- Slechts in juli gloed, dan worden vrucht en wijn goed!

– ‘Als juli warm en zonnig (gloed = hitte/zonnewarmte) is’,
– dan ‘rijpen fruit en druiven beter’,
– waardoor ‘vruchten en wijn van betere kwaliteit’ worden.
➡️ Kortom: “Zonnige, warme juli = goede oogst.”
🌍 Oorsprong:
Dit soort uitdrukkingen hoort bij ‘volksweerspreuken’ en ‘landbouwspreuken’ uit de Lage Landen. Ze werden gebruikt om op basis van het weer in een bepaalde maand te voorspellen hoe het met:
– ‘oogst van fruit’
– ‘druivenoogst (wijnbouw)’
– en dus de kwaliteit van de opbrengst
zou gaan.
🔎 Mogelijke herkomst:
– ‘Traditioneel volksgeloof’ + ervaring van telers en wijnbouwers
– Vaak vastgelegd/overgeleverd in verzamelingen van ‘spreuken, landbouwwijsheid en weerkalenders’.
⚠️ Belangrijk: er is waarschijnlijk ‘geen één unieke “uitvinder” ‘ of één specifiek beginpunt voor precies deze formulering. Zulke spreuken bestaan vaak in meerdere varianten.
✍️ Auteur:
– Voor dit gezegde is ‘geen bekende, specifieke auteur’ gedocumenteerd.
– Het wordt doorgaans beschouwd als ‘anoniem volksgezegde’.
2. Fluit de merel heel de dag, dan komt er wel een regendag.

– Als de ‘merel de hele dag blijft fluiten’, is dat vaak een teken dat het ‘later die dag of op korte termijn gaat regenen’.
– Kort gezegd: ‘veel (druk) gezang van de merel = vaak slecht weer in aantocht.’
🌦️ Oorsprong:
– Dit gezegde behoort tot de ‘volksweerkunde’: oude, in het dagelijks leven waargenomen signalen uit ‘natuur en dieren’.
– Men geloofde dat vogels (zoals de merel) reageren op ‘veranderingen in het weer’ (bijv. ‘vochtigheid’, luchtdruk of het naderen van neerslag).
– Concreet:
– Bij ‘naderende regen’ verandert het weer vaak zo dat vogels anders zingen (of juist actiever zijn).
– Zo ontstond een ‘regel uit ervaring’, die later als gezegde is doorgegeven.
🧑💻 Auteur:
– Er is ‘geen bekende specifieke auteur’.
– Het gezegde is ‘anoniem’ en komt uit de ‘orale traditie’ (spreekwoorden/verhalen/volkswijsheid), later gebundeld in verzamelwerken.
3. Met een zonnige dag en een vochtige nacht staat al wat bloeit in volle pracht.

– ‘Zonnig weer overdag’ zorgt voor groei/energie bij planten.
– ‘Een vochtige nacht’ (bijv. dauw of hoge luchtvochtigheid) helpt bloemen om ‘fris te blijven en mooi te openen’.
– Samen leiden ze tot: ‘alles wat bloeit staat in optimale conditie’.
Kort gezegd: ‘goed weercombinatie = maximale bloei’.
☀️🌙 Oorsprong:
– Dit soort uitdrukkingen is typisch voor ‘Nederlandse/ Vlaamse spreektaal en weerwijsheden’: korte, beeldende zinnetjes die verband leggen tussen ‘weersomstandigheden en natuurverschijnselen’.
– Er is meestal ‘geen één specifieke “uitvinder” ‘; het gaat vaak om een ‘folkloristische observatie’ die mondeling is doorgegeven.
– De formulering oogt als een ‘klassieke weerwijsheid’: het beschrijft een “recept” dat in de praktijk vaak klopt (zonnige dag + dauw/vocht = gunstig voor bloemen).
> 📌 Let op: Zonder specifieke bron (boek/druk/archief) is het lastig om de ‘exacte’ oorsprong (eerste vermelding) met zekerheid te dateren.
👤 Auteur:
– Voor dit gezegde geldt doorgaans: ‘geen bekende vaste auteur’.
– Het is waarschijnlijk ‘anoniem’ ontstaan uit weer- en seizoenswaarnemingen.
4. Slechts in juli gloed, worden oogst en vruchten goed.

Een ‘goede oogst en rijpe vruchten zijn afhankelijk van warm, zonnig weer in de maand juli'(de “gloed”).
– Als juli gunstig is (zon/warmte), dan worden de oogst en vruchten beter.
– Is juli minder gunstig, dan kan de opbrengst tegenvallen.
📜 Oorsprong:
Dit is een ‘weer-/oogstspreuk’ (een boerenwijsheid) die al lang in het ‘Nederlandse taalgebruik’ rondgaat. Zulke spreuken komen meestal voort uit:
– ‘Ervaringskennis van boeren en tuinders’
– ‘Seizoensgebonden waarnemingen’: men merkte vroeger dat het weer in bepaalde maanden sterk samenhangt met oogstresultaten.
> Let op: de exacte “eerste bron” of oorspronkelijke auteur is vaak niet vast te stellen, omdat het meestal gaat om mondeling overgeleverde spreuken en latere verzamelaars.
🧑🌾 Auteur:
– ‘Geen bekende specifieke auteur’ vermeld of aantoonbaar gekoppeld.
– Het is typisch een ‘collectief volksgezegde’ dat later is ‘opgetekend’ in spreukenboeken.
Maandspreuken juli:
5. In juli wordt de ochtend rood en ’s avonds is het weer slecht.

– “Ochtend rood” → vaak wijst dit op ‘zonlicht/een bepaalde luchttoestand’ die kan voorafgaan aan onstabiliteit.
– “’s avonds is het weer slecht” → die onstabiliteit kan later leiden tot ‘regen, buien of stormachtig weer’.
> Kortom: ‘als het in juli in de ochtend rood kleurt, krijg je later op de dag vaak slecht weer.’ 🌤️➡️🌧️
Oorsprong 📜:
Dit soort ‘weer- en spreuken’ zijn meestal:
– ‘volkswijsheden’ uit de Nederlanden (en omliggende streken),
– ontstaan uit ‘lange observatie van het weer’,
– later doorgegeven als ‘rijmpjes/gezegden’.
Auteur ✍️:
– Voor dit specifieke gezegde is ‘geen algemeen bekende auteur’ vastgesteld.
– Het is doorgaans te beschouwen als ‘anoniem’ (volkswijsheid/spreuk).
Extra: Waarom kan dit “werken”? 🌈⛈️
Kleur in de ochtend (zoals “rood”) kan samenhangen met:
– ‘stofdeeltjes / bewolking op grotere hoogte’, of
– een ‘laagdrukgebied’ of ‘luchtverandering’ die later op de dag omslaat.
Dat is dus geen garantie, maar een ’traditionele regel’ op basis van waarnemingen.
6. Als de mierenhopen in juli hoog zijn, zal de komende winter streng zijn.

Het gezegde stelt dat als mieren in juli ongewoon hoge mierennesten bouwen, dit een teken is dat de komende winter streng zal zijn — koud, sneeuwrijk en guur. Het behoort tot een grote familie van ‘dierlijke weersvoorspellingen’, waarbij het gedrag van insecten en dieren wordt geïnterpreteerd als een voorteken voor het komende seizoen. Soortgelijke gezegden in dezelfde traditie zijn bijvoorbeeld: zo hoog als de hoornaars hun nesten bouwen, zo hoog zal de sneeuw de volgende winter zijn, en andere op insecten gebaseerde voorspellingen zoals: het horen van cicaden betekent dat er droog weer zal volgen, met vorst over zes weken.
Oorsprong:
Het komt voort uit de oude traditie van het observeren van het weer op het platteland in Amerika — dezelfde volkscultuur die ook gezegden voortbracht over de pluimstaarten van eekhoorns, kaki-zaden, wollige beerrupsen en beverholen. Dit soort overleveringen werd mondeling doorgegeven onder boeren en plattelandsgemeenschappen, lang voordat ze werden opgeschreven. Ze zijn bewaard gebleven en populair geworden, met name door publicaties zoals “The Old Farmer’s Almanac”, waarin ze worden opgenomen tussen gezegden over mieren, cicaden en andere insecten als weersvoorspellers. Er is geen eenduidige auteur of ontstaansdatum te achterhalen — het is echt anonieme, collectieve folklore, en daarom wordt het in elke bron die het citeert alleen toegeschreven aan “Amerikaanse folklore” of “Amerikaans spreekwoord”.