocieerd met de aarde die ontwaakt uit de winterslaap.
Waarom “bloeimaand”?
Mei staat traditioneel bekend als de bloeimaand omdat in deze periode de meeste bomen, struiken en bloemen tot bloei komen in het gematigde klimaat van Nederland en veel andere Europese landen. De kersenbloesem, appelbloesem, seringen, tulpen, narcissen en vele andere planten bereiken hun hoogtepunt. Het is de maand waarin tuinen en parken hun kleurrijkste en geurigste periode beleven.
Andere benamingen
In verschillende culturen heeft mei bijzondere namen gekregen:
- In het Nederlands werd het ook wel “bloeimaand” of “weidemaand” genoemd
- De Angelsaksische naam was “thrimilce” (drie keer melken), omdat koeien in deze vruchtbare periode drie keer per dag gemolken konden worden
- In het Fins heet het “toukokuu” (zaaimaand)
Tradities en betekenis
Mei is van oudsher verbonden met vruchtbaarheidsfeesten en lenteviering. De meiboom, Koninginnedag (nu Koningsdag op 27 april, maar oorspronkelijk op 30 april tijdens koningin Juliana’s tijd), en verschillende volksfeesten vinden plaats rond deze tijd. Het is ook traditioneel een populaire maand voor bruiloften, vandaar het gezegde “trouwen in mei brengt spijt erbij” – hoewel dit waarschijnlijk meer te maken heeft met praktische overwegingen dan met bijgeloof.
De maand symboliseert vernieuwing, groei en de overgang van lente naar vroege zomer.
1. Als St. Philippus (1 mei) regent, is de oogst gezegend.

2. Philippus ( 1 mei) en Jacobus (1 mei), portieren van de mei, draagt zorg voor onze wei.

3. Maartse wind en aprilse regen, beloven voor mei de grootste zegen.

🌍 Oorsprong en Context: Een Volkswijsheid, Geen Literatuur. Deze spreuk is een klassiek voorbeeld van een ‘weerspreuk’, ook wel een ‘boerenwijsheid’ of ‘minnekozer’ genoemd. De oorsprong ligt ‘niet in de literatuur’, maar in de eeuwenoude observaties van boeren en landbouwers. Voor de industrialisatie en de moderne meteorologie waren mensen direct afhankelijk van het weer voor hun voedselvoorziening. Ze observeerden patronen over generaties heen. De belangrijkste factoren waren: Landbouwkalender: De cyclus van zaaien (lente) en oogsten (zomer/herfst) was de hartslag van de samenleving. Orale Traditie: Omdat veel mensen niet konden lezen of schrijven, werden deze wijsheden in rijm- of dichtvorm gegoten. Rijm maakte ze gemakkelijk te onthouden en door te geven van ouder op kind. Wetenschappelijke Kern: Hoewel het geen exacte wetenschap is, zit er een kern van meteorologische waarheid in. Een droge wind in maart helpt de grond opwarmen en voorbereiden op zaaien; aprilregen is cruciaal voor ontkieming. Hoe oud is de spreuk?
Het is erg moeilijk om een exacte datum te prikken. De meeste van deze spreuken hebben hun wortels in de middeleeuwen of nog eerder, en werden voor het eerst opgetekend in almanakken en volkskundige verzamelingen vanaf de 16e en 17e eeuw. ✍️ Auteur:
‘De auteur van deze spreuk is onbekend (Anoniem). ‘Volkscreatie’: Net als sprookjes of volksliedjes, is een weerspreuk geen individueel kunstwerk. Het is het resultaat van collectieve ervaring en de evolutie van taal door de tijd heen. ‘Geen “Auteur’ in de Moderne Zin: Niemand heeft deze spreuk op een dag “geschreven” en gepubliceerd. Iemand (waarschijnlijk een landbouwer) heeft de observatie waarschijnlijk eerst in een simpelere vorm uitgesproken, en door de eeuwen heen is het gepolijst tot de rijmende vorm die we vandaag kennen. Conclusie: Hoewel we de specifieke bedenker niet kunnen bedanken, blijft deze anonieme erfenis een prachtige en hoopvolle herinnering aan de wijsheid van onze voorouders en de cycli van de natuur.
4. Is april mooi, dan zal mei niet deugen.

