- Als de eikelen vallen voor Sint Michiel ( 29 sept. ), dan snijdt de winter door lijf en ziel.

– Het gezegde zegt dat ‘de timing van het vallen van eikels’ een voorspelling is voor ‘hoe streng/wreed de winter wordt’.
– Vallen de eikels vóór 29 september (Sint-Michiel): dan zou dat betekenen dat de boom “vroeg” signalen geeft van ‘slechte/ijzige tijden’
→ dus dat de ‘winter vroeg of hard zal doorbijten’ (“lijf en ziel” = zowel lichaam als geest).
✅ Kortom:
‘vroeg vallende eikels = strenge winter’.
🌿 Oorsprong:
– Dit is een voorbeeld van ‘volksweerkennis’ of ‘seizoenswijsheid’:
mensen probeerden het weer te voorspellen met ‘natuurverschijnselen’ (fenologie).
– De “eikelen”-regel past in die traditie van:
– ‘observatie van bomen en planten’ (b.v. eikelval, bladval, knopvorming),
– en het koppelen daarvan aan ‘weersverwachtingen’.
– Sint-Michiel (29 september) is een klassiek ankerpunt in de volkskalender. Veel regio’s hadden op die datum (of rond die datum) vaste “weerspreuken”.
📌 Let op:
Het exacte “eerste” gebruik (wie het als eerste opschreef) is vaak moeilijk te achterhalen bij dit soort spreekwoorden; het komt meestal uit ‘mondeling overgeleverde volkskennis’.
🧾 Auteur:
– Voor dit specifieke gezegde is er doorgaans ‘geen bekende, individuele auteur’.
– Het is vrijwel zeker ‘anoniem volksgeloof/folklore’: ontstaan en verspreid via ‘spreukenboeken, regionale mondelinge traditie’ en latere verzamelaars.
2. Met Sint Michiel ( 29 sept. ) verdwijnt de hitte.

– Rond 29 september (feestdag van Sint-Michiel) verwacht men traditioneel dat het ‘weer omslaat’
– Dus dat de ‘zomerhitte’ (of de late warmte) ‘verdwijnt’ en er ‘koeler weer’ begint.
Kort gezegd:
“Vanaf Sint-Michiel wordt het minder warm.” 🌬️🍂
Oorsprong 🧭:
Er zijn geen hard “bewijsbare” gegevens dat dit een uitspraak van één specifieke persoon is, maar het is wél ingebed in een ‘volkskundige weerregel’:
– De datum 29 september is de ‘feestdag van de heilige aartsengel Michaël (Sint-Michiel)’.
– Net zoals bij andere heiligenfeesten (Sint-Maarten, Sint-Jan, …) werden er doorheen de geschiedenis ‘waarnemingen van het weer gekoppeld aan vaste kalenderdagen’.
– In West-Europa (waaronder Nederland en Vlaanderen) leverde dat “uitspraakjes” op die later als ‘spreekwoorden/weerregels’ verspreid raakten.
➡️ Het is dus vooral een ‘volksweerkundig’ gezegde, gebaseerd op ‘observaties van seizoensomslag’.
Auteur 👤:
– Geen bekende auteur.
– Het gezegde is onderdeel van het ‘collectieve volksgebruik’ (spreekwoord/weerregel), en is niet aan één schrijver gekoppeld.
Extra context 🌡️🍁:
– In veel jaren ligt rond ‘eind september’ de overgang naar ‘herfstweer’.
– Daarom klopt de verwachting in heel wat regio’s “in de praktijk”, waardoor het spreekwoord bleef hangen.
3. Sint Michiel ( 29 sept. ) brengt de winter onder zijn ziel.

