- Maakt de spin in ’t web een scheur, dan klopt weldra de stormwind aan de deur.

Deze weerspreuk betekent:
‘Wanneer een spin haar web afbreekt, beschadigt of verlaat, zou er binnenkort stormachtig weer komen’.
De “stormwind die aan de deur klopt” is een beeldende manier om te zeggen dat de storm nabij is.
De gedachte erachter is dat spinnen veranderingen in onder meer luchtvochtigheid, luchtdruk en wind zouden waarnemen en daarop hun gedrag aanpassen.
📜 Oorsprong:
De spreuk behoort tot de ’traditionele volksweerkunde’. Boeren, vissers en andere buitenwerkers leidden vroeger weersverwachtingen af uit het gedrag van dieren en planten. Er bestaan verschillende verwante spreuken, zoals:
– “Als de spinnen vlijtig weven, zullen we nog mooi weer beleven.”
– “Breekt de spin haar web in twee, dan komt er storm op zee.”
– Duitse varianten als:
“Zerreißt die Spinne ihr Netz entzwei, so kommt ein Sturm herbei.”
De precieze ouderdom en eerste schriftelijke vindplaats van deze formulering zijn niet met zekerheid vast te stellen. Mogelijk is zij ontstaan als Nederlandse variant van oudere, internationaal verspreide weerspreuken over spinnen.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gaat waarschijnlijk om een ‘anonieme volksspreuk’, die mondeling is overgeleverd en later in verzamelingen van weerspreuken is opgenomen. De opvallend rijmende vorm met ‘scheur–deur’ kan een latere literaire bewerking zijn, maar ook daarvan is geen algemeen erkende maker bekend.
🔬 Wetenschappelijke waarde:
De spreuk bevat een kern van waarneming: spinnen en hun prooidieren reageren op vochtigheid, wind en luchtdruk.
2. Het weer van Leonardusdag (6 november), blijft gewoonlijk tot de Kerstdag.

Het gezegde betekent dat ‘het weertype op Leonardusdag, 6 november, volgens de volkswijsheid vaak aanhoudt tot Kerstmis’.
Daarmee wordt niet bedoeld dat het elke dag precies hetzelfde weer blijft, maar dat het algemene patroon — zacht, koud, nat, droog of winderig — de daaropvolgende weken zou overheersen.
📜 Oorsprong:
Dit is een ‘oude kalender- of weerspreuk’ uit de agrarische volkscultuur. Boeren verbonden weerswaarnemingen aan vaste kerkelijke feestdagen, omdat de heiligenkalender vroeger als praktische jaarkalender diende.
Leonardusdag is de feestdag van ‘de heilige Leonardus van Noblac’, een vermoedelijk zesde-eeuwse Franse kluizenaar en abt. Hij werd onder meer vereerd als patroon van:
– gevangenen;
– boeren en landarbeiders;
– paarden en ander vee.
Ook in Duitse en andere Midden-Europese streken bestaan vergelijkbare Leonardusspreuken. Het gezegde behoort daarom waarschijnlijk tot een bredere Europese traditie van heiligen- en weerspreuken.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gaat om een anonieme volksspreuk die mondeling is overgeleverd en later in verzamelingen van boerenwijsheden en weerspreuken is opgetekend.
3. Als het in november ’s morgens broeit, wis dat de storm s’ avonds loeit.

