- Oogst geschoren, winter geboren.

– Zodra de ‘oogst is binnengehaald’ of het graan is ‘afgemaaid’, begint men al aan de ‘winter’ te denken.
– Het drukt uit dat na de periode van overvloed en arbeid op het land de tijd van kou, schaarste en voorbereiding aanbreekt.
– Vrijer gezegd:
‘na de zomer en de oogst kondigt de winter zich al aan’.
Het woord “geschoren” betekent hier niet “geschoren” zoals bij haar of schapen, maar ‘afgesneden of gemaaid’, vooral van graan.
🧺 Oorsprong:
Dit is een ‘oud agrarisch gezegde’ of ‘volkswijsheid’ uit de landbouwcultuur.
– In vroegere tijden was de oogst een belangrijk keerpunt in het jaar.
– Als het graan gemaaid was, begon de voorbereiding op de winter: voedsel opslaan, hout verzamelen, vee verzorgen, enzovoort.
– Het gezegde past in een traditie van ‘seizoensspreuken’ en ‘boerenwijsheden’.
De formulering is waarschijnlijk ontstaan in de Nederlandstalige plattelandscultuur, mogelijk ook in Vlaanderen of oude landelijke streken waar zulke rijmende spreuken mondeling werden doorgegeven.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’ van dit gezegde.
Het wordt beschouwd als een ‘anoniem volksgezegde’:
een spreuk die via mondelinge overlevering is ontstaan en doorgegeven.
2. Als augustus met veel regen heen gaat , de koe straks gezond op stal staat.

– Als er in ‘augustus veel regen’ valt, groeit het gras goed door.
– Daardoor is er later ‘genoeg vers gras of wintervoer’ voor het vee.
– De koeien gaan dan in het najaar of de winter ‘goed gevoed en gezond de stal in’.
Kort gezegd:
‘Een natte augustus is gunstig voor het vee en de voedselvoorraad van de boer.’
🌾 Achtergrond en oorsprong:
Dit gezegde komt uit de ‘agrarische volkswijsheid’. Boeren letten vroeger sterk op het weer, omdat regen, droogte, zon en wind direct invloed hadden op:
– grasgroei;
– hooi- en voederopbrengst;
– gezondheid van het vee;
– voorbereiding op de winter.
Voor veehouders kon regen in augustus gunstig zijn, omdat het weiland na de zomer opnieuw kon aangroeien. Dat leverde extra voer op voordat de koeien op stal gingen.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’ van dit gezegde.
Het is waarschijnlijk:
– mondeling doorgegeven;
– afkomstig uit de boerenstand;
– later opgenomen in weerspreuken, almanakken of volkskundige verzamelingen.
Daarom wordt het beschouwd als een ‘anoniem volksgezegde’.
3. Sint-Augustijn ( 28 aug. ) stopt de zomer in bed, tot de winter is gered.

– Rond 28 augustus, de feestdag van Sint-Augustijn, loopt de zomer duidelijk op haar einde.
– De dagen worden korter, de avonden koeler en de herfst komt dichterbij.
– Tegelijk is dit traditioneel de periode waarin veel oogst binnen is of wordt binnengehaald, zodat men zich kon voorbereiden op de winter.
Kort gezegd:
‘na Sint-Augustijn is de zomer voorbij of op haar retour, en moet de voorraad voor de winter veiliggesteld zijn.’
🌾 Achtergrond:
Dit is een typisch ‘weerspreuk’ of ‘boerengezegde’. Zulke spreuken koppelden het verloop van het weer, de seizoenen en het landbouwwerk aan vaste dagen op de heiligenkalender.
Sint-Augustijn verwijst hier naar Augustinus van Hippo:
– Geboren: 354
– Gestorven: 28 augustus 430
– Bisschop, kerkvader en filosoof
– Zijn kerkelijke feestdag valt op 28 augustus.
Die datum viel in de landbouwkalender op een belangrijk kantelpunt: het einde van de hoge zomer en het begin van de nazomer/herfstvoorbereiding.
📜 Oorsprong:
De oorsprong ligt waarschijnlijk in de ‘volks- en landbouwcultuur van de Lage Landen’ of bredere katholieke gebieden waar heiligendagen als tijdsaanduiding werden gebruikt.
Boeren hadden vroeger geen moderne weersvoorspellingen. Daarom ontstonden er spreuken zoals:
– “Na Sint-Jan keert het blad zich om”
– “Met Sint-Michiel moet de oogst binnen zijn”
– “Is het mooi op Sint-Laurens, dan volgt een goede herfst”
Dit gezegde past in diezelfde traditie: een ‘kalenderwijsheid’ die seizoensverandering en oogstzekerheid uitdrukt.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde is een ‘anoniem volksgezegde’ of ‘boerenspreuk’, mondeling doorgegeven en later mogelijk opgetekend in almanakken, spreukenverzamelingen of volkskundige bronnen.
4. Na Sint-Augustijn ( 28 aug. ), zullen de onweders over zijn.