Dit gezegde koppelt 29 september (Sint-Michiel) aan het ‘begin van het echte “winterweer” ‘ of toch aan het moment waarop het ‘kouder en strenger weer’ zijn intrede doet.
– In de praktijk:
Het gaat om een ‘weerspreuk’:
Rond Sint-Michiel zou het weer “kantelen” richting ‘winterachtig’ (bv. frisser, meer wind, langere periodes met kou).
🌍 Oorsprong:
Dit soort uitspraken komen uit de ‘volkskalender’ (boeren- en seizoenswijsheid) in ‘Vlaanderen/Nederland’, waar men op vaste kalenderdagen voorspelde hoe het weer zich zou gedragen.
– Waarom specifiek 29 september?
Sint-Michiel werd in de volkskalender gezien als een ‘keerpunt’ in het jaar:
De overgang van ‘nazomer/herfst’ naar ‘koude periode’.
– Let op:
Het is een ’traditionele observatie’ en “kalenderlogica” doorheen generaties.
🧠 Auteur:
– ‘Geen bekende individuele auteur.’
Het gezegde is ‘anoniem’ en behoort tot het ‘collectieve volksgoed’
📚 Extra context:
– “onder zijn ziel”:
dit is een poëtische/archaïsche formulering die aangeeft dat de winter als het ware ‘ingedragen’ of ‘meegebracht’ wordt door/na deze datum.
– Vergelijkbare tradities bestaan met andere heiligendagen (bv. rond de overgangsperiodes in het jaar).
4. Sint Michiel ( 29 sept. ) brengt de winter onder zijn kiel.

– Rond 29 september wordt het ‘winterweer “ingeluid” ‘.
– Vaak bedoelt men:
‘het wordt kouder’, ‘winterse omstandigheden naderen’ (of komen sneller dan je denkt).
> “Onder zijn kiel” is een beeldspraak:
alsof Sint-Michiel de winter al als een soort laag kleding ‘onder zijn mantel/kiel’ meedraagt, klaar om over te nemen.
🗓️ Oorsprong:
– Het gezegde verwijst naar Sint-Michiel met zijn ‘feestdag op 29 september’.
– In (Noordwest-)Europese volkskalenders geldt die datum al lang als een ‘weersomslag-punt’:
– ‘nazomer loopt ten einde’
– ‘kans op frissere nachten en kouder weer’ stijgt
– Veel Vlaamse/ Nederlandse spreekwoorden zijn opgebouwd rond ‘heiligen- of kalenderdagen’ waarbij men aanneemt dat het weer rond die tijd verandert.
✍️ Auteur:
– Dit soort kalendergezegden is ‘geen “bekend citaat” van één specifieke schrijver’.
– Het is meestal ‘volksmateriaal’ (mondeling overgeleverd) dat later in verzamelingen werd opgeschreven.
– Daarom is er ‘geen vaste, eenduidige auteur’ voor dit gezegde.
🌐 Extra context:
– Het past in dezelfde traditie als andere weerspreuken rond heiligendagen (bv. rond ‘eind september / herfstomslag’).
– Zulke uitspraken zijn vaak ‘gebaseerd op ervaring/observaties’.
5. Sint Michiel ( 29 sept. ) steekt het licht aan, Maria boodschap ( 25 mrt. ) blaast het uit. ( Het wordt ’s avonds al eerder donker ).

– ‘Vanaf Sint-Michiel’ gaan de dagen merkbaar ‘korter worden’ → het wordt ‘vroeger donker’.
– Rond ‘Maria Boodschap’ gaat die trend opnieuw om → de dagen worden weer ‘langer’ → het wordt ‘later donker’.
➡️ Dus: het beschrijft het ‘seizoensverloop’ van het licht in het najaar en het begin van de lente.
📅 Uitleg met de data:
– 29 september – Sint-Michiel
– Traditieel/volkskundig moment: vanaf dan zou het “licht” (de daglengte) beginnen “af te nemen”.
– 25 maart – Maria Boodschap
– Traditioneel/volkskundig moment:
het “licht” zou opnieuw “aangeblazen” worden (of: terug gaan toenemen).
🌍 Oorsprong:
– Het is een ‘Vlaams/Belgisch volksgezegde’ (ook in bredere Nederlandstalige tradities bekend).
– Het sluit aan bij:
– ‘Het oude landbouw- en weerbewustzijn’ van het volk
– ‘Katholieke feestdagen’ die men koppelde aan natuurwaarnemingen (zonlicht, daglengte, seizoenen).
– De “licht-aan/licht-uit”-beeldspraak is typisch voor ‘volkskalenders’:
Men gaf het seizoensverloop een ‘makkelijke, memorabele slogan’ door het te koppelen aan heiligenfeesten.
✍️ Auteur:
– Er is ‘geen eenduidige bekende auteur’.
– Zoals bij de meeste ‘volksgezegden’ is het:
– ‘mondeling ontstaan’
– en pas later ‘opgeschreven’ in verzamelingen van spreekwoorden/spreuken.
➡️ Met andere woorden:
Het behoort tot het ‘collectieve volksgoed’, niet tot een tekst van één specifieke schrijver.
6. Sint Michiel ( 29 sept. ), verbiedt linnen broek en hennepen kiel.

