- Bouwt St. Anna (26 juli) mierenbergen, dan zal ons de winter tergen.

– Als er rond St. Anna, op 26 juli, opvallend veel of hoge ‘mierenhopen / mierenbergen’ te zien zijn,
– dan zou dat volgens volksgeloof een teken zijn dat er een ‘strenge, lastige of langdurige winter’ aankomt.
Het woord “tergen” betekent hier:
‘plagen, kwellen, het moeilijk maken’.
Dus: ‘de winter zal ons zwaar vallen’.
Oorsprong 🌾
Dit is een oude ‘boerenweerspreuk’ of ‘volksweerspreuk’.
Vroeger probeerden boeren en plattelandsbewoners het weer en de seizoenen te voorspellen aan de hand van:
– gedrag van dieren,
– groei van planten,
– windrichting,
– regen of zon op heiligendagen,
– opvallende natuurverschijnselen.
In dit geval keek men naar het gedrag van ‘mieren’. Als mieren grote hopen bouwden, dacht men dat zij zich voorbereidden op kou of slecht weer. Daaruit ontstond het idee dat hoge mierenbergen een voorteken waren van een strenge winter.
Waarom St. Anna? 📅
St. Anna wordt gevierd op 26 juli. Zij is volgens de christelijke traditie de moeder van Maria en dus de grootmoeder van Jezus.
Veel oude weerspreuken zijn gekoppeld aan ‘heiligendagen’, omdat die dagen vroeger vaste herkenningspunten in het jaar waren. Boeren hadden geen moderne weerberichten, maar gebruikten de kerkelijke kalender als geheugensteun.
Auteur ✍️:
Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anoniem volksgezegde’, ontstaan uit mondelinge overlevering. Zulke spreuken werden generaties lang doorgegeven en later opgenomen in verzamelingen van spreekwoorden, weerspreuken en volkswijsheden.
2. Is juli voor de bijen goed, boer kan dan maar hebben goede moed.

– Als ‘juli gunstig is voor de bijen’ — dus warm, bloemrijk en niet te nat — dan is dat ook een ‘goed teken voor de boer’.
– Veel bijenactiviteit wijst op:
– veel bloeiende planten,
– voldoende nectar en stuifmeel,
– gunstig zomerweer,
– goede bestuiving van gewassen.
– Daardoor mag de boer hopen op een ‘goede oogst’.
Kort gezegd:
‘Een goede bijenmaand juli voorspelt een gunstige landbouwperiode.’
🐝 Achtergrond en oorsprong:
Dit is een ‘weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’. Zulke spreuken ontstonden in een tijd waarin boeren sterk afhankelijk waren van:
– het weer,
– de seizoenen,
– bloei en bestuiving,
– natuurlijke signalen zoals dierengedrag.
Bijen waren daarbij een belangrijk teken. Als bijen in juli goed konden vliegen en voedsel vonden, betekende dat meestal dat het weer niet te koud of te nat was en dat de natuur rijk bloeide.
De spreuk hoort dus thuis in de traditie van de ‘boerenkalender’ en de ‘volksweerkunde’.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’ van dit gezegde.
Het is waarschijnlijk een ‘anonieme volksspreuk’, mondeling overgeleverd onder boeren, imkers en plattelandsbewoners. Zulke spreuken werden vaak later verzameld in almanakken, boerenkalenders of spreukenboeken.
3. ’s Nachts regen, ’s daags zon, vult schaar, zak en ton.

– ‘Regen in de nacht’ geeft gewassen water.
– ‘Zon overdag’ zorgt voor groei en rijping.
– Samen leveren ze een ‘goede oogst’ en dus volle voorraden op.
In modernere vorm wordt het gezegde vaak weergegeven als:
> “’s Nachts regen, overdag zon, vult schuur, zak en ton.”
Daarbij betekenen:
– ‘schuur’: opslagplaats voor hooi, graan of oogst;
– ‘zak’: zakken met graan, meel, aardappelen e.d.;
– ’ton’: vat of ton met drank of andere voorraad.
Kortom: ‘ideaal boerenweer zorgt voor overvloed’.
Over “schaar” of “schuur” ✍️:
De vorm “schaar” is waarschijnlijk een verschrijving, dialectvorm of verkeerde overlevering. Inhoudelijk past “schuur” veel beter:
> “vult schuur, zak en ton”
Dat betekent letterlijk:
‘de oogst vult de opslagruimten en voorraadhouders.’
Oorsprong 🌾:
Dit is een ‘oude agrarische weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’. Zulke spreuken ontstonden uit praktische ervaring van boeren en tuinders:
– regen op het juiste moment;
– zon op het juiste moment;
– daardoor betere groei van gewassen;
– uiteindelijk een rijkere opbrengst.
Er bestaan vergelijkbare spreuken in andere talen, vooral in het Duits, zoals:
> “Nachts Regen und am Tage Sonnenschein füllt Scheuer, Sack und Fass.”
Dat betekent vrijwel hetzelfde: nachtelijke regen en zon overdag vullen schuur, zak en vat.
Auteur 👤:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde behoort tot de ‘volkswijsheid’:
het is anoniem ontstaan en mondeling doorgegeven, vooral in landbouwgemeenschappen.
4. Werken op St. Anna ( 26juli ) de mieren, dan zult ge een lange winter vieren.

