5 november

  1. Rijp aan boom en plant, houdt geen drie dagen stand.
Foto: Annie Spratt.  🌿 Betekenis:
„Rijp aan boom en plant, houdt geen drie dagen stand” is een oude ‘weerspreuk’.
Met ‘rijp’ wordt hier niet „rijp fruit” bedoeld, maar ‘bevroren dauw of mist’:
het witte laagje ijskristallen op bomen en planten.
De spreuk zegt dat zulke rijp doorgaans maar kort blijft liggen en binnen enkele dagen verdwijnt door zon, dooi, wind of een weersverandering.
Vrij vertaald:
> ‘Rijp op bomen en planten blijft meestal geen drie dagen liggen.’
Het is volksweerkunde, „drie dagen” betekent vooral: ‘slechts korte tijd’.
📜 Oorsprong:
De spreuk komt uit de traditionele ‘boeren- en volksweerkunde’. Boeren en tuinders verbonden waarnemingen van rijp, dauw, mist en wolken aan het verwachte weer. Zulke regels werden eerst mondeling doorgegeven en later opgenomen in spreukenboeken, almanakken en weerkalenders.
‘De precieze eerste vindplaats of ontstaansdatum is niet met zekerheid bekend’. De formulering kan bovendien per streek of verzameling enigszins verschillen.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’. Het geldt als een ‘anonieme volksspreuk’. Iemand die de spreuk in een almanak of spreukenverzameling heeft opgetekend, is dus hoogstens de verzamelaar, niet noodzakelijk de bedenker.
> Een lezing waarbij ‘rijp’ „volgroeid fruit” betekent, is taalkundig denkbaar, maar in deze formulering is ‘rijp als vorstlaag’ de gebruikelijke verklaring.

2. Volgt de eerste sneeuw op regen, dat houdt een harde winter tegen.

Foto: Aaron Burden.  ❄️ Betekenis:
> ‘Wanneer de eerste sneeuw van het seizoen direct na regen valt, zou er geen langdurige, strenge winter volgen’.
De gedachte is dat regen vóór de eerste sneeuw wijst op zacht en wisselvallig weer. “Houdt … tegen” betekent hier niet dat de regen de winter letterlijk tegenhoudt, maar dat deze weersvolgorde als een voorteken van een milde of kwakkelende winter werd gezien.
📜 Oorsprong:
Het is een traditionele ‘Nederlandse weerspreuk’, ontstaan uit ‘volkswaarnemingen’ van boeren en andere mensen die sterk afhankelijk waren van het weer. Zulke rijmende spreuken werden ‘mondeling doorgegeven’ en later ook opgenomen in kalenders, almanakken en verzamelingen van weerspreuken.
Een ‘precieze plaats of datum van ontstaan is niet bekend’. Het rijm diende vooral om de spreuk gemakkelijk te kunnen onthouden.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk behoort tot de ‘anonieme volksoverlevering’ en is dus geen aantoonbaar citaat van één bepaalde schrijver of weerkundige.

3. Elk voorjaar heeft zijn najaar.

Foto: Aaron Burden.  🌱 Betekenis:
„Elk voorjaar heeft zijn najaar” betekent figuurlijk ‘dat iedere periode van groei, jeugd, bloei of voorspoed uiteindelijk wordt gevolgd door achteruitgang, ouderdom of een einde.’
Het kan zowel:
– ‘weemoedig’ worden opgevat:
niets moois duurt eeuwig;
– ‘berustend’:
bloei en verval horen bij de natuurlijke levensloop;
– ‘waarschuwend’:
houd er in goede tijden rekening mee dat omstandigheden veranderen.
Het voorjaar en najaar staan daarbij traditioneel voor respectievelijk ‘jeugd/begin’ en ‘ouderdom/einde’.
📜 Oorsprong:
De gedachte is zeer oud en sluit aan bij de klassieke vergelijking van het mensenleven met de seizoenen.
Ook doet zij denken aan het bijbelse:
„Alles heeft zijn tijd” uit *Prediker 3, maar de zin is daarvan geen letterlijk citaat.
De precieze formulering lijkt eerder een ‘aforisme of moderne spreuk’ dan een eeuwenoud, vastgelegd Nederlands spreekwoord.
✍️ Auteur:
Voor „Elk voorjaar heeft zijn najaar” is ‘geen betrouwbare oorspronkelijke auteur algemeen bekend’. De uitspraak wordt soms zonder bron als citaat gebruikt, maar een overtuigende eerste publicatie of auteursvermelding ontbreekt.
De veiligste aanduiding is daarom:
> ‘Auteur: onbekend / anonieme spreuk’
Strikt genomen is het bovendien eerder een ‘spreekwoordelijke wijsheid of aforisme’ dan een gezegde.