5. Philippus en Jacobus (1 mei), portieren van de mei. Draag zorg voor onze wei. Breng af en toe wat regen en zegen allerwegen. Wat koelte en wat nat. Vul kelder, beurs en vat.

“Philippus en Jacobus, portieren van de mei” – Philippus en Jacobus zijn de heiligen ‘Filippus en Jacobus’. Zij worden hier beeldend voorgesteld als de “poortwachters” van de maand mei.Dat komt doordat hun feestdag vroeger op 1 mei viel.
“Draag zorg voor onze wei” – Een bede om bescherming van de ‘weiden’, dus grasland voor het vee.
“Breng af en toe wat regen en zegen allerwegen” – Men vraagt om ‘regelmatige regen’, niet te veel en niet te weinig.
“Zegen” betekent hier: voorspoed, vruchtbaarheid en een goede oogst.
“Wat koelte en wat nat” – Geen hitte of droogte, maar fris en vochtig weer, gunstig voor gras en gewassen.
“Vul kelder, beurs en vat” – Kelder: voedselvoorraad. Beurs: welvaart / inkomen. Vat: drankvoorraad, vaak bier of wijn, of algemener: overvloed.
👉 Kortom: de spreuk vraagt om ‘vruchtbaar, groeizaam meiweder’, zodat land, vee en mensen er wel bij varen. 🌱 Oorsprong: ‘Oude volksweerspreuk / gebedsachtige bede’ uit de ‘Nederlandse en Vlaamse landbouwtraditie’.
1. ‘Heiligenkalender’:
– De spreuk verwijst naar de apostelen ‘Filippus en Jacobus’.
– Hun gezamenlijke feestdag viel in de ‘oude katholieke kalender op 1 mei’.
– Daardoor werden zij in de volkscultuur verbonden met het ‘begin van mei’ en dus met het voorjaar, de groei en het weer.
2. ‘Agrarische volkscultuur’:
– Dit soort spreuken ontstond in een tijd waarin het weer direct bepaalde:
– de kwaliteit van het gras,
– de oogst,
– de melkproductie,
– en dus het inkomen van boeren.
– Mei was een cruciale maand: te droog was slecht, maar aanhoudende kou ook.
3. ‘Volksgeloof en weerwijsheid:
– In de Lage Landen bestond een lange traditie van ‘weerspreuken gekoppeld aan heiligendagen’.
– Men zag zulke dagen als betekenisvolle “scharniermomenten” in het landbouwjaar.
✍️ Auteur: ‘Er is geen bekende individuele auteur.’ Deze spreuk is vrijwel zeker ‘anoniem’ en behoort tot de ‘mondeling overgeleverde volkswijsheid’. ⛪ Historische noot:
– De koppeling van ‘Philippus en Jacobus aan 1 mei’ is historisch belangrijk.
– In de rooms-katholieke kalender is hun feestdag later verplaatst.
– Maar in oudere volksweerkunde bleef de traditionele datum ‘1 mei’ nog lang doorwerken. 🧾 Samengevat: Een bede om ‘goed meiweder’: wat regen, wat koelte, en veel zegen voor landbouw en welvaart.
6. Mei koel en wak, brengt veel koren in de zak.

’te droge mei’ vaak ongunstig, ‘koele, vochtige mei’ juist vaak beter voor vroege ontwikkeling. ✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’. Het gaat om: een ‘volksspreuk’, afkomstig uit de ‘mondelinge traditie’, zonder duidelijke eerste schrijver of dichter.
Maandspreuken mei:
7. Je dromen komen uit in mei.