‘Na 28 augustus zijn de zware zomeronweders meestal voorbij’ of in elk geval minder vaak voorkomen.
Het is een ‘weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’:
een korte uitspraak gebaseerd op langdurige waarnemingen van het weer door landbouwers en plattelandsbewoners.
📅 Wie is Sint-Augustijn?
– Sint-Augustijn verwijst naar Sint-Augustinus van Hippo.
– Hij was een belangrijke kerkvader en bisschop.
– Zijn feestdag valt op 28 augustus, de dag van zijn overlijden in het jaar 430.
🌾 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde’ en de ‘agrarische kalender’.
Vroeger gebruikte men heiligendagen als herkenningspunten in het jaar. Omdat veel mensen geen moderne kalender of weersvoorspelling hadden, koppelden ze natuurverschijnselen aan bekende feestdagen.
Rond eind augustus:
– worden de dagen merkbaar korter;
– neemt de zonnekracht af;
– koelt de lucht sneller af;
– neemt de kans op zware warmte-onweders gemiddeld af.
Daarom ontstond de gedachte dat ‘na Sint-Augustijn het onweerseizoen op zijn einde loopt’.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anoniem volksgezegde’, ontstaan uit mondelinge overlevering. Zulke spreuken werden van generatie op generatie doorgegeven, vooral onder boeren, herders en mensen die sterk afhankelijk waren van het weer.
5. Na het feest van Sint-Augustijn, zullen er geen hete dagen meer zijn.

‘Na Sint-Augustijn is de grootste zomerhitte meestal voorbij’.
Het feest van Sint-Augustijn / Sint-Augustinus valt op 28 augustus.
Met andere woorden:
rond het einde van augustus worden de dagen korter, de nachten koeler en begint de overgang naar de herfst merkbaar te worden.
📅 Wie is Sint-Augustijn?
Met Sint-Augustijn wordt meestal bedoeld:
– Sint-Augustinus van Hippo
– christelijk kerkvader en bisschop
– geboren in 354, gestorven op 28 augustus 430
– zijn feestdag is daarom 28 augustus
🌾 Oorsprong:
Dit gezegde behoort tot de ‘volksweerkunde’ of ‘boerenwijsheden’.
Vroeger gebruikte men de feestdagen van heiligen als herkenningspunten in het jaar. Omdat niet iedereen een kalender had zoals wij die kennen, zei men bijvoorbeeld:
– rond Sint-Jan
– met Sint-Maarten
– na Sint-Augustijn
– tegen Allerheiligen
Zo werden weersverwachtingen, landbouwmomenten en seizoensveranderingen gekoppeld aan heiligendagen.
Het gezegde is waarschijnlijk ontstaan uit ‘praktische waarneming’:
eind augustus neemt de kans op langdurige hitte gemiddeld af.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is dus:
– een ‘anoniem volksgezegde’
– afkomstig uit mondelinge overlevering
– niet geschreven door Sint-Augustinus zelf.
Maandspreuken augustus:
6. Op een avond in augustus doe je een boodschap buiten en ineens is het aardedonker. Het is nog steeds zomer, maar de zomer leeft niet meer.