De spreuk luidt correct gespeld:
> “Als het in november ’s morgens broeit, wees er wis van dat de storm ’s avonds loeit.”
> Ook aangetroffen als: “Als het in november ’s morgens broeit, wis dat de storm ’s avonds loeit.”
– ‘broeien’ betekent hier:
ongewoon warm, drukkend, vochtig of nevelig weer zijn.
– ‘wis’ betekent:
zeker of stellig.
– ‘loeien’:
verwijst naar het harde geluid van de wind.
De strekking is dus:
> ‘Een zachte, vochtige en drukkende novemberochtend zou een voorbode zijn van stormachtig weer later op de dag.’
Het is een typische ‘weerspreuk’:
Een op ervaring gebaseerde volkswaarneming.
📜 Oorsprong:
De spreuk behoort tot de oude Nederlandse en Vlaamse ‘boeren- en volksweerkunde’. Zulke rijmende spreuken werden mondeling doorgegeven en later opgenomen in almanakken en verzamelingen van weerspreuken. Het rijm ‘broeit–loeit’ maakte de voorspelling gemakkelijk te onthouden.
‘Een precieze plaats of datum van ontstaan is niet met zekerheid aan te wijzen’.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk geldt als:
– anonieme volkswijsheid;
– ontstaan uit mondelinge overlevering;
– waarschijnlijk door de tijd heen in verschillende varianten geformuleerd.
4. Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

De novemberregen en het terugkerende najaar staan symbool voor:
– ‘somberheid en melancholie’;
– het onvermijdelijke verstrijken van de tijd;
– verdriet dat telkens terugkeert;
– geleidelijke gewenning aan pijn en teleurstelling.
Het hart is nog steeds droevig, maar raakt steeds meer gewend aan zijn “heimelijke pijnen”:
Persoonlijk verdriet dat verborgen blijft voor anderen. Het najaar “belaagt” het hart doordat de donkere, natte dagen deze gevoelens opnieuw oproepen.
Kern:
De strofe verwoordt hoe het terugkerende najaar niet alleen de natuur donkerder maakt, maar ook oude innerlijke pijn wakker roept. Tegelijk klinkt er berusting in door: de pijn verdwijnt niet, maar de mens leert haar dragen.
📖 Auteur en oorsprong:
Dit is geen traditioneel gezegde, maar de eerste strofe van het gedicht “November” van de Nederlandse dichter J.C. Bloem (1887–1966). Het gedicht verscheen in de bundel “Media Vita” uit 1931.
Bloem behoort tot de belangrijkste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw. Zijn poëzie draait vaak om vergankelijkheid, onvervuld verlangen, berusting en het alledaagse leven.
Maandspreuken november:
5. Het was erg stil in huis en de mist – we zijn nu in november – drukte als een uitgesloten geest tegen de ramen.

– Letterlijk:
Het is een stille novemberdag en dikke mist omringt het huis en drukt tegen de ramen.
– Figuurlijk:
Forster personifieert de mist als een ‘geest die buiten opgesloten zit’, waardoor een claustrofobische, griezelige sfeer ontstaat.
– Contextueel:
Het beeld volgt ‘Mrs. Wilcox’s dood’ en begeleidt de bespreking van de familie Wilcox over haar wens dat Margaret Schlegel Howards End zou erven. De ‘uitgesloten geest’ kan daarom mevrouw Wilcox zelf suggereren: fysiek afwezig en in zekere zin uitgesloten wanneer haar familie haar laatste wens negeert.
– De zinsnede tussen haakjes ‘we zijn nu in november’ is kenmerkend voor Forster’s gemoedelijke, zelfbewuste verteller, die de lezer kort toespreekt terwijl hij de chronologie van het verhaal vooruit schuift.
De zin combineert dus weer, stemming en symboliek:
De mist is zowel een echte novembermist als een beeld van een onderdrukte of uitgesloten aanwezigheid.
📚 Auteur en herkomst:
De zin is van E.M. Forster en komt voor in hoofdstuk XI van zijn roman “Howards End”, voor het eerst gepubliceerd in 1910.
6. Sommige dagen in november dragen de hele herinnering aan de zomer met zich mee, zoals een vuuropaal de kleur van de opkomst van de maan draagt.