Maandspreuken november:

4. Geen schaduw, geen glans, geen vlinders, geen bijen, geen fruit, geen bloemen, geen bladeren, geen vogels – november!

Foto: Pramod Tiwari.  💭 Betekenis:
– 🌫️ Thema:
Het gedicht is een satirische klaagzang over de ‘grauwheid van november’ in Engeland — een maand die verstoken is van zonlicht, warmte, kleur en leven.
– 🔁 Structuur:
Hood hanteert een meedogenloze ‘anafoor’ (de herhaling van “No…”)
om een ​​ritmische, bijna komische opeenstapeling van gemis te creëren — wat de totale troosteloosheid onderstreept.
– 🎭 Toon:
Hoewel het somber aandoet, schuilt er een ‘speelse, ironische ondertoon’ in — kenmerkend voor Hood, die de ellende van deze maand op humoristische wijze uitvergroot.
– 🍁 De uitsmijter:
De laatste regel, simpelweg “November!”, fungeert als de clou van het gedicht — het onthult dat al deze ontkenningen slechts één ‘gewone maand’ beschrijven, waardoor de wanhoop bijna komisch wordt.
🌟 Waarom het gedicht herinnerd wordt:
– Het wordt vaak geciteerd of aangehaald in ‘almanakken, literaire bloemlezingen en seizoensgebonden teksten’ over de overgang van de herfst naar de winter.
– Het verwoordt een ‘universeel, herkenbaar gevoel’ — die kille “tussenfase” van de late herfst, waarin de levendigheid van de zomer is verdwenen, maar de schoonheid van de winter (sneeuw, feestdagen) nog op zich laat wachten.
✍️ Auteur & Herkomst:
Deze passage is afkomstig uit de slotstrofe van het gedicht “No!”, geschreven door de Engelse dichter Thomas Hood (1799–1845) en voor het eerst gepubliceerd in 1844.
Hood stond bekend om zijn vermogen om ‘geestigheid, woordspelingen en melancholie’ te verweven — hij gebruikte vaak humor om donkerdere of somberdere thema’s te verkennen (zeer passend voor een gedicht over de troosteloosheid van november!).
🍂 “Geen schaduw, geen zonneschijn…”
📜 Het volledige gedicht (slotstrofe):
> Geen zon — geen maan! > Geen ochtend — geen middag —
> Geen dageraad — geen schemering — geen enkel dagdeel —
> Geen hemel — geen aards uitzicht —
> Geen verte die blauw kleurt —
>
> Geen weg — geen straat — geen ‘overkant’ —
> Geen einde aan welke rij huizen dan ook —
> Geen aanwijzing waar de halvemaanvormige straten heen leiden —
>
> Geen top op enige kerktoren —
> Geen herkenning van bekende gezichten —
> Geen beleefdheden om hen te begroeten —
> Geen manier om hen te kennen! —
>
> Geen post — geen bericht —
> Geen nieuws van verre kusten —
> Geen park — geen promenade — geen verfijnde middagcultuur —
> Geen gezelschap — geen adel —
>
> Geen warmte, geen vrolijkheid, geen gezond en behaaglijk gevoel,
> Geen comfortabel gevoel in enig lichaamsdeel —
> Geen schaduw, geen zonneschijn, geen vlinders, geen bijen,
> Geen vruchten, geen bloemen, geen bladeren, geen vogels —
                                           > November!                                                 In het Engels klinkt het veel fraaier doordat wat bij ons vertaald is met  “Geen”, in het Engels “No” is, waardoor je het ritmische “No, no, no ,no ,no……november” krijgt.