– St. Anna valt op 26 juli.
– Als de ‘mieren rond die dag druk aan het werk zijn’, zag men dat vroeger als een teken.
– Volgens de spreuk zou dat betekenen dat er een ‘lange winter’ op komst is.
❄️ In gewone taal:
> ‘Als de mieren op 26 juli hard werken, dan wordt de winter lang.’
📌 Zulke spreuken zijn interessant omdat mensen vroeger sterk letten op het gedrag van dieren en de natuur.
5. Bouwt op St. Anna ( 26 juli ) de mier grote hopen, de winter zal niet zacht verlopen.

– Als mieren rond Sint-Anna, dus 26 juli, opvallend ‘grote mierenhopen’ bouwen,
– dan zou dat volgens de volkswijsheid een teken zijn dat er een ‘strenge of koude winter’ aankomt.
– “De winter zal niet zacht verlopen” betekent dus:
‘de winter wordt waarschijnlijk hard, koud of langdurig.’
Het is een typische ‘weerspreuk’:
een korte volksuitspraak waarmee men uit natuurverschijnselen het weer of het komende seizoen probeerde te voorspellen.
Achtergrond en oorsprong 📜:
Deze spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ en de ‘agrarische traditie’. Vroeger letten boeren en buitenmensen sterk op:
– gedrag van dieren,
– groei van planten,
– stand van de maan,
– heiligendagen op de kalender,
– veranderingen in wind, regen en temperatuur.
Sint-Anna wordt op 26 juli gevierd. In de katholieke traditie is zij de moeder van Maria en dus de grootmoeder van Jezus. Heiligendagen werden vroeger vaak gebruikt als vaste datum in het boerenjaar. Men zei bijvoorbeeld:
“Als er op die dag dit gebeurt, dan volgt dat weer.”
Bij deze spreuk keek men naar het gedrag van ‘mieren’. Grote of hoog opgebouwde mierenhopen werden gezien als teken dat de dieren zich voorbereidden op koude of natte omstandigheden. Daaruit trok men de conclusie dat de komende winter streng zou worden.
Auteur ✍️:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anonieme volkswijsheid’ of ‘volksspreuk’, waarschijnlijk mondeling overgeleverd en later opgenomen in verzamelingen van spreekwoorden, weerspreuken en boerenregels.
Kort gezegd:
– Auteur: onbekend / anoniem
– Soort: weerspreuk of boerenwijsheid
– Herkomst: volksmond, vooral uit de agrarische cultuur van Nederland en Vlaanderen
De waarde van de spreuk ligt vooral in:
– cultuurgeschiedenis,
– volksgeloof,
– observatie van de natuur,
– traditionele boerenwijsheid.
6. Als de mieren in juli hoge hopen opwerpen, dan zullen we dat in de winter merken.

‘Hoge mierenhopen in juli worden gezien als voorteken van een strenge of koude winter’.
– 🐜 ‘Mieren bouwen hoge hopen’ → volgens volksgeloof bereiden ze zich voor op kou, vocht of sneeuw.
– ❄️ “Dan zullen we dat in de winter merken” → de winter zal naar verwachting streng, koud of sneeuwrijk zijn.
Kort gezegd:
> ‘Hoge mierenhopen in juli voorspellen volgens de volkswijsheid een strenge winter.’
🌾 Oorsprong:
Dit is een ‘volksweerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’.
– Zulke spreuken ontstonden vroeger op het platteland.
– Boeren en buitenmensen observeerden dieren, planten, wolken en wind om het weer te voorspellen.
– Mierenhopen werden gezien als aanwijzing voor toekomstige weersomstandigheden.
De gedachte erachter was dat dieren instinctief veranderingen in weer of klimaat zouden aanvoelen. Als mieren hun nest hoger maken, zou dat kunnen wijzen op voorbereiding tegen ‘kou, regen of sneeuw’.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het behoort tot de ‘anonieme volkswijsheid’:
– mondeling overgeleverd;
– afkomstig uit landbouw- en natuurwaarnemingen;
– niet toe te schrijven aan één schrijver of dichter.
De spreuk is vooral cultureel en folkloristisch interessant.
7. Als in juli vliegen de mieren, zal augustus ons met onweer bestieren.