– Vanaf Sint-Michiel (29 september) wordt het ’te vroeg/ongepast’ om nog in ‘zomer- of licht zomer-kleding’ rond te lopen.
– “Linnen broek” en “hennepen kiel” staan voor ‘dun, ademend en relatief licht textiel’ (typisch voor de warmere periode).
– Het spreekwoord/rijm weerspiegelt dus het ‘volksweer- en seizoensgevoel’:
Rond eind september wordt het vaak koeler en dan past zwaardere kleding beter.
👉 Kort gezegd:
“Na 29 september: kleren met zomerstof af, herfstkleren aan.”
📅 Oorsprong:
Dit is een ‘Vlaams/Nederlandse volkswijsheid’ die hoort bij het brede genre van “boeren- of weerkalenders”:
– In de Lage Landen werden ‘heiligendagen’ (zoals Sint-Michiel) gebruikt als ’tijdmarkeringen’ voor het seizoen.
– Men verbond die dagen aan ‘verwachtingen over temperatuur en werkritme’ (zaaien, binnenhalen, kleden, enz.).
– Zulke spreuken zijn vaak ‘ontstaan uit praktijkervaringen’:
Men zag dat rond die datum de ‘kans op frissere avonden en koel weer’ toenam.
🌍 Belangrijk:
De exacte “eerste schrijver” is doorgaans niet bekend; dit soort uitdrukkingen is vaak ‘mondeling gegroeid’.
✍️ Auteur:
– ‘Geen specifieke auteur bekend.’
– Het is waarschijnlijk een ’traditioneel spreekwoord’ of een ‘volksrijmpje’ dat later in verzamelingen is terechtgekomen.
7. Sint Michiel ( 29 sept. ), verbiedt de witte broek en blauwe kiel.

Dit is een ‘seizoensspreuk (volksweer-/kalenderwijsheid) die zegt dat rond 29 september (Sint-Michielsdag) het tijd is om:
– ‘de witte broek’ weg te laten (of niet meer te dragen)
– ‘de blauwe kiel’ te vervangen/af te zien.
📌 In de praktijk betekent het:
‘Dat het weer tegen die tijd omslaat’ of in elk geval ‘kouder/onveiliger wordt’ voor lichte of bepaalde kleding. Het is geen “wet” maar een ‘volksadvies’ gebaseerd op vroegere weerpatronen.
> “Wit” en soms “blauw” staan in zulke spreuken vaak symbool voor ‘kleding die men in de warmere tijd droeg’.
🌍 Oorsprong:
– De spreuk is afkomstig uit het ‘Nederlandse/Vlaamse volksgebruik’ rond de ‘katholieke kalenderheiligen’.
– Sint-Michielsdag (29 september) werd in de Lage Landen gezien als een kantelpunt in het seizoen:
– overgang richting ‘herfst’
– voorbereiden op ‘koude dagen’ en veranderende weersomstandigheden
– Zulke spreuken zijn typisch voor de ‘volkskalender’: Korte zinnen die mensen helpen hun dagelijkse gewoonten af te stemmen op het weer.
✍️ Auteur:
– Bij dit soort ‘spreuken uit de volksmond’ is er meestal ‘geen individuele auteur’ bekend.
– Waarschijnlijk is het een ‘anonieme’ overlevering: ontstaan en verspreid via
– mondelinge traditie
– kalenderboekjes/volksalmanakken
8. Sint Michiel ( 29 sept. ) schuwt de strooien hoed en ook de blauwe kiel.