8. Mei wil, meer dan welke andere maand van het jaar dan ook, dat we het meeste uit het leven halen.

– 🌱 ‘nieuw leven en groei’
– ☀️ ‘energie, licht en optimisme’
– 🌸 ‘bloei, schoonheid en levendigheid’
– ❤️ ‘de uitnodiging om intenser te leven’
De gedachte erachter is dus:
– Mei is de maand waarin de natuur volop ontwaakt.
– Daardoor lijkt deze maand ons als het ware aan te sporen om:
– meer te genieten,
– actiever te leven,
– bewuster aanwezig te zijn,
– het leven “ten volle” te voelen.
Kort gezegd: 👉 ‘Mei staat hier voor levenslust.’
✍️ Oorspronkelijke vorm: De bekende Engelse versie luidt zeer waarschijnlijk:
“May, more than any other month of the year, wants us to feel most alive.”
De Nederlandse zin is dus eerder een ‘vrije vertaling/bewerking’ dan noodzakelijk een letterlijke vertaling. Een iets letterlijkere Nederlandse weergave zou zijn: “Mei wil, meer dan welke andere maand van het jaar ook, dat wij ons het meest levend voelen.” 👤 Auteur: Dit citaat wordt algemeen toegeschreven aan Fennel Hudson ✅ Wie is Fennel Hudson? 🇬🇧 Britse schrijver – vooral bekend om: – natuur – landelijk leven – seizoenen – eenvoud en zingeving.
Zijn stijl past ook goed bij dit soort seizoensgebonden, contemplatieve uitspraken. 🧭 Oorsprong: Het citaat circuleert online meestal met de naam Fennel Hudson erbij. De oorspronkelijke taal is Engels. De Nederlandse versie is vrijwel zeker een ‘vertaling van dat Engelse citaat’.
9. U bent zo welkom als de bloemen in mei.

– 🌱 lente
– ☀️ vernieuwing
– 😊 blijheid en schoonheid
Kortom: het is een ‘poëtische manier om grote hartelijkheid uit te drukken’. 📚 Oorsprong: Het Nederlandse citaat is een vertaling van het Engelse: “You are as welcome as the flowers in May.” De uitdrukking is afkomstig uit:
– 🎭 “Love à la Mode”
– geschreven door Charles Macklin
– eerste opvoering: 2 december 1759
– ’theater’: ‘Drury Lane’
Het stuk was meteen succesvol en bleef nog lange tijd populair.
Een geraadpleegde gedrukte bron is: 📖 Londense Oxberry-uitgave, 1825, p. 15. Belangrijk onderscheid: de vindplaats in druk kan ‘1825’ zijn, maar de ‘oorsprong van het stuk en dus van het citaat’ gaat terug tot 1759. 👤 Auteur: Charles Macklin (ca. 1690–1797).
In dit geval is de toeschrijving niet alleen traditioneel, maar ook ‘concreet te verbinden aan een tekstplaats in zijn toneelstuk’ “Love à la Mode”.
10. Van de wisselende maanden is mei de liefste en in de mooiste kleuren gekleed.

– ‘mei’ wordt gezien als de ‘mooiste maand van het jaar’
– de natuur dan op haar ‘frisst, zachtst en kleurrijkst’ is
– mei symbool staat voor:
– 🌸 bloei
– ☀️ levensvreugde
– 💚 vernieuwing
– 🎨 natuurlijke schoonheid
De formulering “in de mooiste kleuren gekleed” is beeldspraak: de maand mei wordt voorgesteld alsof zij als een persoon prachtig aangekleed is met bloemen, fris groen en lentekleuren.📚 Oorsprong: Werk: James Thomson – “The Seasons”. Meer bepaald het deel: “Spring”. Eerste helft 18e eeuw. Bekende Engelse formulering: “Of all the changing months, May stands confess’d The sweetest, and in fairest colours dress’d!” Dit is de bron waar de Nederlandse versie duidelijk op teruggaat. ✍️ Auteur: James Thomson.
11. Als april opzij stapt voor mei, glinsteren alle regendruppels als diamanten, verse viooltjes openen zich elke dag voor een nieuwe vogel, elk uur dat we luisteren.