Dit is een ‘weerspreuk’.
– Als er in ‘juli veel vliegende mieren’ te zien zijn,
– dan zou ‘augustus veel onweer’ brengen.
Met andere woorden: het gedrag van mieren wordt hier gezien als een voorteken voor het weer in de volgende maand.
🐜 Waarom vliegende mieren?
Vliegende mieren verschijnen meestal tijdens de zogeheten ‘bruidsvlucht’:
‘jonge koninginnen en mannetjes verlaten het nest om te paren’.
Dat gebeurt vaak bij:
– warm weer;
– hoge luchtvochtigheid;
– drukkende, “onweersachtige” omstandigheden;
– weinig wind.
Omdat zulke omstandigheden vaak samengaan met kans op onweer, legde men vroeger een verband tussen ‘vliegende mieren’ en ‘onweer’.
🌦️ Oorsprong:
De spreuk komt uit de traditie van ‘volksweerkunde’ of ‘boerenweerspreuken’. Zulke spreuken ontstonden vooral op het platteland, waar mensen het weer probeerden te voorspellen aan de hand van:
– dieren;
– planten;
– wolken;
– windrichting;
– maandelijkse patronen.
Deze spreuk is dus vermoedelijk ontstaan uit ‘waarnemingen van boeren en buitenmensen’.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde. Het is een ‘anonieme volkswijsheid’, mondeling overgeleverd en later opgenomen in verzamelingen van weerspreuken en spreekwoorden.
8. Bouwen met Sint Anna ( 26 juli ) mieren bergen, dan zal ons de winter tergen.

9. Nesten mieren op Annadag ( 26 juli ), haastige winter volgen mag.

Dit is een ‘weerspreuk’:
– Als de ‘mieren rond Sint-Anna’ druk bezig zijn met het bouwen of verhogen van hun ‘mierenhopen’,
– dan zou dat een teken zijn dat er een ‘strenge of lastige winter’ aankomt.
Het woord “tergen” betekent hier:
‘kwellen, plagen, lastigvallen’.
Dus: ‘de winter zal ons zwaar vallen.’
In modern Nederlands kun je het zo zeggen:
> ‘Als de mieren rond 26 juli hoge mierenhopen bouwen, krijgen we een strenge winter.’
🐜 Achterliggende gedachte:
In de volksweerkunde keek men veel naar ‘dieren en natuurverschijnselen’ om het weer te voorspellen. Men dacht dat dieren, zoals mieren, instinctief konden aanvoelen dat er kou, regen of een zware winter op komst was.
Een hoge mierenhoop werd gezien als voorbereiding op moeilijke omstandigheden.
📜 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘volkstraditie’ en behoort tot de oude ‘agrarische weerspreuken’. Zulke spreuken ontstonden vooral op het platteland, waar boeren het weer probeerden te voorspellen aan de hand van:
– heiligendagen uit de kerkelijke kalender;
– gedrag van dieren;
– groei van planten;
– wind, regen en temperatuur.
Sint-Anna, gevierd op 26 juli, is volgens de christelijke traditie de moeder van Maria en dus de grootmoeder van Jezus. Haar feestdag werd, net als veel andere heiligendagen, gebruikt als herkenningspunt in het boerenjaar.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende auteur’.
Dit gezegde is een ‘anoniem volksgezegde’ of ‘weerspreuk’, mondeling overgeleverd en later in spreuken- en almanakverzamelingen opgetekend.
10. Met Sint Vincent ( 19 juli) pikt al die kan, met Sint Anna alle man.

> ‘Rond Sint-Vincent begint iedereen die kan met maaien/oogsten; rond Sint-Anna moet iedereen meehelpen.’
Woordverklaring:
– “pikt” = maait of oogst graan met een “pik”, sikkel of zicht.
– “al die kan” = al wie kan, iedereen die ertoe in staat is.
– “alle man” = iedereen, alle beschikbare arbeidskrachten.
– Sint Vincent = 19 juli in oudere heiligenkalenders.
– Sint Anna = 26 juli.
Het gezegde verwijst dus naar de ‘graanoogst’, vooral rogge of tarwe. Rond 19 juli begon men al te maaien als het graan rijp was; een week later, rond Sint-Anna, was de oogst volop bezig en moest iedereen mee het veld in.
📜 Oorsprong:
Dit is een ‘oude landbouw- of oogstspreuk’ uit de volksmond. Zulke spreuken gebruikten heiligendagen als kalenderpunten, omdat veel mensen vroeger data onthielden aan de hand van de kerkelijke kalender. De spreuk past vooral in de agrarische cultuur van de ‘Nederlanden’, met name Vlaanderen en zuidelijk Nederland, waar woorden als “pikken” voor maaien/oogsten gangbaar waren.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het is een ‘anoniem volksgezegde’ of ‘boerenspreuk’, doorgegeven via mondelinge traditie en later opgenomen in verzamelingen van spreekwoorden, weerspreuken en landbouwspreuken.