– Rond 29 september (feestdag van Sint-Michiel) is het weer vaak al ‘koeler’ of ‘onbestendig’
– daarom wordt van mensen verwacht dat ze niet meer:
– ‘de lichte/strooi-achtige (zomer) hoed’ dragen
– of de “blauwe kiel” ‘ (een dun of meer zomer-/licht kledingstuk) aandoen
– kort gezegd:
“Vanaf Sint-Michiel trek je warmer/meer gepast gekleed.” 🍂🧥
> In veel Vlaamse/Nederlandse weer- en seizoenrijmpjes draait het telkens om:
‘Een heiligen-/kalenderdatum = een omslag in het weer of het kleedgedrag’.
📅 Oorsprong:
Dit soort gezegden komt meestal uit:
– ‘volkskalender- en weerwijsheid’ (volkskunde)
– ‘rijmpjes met data van heiligen’ in de Vlaamse en Nederlandse traditie
– vaak overgenomen in 19e–20e-eeuwse bundels met ‘spreekwoorden, kalender- en boerenwijsheden’.
👤 Auteur:
– Dit gezegde heeft ‘geen bekende individuele auteur’.
– Dergelijke kalender-rijmpjes zijn doorgaans ‘anoniem’ en ontstonden uit ‘mondelinge traditie’ of werden later ‘opgetekend’ door verzamelaars.
✅ Dus: ‘auteur onbekend’ (of minstens: niet eenduidig te achterhalen).
9. Trekt voor Michiel ( 29 sept. ) de vogel niet, geen winter ligt er in het verschiet.

– “Trekt voor Michiel de vogel niet”:
Wacht met bepaalde dingen (vaak: ‘niet te vroeg trekken/weggaan’) tot na Michiel (29 september).
– “geen winter ligt er in het verschiet”:
Als je dat doet (dus niet te vroeg handelt), dan ‘wordt het niet (te) snel winter’—er komt dan ‘geen “vroeg winterweer” ‘ waar je rekening mee moet houden.
🔎 In de praktijk wordt het gezegde gebruikt als een ‘rijmende weerspreuk/volkswijsheid’:
– ‘Trekken de vogels te vroeg weg vóór 29 september’, dan zou dat een teken zijn dat de winter ‘vroeg of streng’ kan beginnen.
– Blijven vogels langer, dan wordt een ‘zachter verloop’ verwacht.
Oorsprong 🕰️ :
– Het is een ‘Nederlands/Vlaams volksgezegde’ dat aansluit bij ‘seizoens- en weersvoorspellingen’ op basis van ‘natuurverschijnselen’ (zoals vogeltrek).
– De datum 29 september verwijst naar Sint-Michiel (St.-Michiel), een bekende ‘zomer-/herfstmijlpaal’ in de Lage Landen.
– Veel van zulke spreuken zijn ontstaan uit ‘praktijkobservaties’:
Men zag patronen in hoe weer en seizoenen zich gedragen rond vaste feestdagen.
📌 Belangrijk om te weten:
Dit soort spreuken hebben vaak ‘geen één specifieke “maker” ‘; ze zijn vaak ‘geleidelijk in de volksmond ontstaan’ en later opgeschreven in verzamelingen van spreuken.
Auteur ✍️:
– ‘Waarschijnlijk geen bekende individuele auteur.’
– Het is een ’traditioneel volksgezegde’ (anoniem), dat later is overgeleverd via mondelinge traditie en verzamelingen.
10. Zonder onweer, Michielsregen ( 29 sept. ) zachte winter, goede zegen.