– “Als april opzij stapt voor mei”
– april maakt plaats voor mei;
– de late lente gaat over in een vollere, warmere bloeitijd.
– “glinsteren alle regendruppels als diamanten”
– lenteregen wordt niet somber voorgesteld, maar als iets moois en kostbaars;
– een typisch romantisch natuurbeeld.
– “verse viooltjes openen zich elke dag”
– bloemen staan voor vernieuwing, groei en dagelijkse ontluiking.
– “voor een nieuwe vogel, elk uur dat we luisteren”
– elk uur brengt een nieuw geluid, een nieuwe vogelzang;
– dit benadrukt levendigheid, verwachting en aandacht voor de natuur. 🖋️ Oorsprong: Voor zover dit citaat te herleiden is:
– het is ‘waarschijnlijk een vertaling of parafrase’ van een Engelse versregel;
– het is ‘niet echt een spreekwoord’ in de klassieke zin;
– het wordt meestal verbonden met ’19e-eeuwse natuurpoëzie’.
De vermoedelijke Engelse vorm luidt ongeveer:
“When April steps aside for May,
like diamonds all the raindrops glisten;
fresh violets open every day;
to some new bird each hour we listen.”
👩🏫 Auteur: Lucy Larcom (1824–1893) past hier goed bij.
Wie was zij?
– Amerikaanse dichteres, schrijfster en pedagoge
– bekend om:
– natuurlyriek
– religieuze en morele poëzie
– gedichten voor jongere lezers en bloemlezingen
Waarom deze toeschrijving aannemelijk is:
– de toon is typisch ’19e-eeuws, melodieus en natuurgericht’
– Lucy Larcom schreef inderdaad veel over ‘seizoenen, bloemen en vogels’;
– deze regels worden vaak aan haar gedicht ‘May’ toegeschreven.
⚠️ Kleine nuance: Omdat zulke regels vaak in:
– bloemlezingen,
– schoolboeken,
– citatensites,
– en vertaalde verzamelingen
terechtkomen, circuleren ze soms in ‘licht afwijkende versies’. Daardoor kan:
– de precieze formulering verschillen;
– de vertaling vrij zijn;
– de bron soms zonder context worden overgenomen.
Dus het veiligste is om te zeggen: Het is waarschijnlijk geen oud gezegde, maar een poëtisch citaat, doorgaans toegeschreven aan Lucy Larcom, vermoedelijk uit het gedicht “May”.
12. Het was de maand mei, de maand waarin het gebladerte van kruiden en bomen het verst groen is als de knoppen rijpen en de bloesems verschijnen in hun geur en lieflijkheid.

13. Waar zullen we het feest houden en de komende meimaand naar behoren begroeten?

– ‘Waar zullen we het lentefeest vieren?’
– Hoe zullen we de maand mei passend verwelkomen?’
In modern Nederlands:
‘Waar zullen we feestvieren om de komst van mei goed te begroeten?’
Toon en strekking:
– feestelijk
– lentachtig
– ceremonieel / poëtisch
– een oproep om de natuur en de nieuwe maand te vieren
Het gaat dus niet om een spreekwoordelijke wijsheid, maar om een ‘poëtische vraag’ die de komst van de lente bezingt.
De oorspronkelijke Engelse regel luidt:
“Where shall we keep the holiday,
And duly greet the entering May?”
📝 Bron: het gedicht “May-Day”.
🧭 Oorsprong: De regel komt uit Emersons gedicht “May-Day”, een lofzang op:
– de lente
– de natuur
– vernieuwing
– de maand mei als symbool van bloei en leven.
Emerson was een Amerikaanse essayist, dichter en filosoof, verbonden aan het ’transcendentalisme’.
👤📚 Auteur: Ralph Waldo Emerson (1803–1882):
– Amerikaans schrijver en dichter
– bekend om zijn essays, lezingen en natuurpoëzie
– centrale figuur in het transcendentalisme
– schreef vaak over:
– natuur
– geest
– vrijheid
– innerlijke verheffing
📝 Opmerking over de Nederlandse formulering:
“Waar zullen we het feest houden en de komende meimaand naar behoren begroeten?”
Het lijkt een ‘vrije of wat oudere Nederlandse vertaling’ van:
“Where shall we keep the holiday, / And duly greet the entering May?”
Een letterlijker vertaling zou zijn:
“Waar zullen wij het feest vieren en de intredende mei naar behoren begroeten?” Of vlotter:
“Waar zullen we feestvieren om de komst van mei passend te begroeten?”
14. De eerste nacht van mei en de zacht verzilverde maan beangstigt haar halve cirkel in het blauw.

– De maand mei wordt in het gedicht voorgesteld als een persoon, als de dochter van de maan en zon.
– Geboren uit de moedermaan en de zon, komt Mei in de eerste zang aan op een strand. Haar dode zus April wordt die nacht weggedragen.
– Het gedicht is doordrenkt van maanbeelden en nachtscènes in mei, precies de sfeer van het citaat.
– De jaarlijkse estafettevoordracht van het hele gedicht vindt plaats op Hemelvaartsdag in Zutphen — misschien niet toevallig dat ik in Zutphen woon! Het is echter eerlijk om te zeggen dat we de ‘exacte’ versregels in de beschikbare teksten niet heb teruggevonden — mogelijk is de formulering licht geparafraseerd of afkomstig uit een gemoderniseerde editie.