Oktober vijs (vies, ontstuimig), november grijs, december ijs.
2. Zuidenwind op de dag vóór St. Martijn (11 november), ’t zal een zachte winter zijn.

> ‘Wanneer op 10 november, de dag vóór Sint-Maarten, de wind uit het zuiden waait, zou daarop een zachte winter volgen.’
Een zuidenwind voert in Nederland en Vlaanderen doorgaans relatief warme lucht aan. In de traditionele volksweerkunde werd zo’n warme wind rond Sint-Maarten daarom gezien als een voorteken van weinig vorst, sneeuw en winterkou.
📜 Oorsprong:
Dit is een ‘oude Nederlandse of Vlaamse weerspreuk’, ontstaan in de ‘agrarische volkscultuur’. Boeren en andere plattelandsbewoners verbonden waarneembare weersverschijnselen aan vaste heiligendagen. Zulke dagen waren gemakkelijk te onthouden en fungeerden als herkenbare punten in de landbouwkalender.
Sint-Maarten, gevierd op 11 november, markeerde traditioneel:
– het einde van het landbouwseizoen;
– het begin van de donkere en koudere periode;
– het moment waarop vee vaak op stal werd gezet;
– een tijd van slachtfeesten, jaarmarkten en betalingen in natura.
De spreuk kan in verschillende regionale formuleringen voorkomen. ‘De precieze ouderdom en eerste schriftelijke vindplaats zijn niet met zekerheid vast te stellen’. Vergelijkbare Sint-Maartenspreuken circuleerden eeuwenlang mondeling en werden later opgenomen in volkskundige verzamelingen en almanakken.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde behoort tot de ‘anonieme volksoverlevering’ en is vermoedelijk door mondelinge overdracht ontstaan en aangepast.
3. Als de regen uit het Noorden komt, is het altijd motregen.

“Als de regen uit het Noorden komt, is het altijd motregen” is een eenvoudige ‘weerspreuk’.
Letterlijk zegt zij dat neerslag die met een noordelijke luchtstroming wordt aangevoerd doorgaans fijn, koud en langdurig is.
De spreuk kan ook losjes figuurlijk worden opgevat: ‘ongemak kan klein en onschuldig lijken, maar toch lang aanhouden’. Er bestaat echter geen algemeen erkende overdrachtelijke betekenis.
Een noordelijke wind kan in Nederland en België zowel motregen als buien, sneeuw of droog weer brengen. Motregen ontstaat vooral uit lage, gelijkmatige bewolking en is niet uitsluitend aan één windrichting gebonden.
📜 Oorsprong en auteur:
– De zin lijkt geen landelijk bekend, historisch gedocumenteerd spreekwoord te zijn, maar eerder een ‘regionale of mondeling overgeleverde weerspreuk’.
– Zulke spreuken ontstonden vaak onder boeren, vissers en schippers, die windrichting en bewolking gebruikten om het weer te voorspellen.
– ‘Een betrouwbare eerste vindplaats of specifieke streek van oorsprong is niet bekend’.
– Er is ‘geen aantoonbare auteur’. De veiligste toeschrijving is daarom:
‘anoniem / volksoverlevering’.
> Zonder een oudere bron waarin de exacte formulering voorkomt, kan de ouderdom of herkomst niet nauwkeuriger worden vastgesteld.
Maandspreuken november:
4. De wereld is moe, het jaar is oud. De vervaagde bladeren zijn blij om te sterven.

Teasdale gebruikt de late herfst als beeld voor ‘veroudering, vermoeidheid en het vredig aanvaarden van een einde’:
– “De wereld is moe”:
– de natuur lijkt uitgeput na een heel jaar.
– “Het jaar is oud”:
– november kondigt het einde van de jaarlijkse cyclus aan.
– “De bladeren zijn blij om te sterven”:
– de bladeren verzetten zich niet tegen hun einde; hun vallen wordt voorgesteld als rust of bevrijding.
“Blij om te sterven” betekent hier dus niet letterlijk vreugde, maar eerder ‘bereid zijn los te laten’.
De regels hebben een melancholische, maar ook berustende sfeer: sterven en verval maken deel uit van de natuurlijke kringloop.
📜 Oorsprong en auteur:
Deze woorden zijn ‘geen traditioneel gezegde’, maar een citaat uit het korte gedicht “November” van de Amerikaanse dichteres Sara Teasdale (1884–1933).
Het Engelse origineel luidt:
> ‘The world is tired, the year is old,
> The faded leaves are glad to die.’
Het gedicht gaat verder met:
> ‘The wind goes shivering with pain
> Across the bleak and barren sky.’
5. De herfst marcheert voort. Zelfs de vogelverschrikkers dragen dode bladeren.

De zin verbeeldt hoe de herfst onstuitbaar verdergaat:
– de bladeren sterven af en vallen;
– ze blijven hangen aan de kleding of het stro van vogelverschrikkers;
– daardoor lijken zelfs de vogelverschrikkers zich in herfstbladeren te “kleden”.
Het beeld is tegelijk ´weemoedig en speels´.
Het benadrukt vergankelijkheid, het verstrijken van de tijd en de natuur die alles in haar verandering betrekt.
📜 Oorsprong en auteur:
Dit is eigenlijk ´geen traditioneel gezegde´, maar een vertaalde Japanse ´haiku´. Het gedicht wordt toegeschreven aan de Japanse haikudichter Nakagawa Otsuyū (中川乙由, 1675–1739), uit de Edoperiode.
Een veel aangehaalde Japanse versie is:
> 秋もはや
> 案山子の着たる
> 木の葉かな
> ´Aki mo haya / kakashi no kitaru / konoha kana´
Vrij vertaald:
> ´De herfst is al ver gevorderd —
> zelfs de vogelverschrikker
> draagt bladeren.´
De Nederlandse formulering:
“De herfst marcheert voort. Zelfs de vogelverschrikkers dragen dode bladeren”
is dus een vrije, waarschijnlijk via het Engels gemaakte vertaling. Daarom bestaan er verschillende varianten en wordt de zin soms ten onrechte als een Japans spreekwoord vermeld.
6. Ik kan het niet verdragen om zoiets kostbaars als de herfstzon te verspillen door in huis te blijven.

> ‘De spreker vindt het herfstzonlicht zo mooi, zeldzaam en waardevol dat binnenshuis blijven — en het daardoor mislopen — voelt als een onverdraaglijke verspilling.’
“Herfstzonneschijn”:
verwijst naar het zachte, vluchtige zonlicht van de herfst. De uitspraak getuigt bovendien van het besef dat mooie momenten tijdelijk zijn en dat men ervan moet genieten zolang ze duren.
✍️ Auteur: Nathaniel Hawthorne (1804–1864),
een Amerikaanse romanschrijver en auteur van korte verhalen.
📖 Herkomst:
De zin is afkomstig uit een dagboeknotitie van Hawthorne, gedateerd 10 oktober 1842.
Deze werd later, na zijn overlijden, gepubliceerd in:
> “Passages from the American Note-Books of Nathaniel Hawthorne” (1868)
Het volledige fragment luidt:
> “Ik kan het niet verdragen om zoiets kostbaars als herfstzonneschijn te verspillen door in huis te blijven. Daarom breng ik vrijwel alle daglichturen in de buitenlucht door.”
Het weerspiegelt Hawthorne’s waardering voor de natuur tijdens zijn verblijf in Concord, Massachusetts.
7. De herfstbladeren zijn een symfonie van duurzaamheid in verandering.