“Zonder onweer, Michielsregen (29 sept.), zachte winter, goede zegen.” verwijst naar een weerspreuk waarbij men voorspelt hoe het seizoen (meer bepaald de winter) zal verlopen.
– Michielsregen (29 september):
als het rond 29 september (Sint-Michiel / Michaël) regent.
– “Zonder onweer”:
als die regen ‘niet gepaard gaat met onweer’ (dus geen donder/bliksem).
– Dan zou dat betekenen:
– “zachte winter” → de winter zou ‘mild/zacht’ zijn
– “goede zegen” → men verwachtte ook ‘goede voorspoed/gezegend jaar’ (voor oogst, gezondheid, geluk)
➡️ Kortom:
‘Regen op Sint-Michiel, maar zonder onweer, voorspelt een zachte winter en voorspoed.’
🌦️ Oorsprong:
Dit soort uitdrukkingen zijn ‘volksweerspreuken’ uit het Nederlands/Vlaams erfgoed.
– Ze zijn meestal ontstaan uit:
– ‘landbouwwaarnemingen’ (mensen keken naar weerpatronen rond vaste feestdagen)
– ‘mondelinge traditie’ die later werd opgetekend
– ‘Koppeling aan kalenderdagen’ (zoals 29 september) is typisch voor het type gezegde:
– bepaalde dagen golden als “ijkpunten” in het jaar voor voorspellingen
– De term “Michiels-” verwijst naar Sint-Michiel (St. Michael), die in de volkskalender vaak werd gebruikt als weer-sleuteldag.
> Belangrijk: deze spreuken berusten op “wat men vroeger vaak merkte”.
✍️ Auteur:
Veel volksgezegden van dit type hebben ‘geen bekende individuele auteur’.
– Ze zijn doorgaans:
– ‘anoniem’ ontstaan binnen de bevolking
– later ‘verzameld/opgetekend’ door folkloristen of weerkundige verzamelaars
11. Sint Michielszomer ( 29 sept. ).

“Sint Michielszomer” verwijst naar een ‘korte nazomerperiode’ rond 29 september (Sint-Michiel), waarin het vaak ‘nog warm en zonnig’ is—alsof de zomer nog even “terugkomt”.
– ‘Wanneer?’ Rond ‘eind september’, dus na de echte nazomer en vóór de echte herfst doorzet.
– ‘Wat bedoelt men ermee?’ Dat je in de late zomer/herfst ‘nog aangename omstandigheden’ krijgt.
🌍 Oorsprong:
De naam hangt samen met de ‘feestdag van Sint-Michiel op 29 september’.
– In Nederland en Vlaanderen is het gebruikelijk dat ‘volksbenamingen’ voor weersomstandigheden gekoppeld zijn aan ‘heiligendagen’.
– Men merkte door de tijd heen dat rond die kalenderdatum soms nog “zomerweer” optreedt, en zo ontstond de volksnaam.
📌 Het is een ‘waarneming/benaming’ uit de volkskunde.
👤 Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
– Dit soort uitdrukkingen zijn ‘anoniem ontstaan’:
Ze groeien uit ‘volksgebruik’ en ‘mondelinge traditie’.
– Het is dus geen citaat met een specifieke bedenker, maar een ‘vast gezegde/term’ die later in woordenboeken en regionale taal terechtkwam.
📚 Gerelateerde uitdrukkingen (ter vergelijking)
In dezelfde sfeer bestaan o.a.:
– “Zevenbergen / Zevenbruiden” (regionaal weerfenomeen rond september/oktober)
– “Nazomer” (algemener en minder aan een specifieke heilige gekoppeld)
– Allerlei ‘heiligenweer’-spreuken (per regio verschillend).
12. Valt het loof vroegtijdig van de bomen, dan is de winter niet te schromen.

– ‘Wanneer de bladeren vroeg vallen’, dan wordt dat gezien als een teken dat de ‘winter streng/ingrijpend’ zal worden.
– Met andere woorden:
‘Vroege bladval → zware winterverwachting’.
🌿 Oorsprong:
Dit is een ‘klassiek Nederlands spreekwoord/gezegde’ dat teruggaat op ‘oude volkswijsheid’. Zulke gezegden zijn meestal gebaseerd op:
– ‘ervaringen van mensen door de eeuwen heen’
– ‘waarnemingen in de natuur’ (o.a. weerpatronen rond herfst en winter)
⚠️ Belangrijk: Het is een ’traditionele vuistregel’ uit de folklore/landelijke kalenderkennis.
👤 Auteur:
– Dit gezegde heeft ‘geen bekende individuele auteur’.
– Het is een ‘anoniem volksgezegde’ (zoals veel spreekwoorden), dat ‘mondeling’ is doorgegeven en later in verzamelingen terechtkwam.
13. Geeft Sint Michiel (29 sept.) geen wijn, dan geeft Sint Gal azijn.