5. Het dunste gele licht van november is verwarmender en opwindender dan welke wijn dan ook waarover ze vertellen. De mijt die november bijdraagt, wordt in waarde gelijk aan de premie van juli.

Foto: Pete Linforth.  🍂 Betekenis:
Zelfs het zwakke, bleke zonlicht van november kan een aandachtige waarnemer meer warmte, vreugde en verrukking schenken dan wijn. Thoreau presenteert de natuur als een soort ‘natuurlijk bedwelmend middel’ of ‘spirituele verfrissing’.
> “De bijdrage die november levert, is in waarde gelijk aan de overvloed van juli.”
Hier wordt met ‘bijdrage’ (in het Engels: “mite”) een zeer kleine gift bedoeld – niet het insect. Het is waarschijnlijk een verwijzing naar de bijbelse uitdrukking:
‘het penningje van de weduwe’ (“the widow’s mite”) – een uiterst bescheiden gift die desondanks zeer waardevol is.
– November biedt slechts een klein beetje zonlicht en warmte.
– Juli schenkt deze in overvloed.
– Toch kan de schaarse gift van november even hoog worden gewaardeerd, juist omdat ze zeldzaam en subtiel is, en met diepe waardering wordt ontvangen.
🌞 Kernidee:
Dit fragment verwoordt een voor Thoreau kenmerkende overtuiging:
‘de kleinste en meest sobere gaven van de natuur kunnen gelijkstaan ​​aan haar grootste overvloed, mits we ze met aandacht waarnemen.’
Waarde hangt niet enkel af van de kwantiteit, maar ook van het seizoen, het contrast, onze ontvankelijkheid en onze waardering.
✍️ Auteur en herkomst:
Dit fragment is afkomstig van Henry David Thoreau.
Het staat in zijn essay “Autumnal Tints” (‘Herfsttinten’), dat in oktober 1862 – enkele maanden na Thoreau’s overlijden – postuum werd gepubliceerd in “The Atlantic Monthly”. Later werd het opgenomen in de bundel “Excursions” (1863).
Thoreau baseerde zijn essays vaak op observaties die hij in zijn dagboeken had genoteerd; daarom wordt deze passage in sommige uitgaven of citatenverzamelingen in verband gebracht met zijn “Journal” (dagboek). “Autumnal Tints” is echter de officiële, gepubliceerde bron.

6 . November op zijn best – met een soort heerlijke dreiging in de lucht.