De zin betekent dat ‘de nazomer emotioneel kan eindigen voordat hij officieel voorbij is’.
– Het is ‘nog steeds augustus’, technisch gezien nog steeds zomer.
– Maar plotseling zijn de avonden weer donker.
– De warmte en vrijheid van de hoogzomer lijken verdwenen.
– “De zomer leeft niet meer” suggereert een gevoel van ‘verlies, melancholie en seizoensovergang’ — het moment waarop je beseft dat de herfst eraan komt.
Het vangt dat typisch Noordse/Baltische gevoel van een zomer die kort, intens is en dan abrupt begint te vervagen.
📚 Oorsprong & Auteur:
– Auteur: Tove Jansson
– Werk: Het zomerboek
– Originele titel: Sommarboken
– Taal: Zweeds
– Gepubliceerd: 1972
– Engelse vertaler: Thomas Teal
De meest geciteerde Engelse versie is:
> “Op een augustusavond moet je buiten een boodschap doen, en ineens is het pikdonker. Het is nog zomer, maar de zomer leeft niet meer.”
🌿 Context:
“Het zomerboek” is een rustige, poëtische roman over een jong meisje en haar grootmoeder die de zomer doorbrengen op een klein eiland in de Golf van Finland. Het boek staat vol observaties over de natuur, ouder worden, de kindertijd en het verstrijken van de tijd.
Dit citaat is niet echt een gezegde of spreekwoord; het is een ‘literair citaat’ van Jansson, dat vaak wordt gedeeld omdat het zo perfect het emotionele einde van de zomer beschrijft.
7. Het gebladerte heeft in de loop van de maand augustus zijn frisheid verloren en hier en daar laat zich een geel blad zien als de eerste grijze haar tussen de lokken van een schoonheid die een seizoen te veel heeft gezien.

– 🍃 ‘In augustus zijn de bladeren niet meer zo fris en groen als eerder in de zomer.’
– 🍂 ‘Er verschijnen een paar gele bladeren’, wat de eerste tekenen van de herfst aankondigt.
– 👩🦳 Het gele blad wordt vergeleken met ‘het eerste grijze haartje’ in het haar van een nog steeds mooie vrouw.
– ⏳ De uitdrukking “wie één seizoen te veel heeft meegemaakt” betekent dat iemand of iets ‘ouderdom begint te vertonen’, iets voorbij zijn hoogtepunt van frisheid of jeugdige schoonheid.
Het hele beeld suggereert dus:
> ‘De natuur is nog steeds mooi, maar de eerste tekenen van veroudering en verval beginnen zich te openbaren.’
📌 Is het een idioom? Niet helemaal. Het kan beter worden omschreven als:
– een ‘literaire vergelijking’
– een ‘uitgebreide metafoor’
– een poëtische manier om de overgang van ‘zomer naar herfst’ te beschrijven.
Het idee van het ‘gele blad’ als symbool van ouderdom of verval kent echter een lange literaire geschiedenis.
✍️ Auteur en oorsprong:
De passage is van Oliver Wendell Holmes Sr.
Het komt voor in:
> “The Autocrat of the Breakfast-Table”
> Gepubliceerd in boekvorm in 1858
> Voor het eerst in afleveringen gepubliceerd in “The Atlantic Monthly” in 1857-1858
Oliver Wendell Holmes Sr. was een Amerikaanse arts, dichter, essayist en humorist – niet te verwarren met zijn zoon, Oliver Wendell Holmes Jr., rechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof.
🍂 Literaire achtergrond: “Geel blad”:
Het beeld van het “gele blad” symboliseert vaak:
– veroudering
– vervagende schoonheid
– herfst
– achteruitgang
– naderende dood of einde
Een beroemd, ouder voorbeeld vinden we in Shakespeares “Macbeth”, Akte 5, Scène 3:
> “Mijn levenswijze
> Is verdorren, het gele blad…”
Hier gebruikt Macbeth het “gele blad” om de late levensfase te beschrijven.
Holmes’ passage is waarschijnlijk gebaseerd op deze oudere literaire associatie, hoewel hij er een lichter, eleganter seizoensbeeld aan geeft.
🧠 Simpel gezegd:
> ‘De late zomer begint er oud uit te zien, net zoals een mooie vrouw voor het eerst tekenen van ouderdom vertoont wanneer er een grijs haar verschijnt.’
Het is een poëtische observatie over ‘de eerste zichtbare tekenen van achteruitgang na een periode van schoonheid en bloei’.