14. Bijna elk jaar, staat er een Michiels (29 sept.) zomertje klaar.

15. Acht dagen zonneschijn, geeft Michiel (29 sept.) om wel te zijn.

16. Een regendrop op Sint Michiel (29 sept.), dat’s zachten winter die er viel, doch zyn de eikels dan niet raar, dit voorspelt sneeuw op ‘t eind van ‘t jaar.

Maar als de eikels op dat moment nog niet rijp zijn (“raar” betekent hier “rauw” of “onrijp”), dan voorspelt dit juist sneeuw aan het eind van het jaar
Het is dus een dubbele voorspelling: regen = zachte winter, tenzij de eikels nog niet rijp zijn.
Oorsprong: Behoort tot het genre van “lostage” – oude weersvoorspellingen gebaseerd op observatie van natuurverschijnselen op specifieke heiligendagen. Sint-Michiel (29 september) markeert traditioneel het begin van de herfst en was een belangrijke dag voor weersvoorspellingen.
17. Trekken de zwaluwen vóór Sint-Michiel weg, dan komt de winter vroeg.

De spreuk zegt dat wanneer de zwaluwen al vertrokken zijn (naar hun overwinteringsgebied in Afrika) vóórdat het Sint-Michielsfeest (29 september) heeft plaatsgevonden, dit een voorteken is voor een vroege en strenge winter. Zwaluwen zijn trekvogels die normaal pas in de nazomer/herfst wegtrekken; als ze ongewoon vroeg vertrekken, werd dat door boeren gezien als een teken dat de natuur “aanvoelt” dat de kou vroeg zal invallen.
Sint-Michiel als ijkpunt:
29 september (Michaelmas, het feest van de aartsengel Michaël) was in de agrarische kalender een belangrijk keerpunt:
het einde van de oogst en het begin van de voorbereiding op de winter. Daarom draaien opvallend veel weerspreuken om deze datum, bijvoorbeeld:
– “Sint-Michiel brengt de winter onder zijn kiel.”
– “Trekt voor Michiel de vogel niet, geen winter is nog in het verschiet”
— dit is eigenlijk het spiegelbeeld van deze spreuk:
blijven de vogels juist láng, dan komt de winter laat.
– “Als eikelen vallen voor Sint Michiel, dan snijdt de winter door lijf en ziel”
— hetzelfde principe, maar dan met vallende eikels als voorteken.
Je ziet dus dat deze spreuk deel uitmaakt van een hele familie van Sint-Michielsspreuken, allemaal gebaseerd op hetzelfde idee:
Vroege natuurverschijnselen (vroeg vertrekkende trekvogels, vroeg vallende eikels, vroeg verkleurend blad) rond die datum zouden een strenge, vroege winter voorspellen.
Oorsprong en auteur:
Zoals bij vrijwel alle weerspreuken is er geen aanwijsbare auteur. Het zijn overgeleverde volkswijsheden uit de agrarische samenleving, ontstaan uit generaties van observatie door boeren die geen andere weersvoorspelling hadden dan het gedrag van dieren, planten en de seizoenen. Ze werden mondeling doorgegeven en later verzameld in almanakken en boerenkalenders (vaak vanaf de 17e-19e eeuw schriftelijk vastgelegd, maar de kern is vaak veel ouder).
18. Met Sint-Michiel moet de oogst binnen zijn.

Dit gezegde herinnert boeren eraan dat de belangrijkste oogstwerkzaamheden voltooid moeten zijn tegen de feestdag van Sint-Michiel, die op 29 september valt. Het markeert de overgang van de zomer naar de herfst en de noodzaak om voorraden aan te leggen voor de winter.
Oorsprong:
De oorsprong ligt in de christelijke traditie en de landbouwkalender. Sint-Michiel, of de aartsengel Michaël, wordt geassocieerd met de herfst en het einde van het groeiseizoen. In het verleden was dit een cruciale datum voor boeren om hun gewassen binnen te halen voordat het weer slechter werd.
Auteur:
Er is ‘geen specifieke auteur bekend’ voor dit gezegde. Het is een volkswijsheid die door de eeuwen heen is doorgegeven en deel uitmaakt van de Nederlandse cultuur en landbouwtraditie.