Foto: wenaturelovers.  📖 🍂 Betekenis:
Deze zin vat de ‘paradoxale schoonheid van de late herfst’ samen:
– “November op zijn best”:
— suggereert dat de maand een eigen, bijzondere charme bezit, ook al wordt november vaak als saai of somber ervaren.
– “Verrukkelijke dreiging” (“delightful menace”):
— een oxymoron dat genot combineert met een dreigend element:
– 🌤️ Genot:
→ de frisse lucht, de kale schoonheid en het heldere licht van de late herfst.
– ⚡ ‘Dreiging’:
→ een ondertoon van onheil — het naderen van de hardheid, de duisternis en de kou van de winter.
Interpretatie:
De zin verwoordt het gevoel dat je tegelijkertijd ‘verkwikt en enigszins verontrust’ bent — de natuur staat op een kantelpunt, waarbij schoonheid en een stille dreiging in één adem samenkomen. Het is de sensatie van een seizoen dat juist ‘levendig’ aanvoelt omdat het doordrenkt is van het besef van wat er komen gaat.
📚 Herkomst:
– Het citaat is afkomstig van Anne Bosworth Greene, een Amerikaanse schrijfster die bekendstaat om haar teksten over ‘de natuur en het plattelandsleven’, vaak gesitueerd in ‘Vermont’.
– Het is waarschijnlijk afkomstig uit een van haar ‘natuuresteeën of memoires’ (mogelijk “The Lone Winter” uit 1923, of een soortgelijk werk over de seizoenen), waarin ze het leven op het platteland van New England door de veranderende seizoenen heen beschrijft.
> ⚠️ Opmerking over verificatie:
‘Ik beschik niet over volledig bevestigde bibliografische gegevens (het exacte boek of de paginanummer) voor deze specifieke zin.’
✍️ Auteur: Anne Bosworth Greene
– Amerikaanse schrijfster, actief in het begin van de 20e eeuw.
– Richtte zich op ‘het plattelands- en boerenleven, de natuur en het landschap van Vermont’.
– Haar schrijfstijl is doorgaans ‘lyrisch en observerend’, geworteld in de directe zintuiglijke ervaring van de seizoenen en het agrarische leven, in plaats van in stedelijke of psychologische thema’s.

7. Het was november, de maand van karmozijnrode zonsondergangen, vertrekkende vogels, diepe, droevige hymnen van de zee, hartstochtelijke windliederen in de dennenbomen.

Foto: Rafael Garcin.  📖 🌊 Betekenis & Beeldspraak:
“karmozijnrode zonsondergangen”:
Een visueel beeld dat de vurige, vluchtige schoonheid van avonden in de late herfst oproept.
“vertrekkende vogels”:
Een symbool voor migratie, verlies en de melancholie van het afscheid, nu de vogels naar het zuiden trekken.
“diepe, droevige hymnen van de zee”:
Geeft het geluid van de oceaan menselijke trekken: het klinkt als treurmuziek – de natuur in een staat van stille rouw.
“gepassioneerde liederen van de wind in de dennenbomen”:
Vormt een contrast met de droefheid van de zee door een wildere, emotionelere energie in de wind te leggen.
🍂 Thematische betekenis:
– ‘November als overgangsfase’:
Deze maand bevindt zich tussen de levendigheid van de herfst en de kale rustperiode van de winter; het is daarmee een natuurlijk symbool voor overgang, afscheid en stille droefheid.
– ‘Synesthetische natuurbeschrijving’:
Montgomery combineert geluid (“hymnen”, “liederen”), beeld (“karmozijnrood”) en beweging (“vertrekkend”, “wind”) tot een meeslepende, bijna muzikale beschrijving van het seizoen.
– ‘Romantische natuurtraditie’:
Dit sluit aan bij een bredere literair-historische traditie uit de Romantiek en het Victoriaanse tijdperk, waarin de natuur wordt gezien als emotioneel expressief: landschappen spiegelen menselijke gevoelens van nostalgie, verlies en passie.
✍️ Auteur: Lucy Maud Montgomery
De Canadese schrijfster, vooral bekend van de “Anne of Green Gables”-reeks.
– ‘Stijlkenmerken’:
De weelderige, poëtische natuurbeschrijvingen, het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan de seizoenen en het lyrisch opsommen van zintuiglijke indrukken zijn kenmerkend voor Montgomery’s schrijfstijl – dit is duidelijk terug te zien in de “Anne”-boeken en andere romans die zich afspelen op Prince Edward Island (zoals “Anne of Avonlea”, “Anne of the Island”, “The Story Girl”, enz.).
– ⚠️ Kanttekening:
Ik kan ‘niet met zekerheid vaststellen uit welk specifiek boek, hoofdstuk of welke pagina deze passage afkomstig is’. Montgomery opende haar hoofdstukken vaak met dergelijke seizoensbeschrijvingen; ‘het fragment past dan ook naadloos in haar oeuvre’.

Door Pieter

Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa. Spiritueel, echter niet religieus. Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten. Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *