- Als vroege krokussen bloeien, zullen ze met koude stoeien.

Letterlijk:
> ‘Wanneer krokussen vroeg in het jaar uitkomen, is de winterkou vaak nog niet voorbij en kunnen ze met vorst, sneeuw of koude wind te maken krijgen’.
Het werkwoord ‘stoeien’ is hier beeldspraak: de bloemen moeten als het ware „worstelen” met de terugkerende kou.
Figuurlijk:
Kan de spreuk ook waarschuwen dat ‘een vroeg begin niet betekent dat alle moeilijkheden al voorbij zijn’.
📜 Oorsprong:
De zin behoort tot de ‘Nederlandse en Vlaamse traditie van weerspreuken of boerenwijsheden’.
Zulke rijmende spreuken:
– waren gebaseerd op waarnemingen van natuur en seizoenen;
– werden mondeling doorgegeven;
– hielpen boeren en tuiniers weersontwikkelingen te onthouden;
– verschenen later in kalenders, almanakken en verzamelingen van volksspreuken.
De gedachte achter de spreuk is meteorologisch aannemelijk:
krokussen kunnen al in februari of maart bloeien, terwijl nachtvorst en winterse buien dan nog geregeld voorkomen.
Er bestaan waarschijnlijk verschillende formuleringen, bijvoorbeeld:
> „Als de krokussen bloeien, zullen ze met de koude stoeien.”
De ‘precieze ouderdom van deze specifieke formulering is niet met zekerheid vast te stellen’. Het kan ook een relatief moderne, rijmende variant van oudere volkswijsheid zijn.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk geldt als ‘anonieme volkswijsheid’.
Zonder een aantoonbare vroege publicatie waarin een schrijver de zin als eigen werk presenteert, kan hij dus het best worden vermeld als:
> ‘Auteur: onbekend / Nederlandse weerspreuk / volkswijsheid’.
2. Er zijn drie kwaaien in het land; zuipneus, druipneus en klappertand.

Dit is een humoristisch, rijmend gezegde over drie onaangename personen of kwalen:
– ‘zuipneus’:
– een dronkaard of iemand die buitensporig veel drinkt;
– ‘druipneus’:
– iemand met een voortdurend lopende neus, dus verkoudheid;
– ‘klappertand’:
– iemand die klappertandt van kou, koorts of angst.
„Kwaaien” is een oude of volkse meervoudsvorm van „kwaad”:
kwade zaken, ongemakken of plagen. In modern Nederlands zou de strekking ongeveer zijn:
> ‘Drankzucht, verkoudheid en bibberkou zijn drie grote ongemakken.’
Het gezegde is vooral bedoeld als ‘komische opsomming en woordspel’; de rijmende samenstellingen zijn belangrijker dan een diepere levensles.
🕰️ Oorsprong:
Een goed traceerbare negentiende-eeuwse vindplaats is het “Nederlandsche spreekwoordenboek” van Pieter Jacob Harrebomée uit het midden van de negentiende eeuw. Daar komt het in oude spelling voor als iets in de trant van:
> “Er zijn drie kwaaijen in het land: zuipneus, druipneus en klappertand.”
Het gezegde zal waarschijnlijk al eerder ‘mondelinge volkstaal’ zijn geweest. Harrebomée verzamelde bestaande spreekwoorden; hij bedacht ze doorgaans niet zelf.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen individuele auteur bekend’. Het geldt als een ‘anoniem volksgezegde’.
3. Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand.

“Als de R in de maand is, is het weer niet altijd meegaand” betekent dat het weer in de maanden met een ‘r’ vaak kouder, natter en onstuimiger kan zijn.
Het gaat om:
– september
– oktober
– november
– december
– januari
– februari
– maart
– april
De maanden zonder ‘r’ — mei, juni, juli en augustus — vormen grofweg het warmere deel van het jaar.
“Niet altijd meegaand” betekent hier:
‘niet altijd aangenaam of gunstig’.
📜 Oorsprong:
De spreuk behoort tot de traditionele ‘volks- en weerswijsheden’. Het idee van “de r in de maand” is al lang bekend in Nederland en andere Europese landen. Het werd onder meer gebruikt om:
– het koudere seizoen aan te duiden;
– te bepalen wanneer warme kleding of extra weerstand nodig was;
– aan te geven wanneer schaal- en schelpdieren traditioneel het best gegeten konden worden.
De precieze formulering met “is het weer niet altijd meegaand” lijkt vooral een rijmende uitbreiding van die oudere volksregel.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen aantoonbare individuele auteur’ bekend.
De uitspraak geldt als een ‘anoniem volksgezegde’ of een moderne variant daarop. Toeschrijvingen aan een bepaalde schrijver of dichter zijn zonder betrouwbare bron niet goed te onderbouwen.
4. In november worstelt de winter nog met de herfst.

“In november worstelt de winter nog met de herfst” is een poëtische beschrijving van november als ‘overgangsmaand’:
– de herfst is nog merkbaar door regen, wind en vallende bladeren;
– tegelijk kondigt de winter zich aan met kou, nachtvorst en soms sneeuw;
– het wisselvallige weer wordt voorgesteld als een ‘worsteling’ tussen beide seizoenen.
Het is dus geen letterlijke weersvoorspelling, maar een ‘personificatie’:
herfst en winter worden voorgesteld alsof ze met elkaar strijden.
📜 Oorsprong:
De exacte oorsprong is ‘niet betrouwbaar vast te stellen’. De zin lijkt een moderne seizoensspreuk, mogelijk gebaseerd op oudere volkswijsheden over november als overgang van herfst naar winter. Vergelijkbare formuleringen komen ook ‘in het Duits’ voor, zoals:
> “Im November ringt der Winter mit dem Herbst.”
Er zijn echter geen duidelijke aanwijzingen dat de Nederlandse formulering een oud, officieel overgeleverd spreekwoord is. Waarschijnlijk is het eerder een ‘anonieme weerspreuk of kalenderwijsheid’.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen met zekerheid bekende auteur’.
Bij citeren kun je daarom het beste vermelden:
> “In november worstelt de winter nog met de herfst.” — ‘Anoniem’.
5. Het leven is in de herfst pas goed, als je elkaar de das om doet.

Dit is een humoristische woordspeling met twee betekenissen van “de das omdoen”:
– Letterlijk:
in de koude herfst doe je elkaar een das of sjaal om — een warm en zorgzaam gebaar.
– Figuurlijk:
‘iemand de das omdoen’ betekent iemand ten val brengen, ruïneren of uitschakelen.
De humor ontstaat door de tegenstelling tussen ‘liefdevolle zorg’ en de ‘dreigende uitdrukking’.
✍️ Auteur en oorsprong:
Het korte versje wordt algemeen toegeschreven aan Toon Hermans (1916–2000), bekend om zijn lichte gedichten, taalgrappen en aforismen. Het is dus geen oud volksgezegde, maar eerder een ‘humoristisch tweeregelig versje’ dat later als spreuk is gaan circuleren.
Een exacte eerste publicatiedatum of oorspronkelijke bundel wordt in veel citatenverzamelingen niet vermeld; daarom is ‘de precieze bibliografische oorsprong moeilijk vast te stellen’.
🧣 Oorsprong van de uitdrukking:
De uitdrukking “iemand de das omdoen” verwijst vermoedelijk naar iets dat strak om de hals wordt gedaan, zoals een strop, en kreeg daardoor betekenissen als:
– iemand uitschakelen;
– iemand te gronde richten;
– iemand fataal benadelen.
Toon Hermans gebruikt die bestaande uitdrukking vervolgens letterlijk als een warme ‘herfstdas’, waardoor de woordspeling ontstaat.
Maandspreuken november:
6. De maand november geeft mij het gevoel dat het leven sneller voorbijgaat. In een poging het te vertragen, probeer ik de uren zinvoller te vullen.

De zin drukt een bewustzijn uit van het ‘verstrijken van de tijd’, zeker tegen het einde van het jaar. November – met kortere dagen, een vervagende herfst en het naderende einde van het jaar – geeft de spreker het gevoel dat het leven te snel voorbijgaat.
Pogingen om het proces te ‘vertragen’ betekenen niet dat de tijd letterlijk langzamer gaat lopen. Het houdt in dat men de tijd ‘voller en substantiëler’ laat aanvoelen door elk uur bewust in te vullen:
door te werken, te leren, te creëren, contact te onderhouden met anderen, of door dingen te doen die er werkelijk toe doen.
Betekenisvolle ervaringen kunnen ervoor zorgen dat een periode achteraf minder leeg of vluchtig aanvoelt.
Auteur en herkomst 📚:
Het citaat wordt ‘veelvuldig toegeschreven aan Henry Rollins‘, de Amerikaanse muzikant, schrijver en spoken-word-artiest:
> “De maand november geeft me het gevoel dat het leven sneller voorbijgaat. In een poging dit te vertragen, probeer ik de uren betekenisvoller in te vullen.”
Op internet wordt het vaak in verband gebracht met het werk van Rollins; soms wordt verwezen naar “Solipsist”, zijn bundel uit 1998 met korte overpeinzingen en dagboekachtige teksten. Omdat veel websites het citaat echter overnemen ‘zonder paginanummer of verifieerbare bronvermelding’, dient men ‘voorzichtig om te gaan met de bewering dat dit de exacte oorspronkelijke publicatie is’.
Voorzichtige toeschrijving:
> —Henry Rollins, veelal toegeschreven aan “Solipsist”.
7. De herfst is het zachtere seizoen, en wat we verliezen aan bloemen winnen we meer dan aan vruchten.

Letterlijk gezien kent de herfst minder bloemen dan de lente of de zomer, maar dit wordt gecompenseerd door rijp fruit en de oogst.
Metaforisch gesproken suggereert het dat ‘volwassenheid en de latere levensfase misschien iets van de jeugdige schoonheid, frisheid of opwinding verliezen, maar daarvoor in de plaats meer diepgang, wijsheid, prestaties en vervulling krijgen’. In deze context betekent “mellower” (rijper/zachter) dat iets rijker, gematigder en volwassener is geworden.
✍️ Auteur en herkomst:
De uitspraak wordt toegeschreven aan Samuel Butler (1835–1902), de Engelse romanschrijver en essayist die vooral bekend is van “Erewhon” en “The Way of All Flesh” – niet te verwarren met de eerdere Samuel Butler (1612–1680), de auteur van “Hudibras”.
De tekst is terug te vinden in:
– “The Note-Books of Samuel Butler”
– Geselecteerd en bewerkt door Henry Festing Jones
– Postuum gepubliceerd in 1912
De toeschrijving aan Samuel Butler is dus goed onderbouwd; aangezien de bundel echter na zijn overlijden is samengesteld uit zijn persoonlijke aantekeningenboeken, ‘is de exacte datum waarop hij de zin oorspronkelijk noteerde, onzeker’.