De zin beschrijft die onverwacht warme, heldere dagen in de late herfst – vaak ‘Indian-Summer Days’ genoemd – die het gevoel van de zomer lijken te behouden.
> “Sommige dagen in november dragen de hele herinnering aan de zomer in zich…”
November wordt normaal gesproken geassocieerd met koud en vervagend licht, maar af en toe een milde dag kan op een geconcentreerde, nostalgische manier de zomer oproepen.
> “…zoals een vuuropaal de kleur van de maansopgang draagt.”
Een ‘vuuropaal’, met zijn gloeiende oranje, gouden en veranderende licht, lijkt het licht in zich vast te houden. Taber vergelijkt die juweelachtige gloed met een novemberdag die de warmte en uitstraling van de verdwenen zomer bevat of behoudt. Het beeld straalt ‘schoonheid, vergankelijkheid en herinnering’ uit.
✍️ Auteur en herkomst:
De zin wordt algemeen en geloofwaardig toegeschreven aan Gladys Bagg Taber (1899–1980), een Amerikaanse schrijfster die bekend staat om haar reflecties over de natuur, het huiselijk leven en de veranderende seizoenen in haar huis in Connecticut, Stillmeadow.
Het wordt vaak aangehaald als afkomstig van:
– “Stillmeadow Dagboek”
– Uitgegeven door JB Lippincott in 1955
7. Ik houd ervan om de rook van het huisje tussen de bomen omhoog te zien krullen. Op novemberdagen als deze nestelden de duiven zich rond de kooi.

De volledige strofe luidt:
> Ik hou ervan om het huisje te zien roken
> Krul omhoog door de bomen,
> De duiven nestelden zich rond de kooi
> Op novemberdagen als deze;
> De haan op de mesthoop kraait,
> De molen vaart op de heide in aantocht.
Clare drukt haar genegenheid uit voor een gewoon tafereel op het platteland in de late herfst:
– “Cottagerook krult naar boven”: –
roept warmte, huiselijk comfort en stille novemberlucht op.
– “De duiven genesteld”
suggereert dat vogels ineengedoken zitten of rusten om te schuilen.
– “Kooi”:
betekent een kleine schuilplaats voor dieren – hier een ‘duiventil’
– “Novemberdagen zoals deze”
beschrijft koude, stille, vervagende herfstdagen.
In plaats van november alleen maar somber voor te stellen, vindt Clare schoonheid en troost in de bescheiden, vertrouwde details. De strofe weerspiegelt zijn karakteristieke liefde voor het dagelijkse dorpsleven en de nauwlettend geobserveerde natuur.
✍️ Auteur en herkomst:
De regels zijn van John Clare (1793–1864), de Engelse dichter die beroemd werd vanwege zijn nauwkeurige observatie van het plattelandsleven. Ze komen uit zijn gedicht ‘Autumn’, doorgaans gedateerd/gepubliceerd in 1821 in ‘The Village Minstrel, and Other Poems’.
8. …deze donkere dagen van herfstregen zijn zo mooi als dagen maar kunnen zijn…

Frost verpersoonlijkt ‘Sorrow’ als een vrouwelijke metgezel die schoonheid vindt in de somberheid van november:
regen, kale bomen, mist en lege velden.
De lijn betekent dat zelfs sombere herfstdagen de meest volle schoonheid kunnen bezitten: geen heldere of vrolijke schoonheid, maar een rustige, sobere, melancholische schoonheid.
‘Donkere dagen’ kunnen ook perioden van verdriet suggereren, waardoor het gedicht gaat over het herkennen van schoonheid door verdriet in plaats van het alleen maar te verdragen.
Het citaat wordt daarom terecht toegeschreven aan Robert Frost, hoewel de ellipsen geen deel uitmaken van het originele gedicht.
🍂 Auteur en herkomst:
Dit komt uit het gedicht ‘My November Guest’ van Robert Frost.
Het verschijnt in zijn eerste poëziebundel, ‘A Boy’s Will’, voor het eerst gepubliceerd in Londen in 1913.
De openingsstrofe luidt:
> Mijn verdriet, als ze hier bij mij is,
> Denkt deze donkere dagen aan herfstregen
> Zijn mooi zoals dagen kunnen zijn;
> Ze houdt van de kale, verdorde boom;
> Ze loopt over het doorweekte weiland.