1 november

November

De elfde maand van het jaar en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het oude Rome.

Oorsprong van de naam

De naam “November” komt van het Latijnse woord “novem”, wat “negen” betekent. Dit is omdat November oorspronkelijk de negende maand was in de oude Romeinse kalender, die begon in maart. Toen keizer Julius Caesar de Juliaanse kalender invoerde in 45 v.Chr. en januari en februari aan het begin van het jaar werden geplaatst, verschoof November naar de elfde positie, maar behield zijn oorspronkelijke naam.

Nederlandse benaming: Slachtmaand

In het Nederlands werd November traditioneel “Slachtmaand” genoemd. Deze naam heeft een zeer praktische oorsprong die verband houdt met het boerenleven van vroeger. November was de tijd waarin boeren hun vee slachtten voor de winter. Dit gebeurde om verschillende redenen:

  • Het voer voor de dieren begon schaars te worden in de wintermaanden
  • Het koude weer zorgde ervoor dat het vlees langer houdbaar bleef
  • Families moesten zich voorbereiden op de lange winterperiode door voldoende voedsel in te slaan
  • Het was de laatste kans om vers vlees te hebben voordat de echte winter inviel

Andere traditionele namen

Naast Slachtmaand had November in verschillende Nederlandse dialecten ook andere benamingen zoals “Windmaand” (vanwege de vaak stormachtige weersomstandigheden) en “Nebelmaand” (vanwege de mistige dagen).

Hedendaagse betekenis

Hoewel we tegenwoordig niet meer afhankelijk zijn van seizoensgebonden slacht, blijft November een maand van overgang – van herfst naar winter. Het is een tijd van inkeren, waarin de natuur zich voorbereidt op de rust van de winter, en waarin veel culturen traditioneel hun dankbaarheid uitspreken voor de oogst van het afgelopen jaar.

 

0. November

Foto door onbekend
  1. Brengt Allerheiligen (1 november) winterweer, tien dagen duurt dat zeer.
Foto: George Hiles.  🌨️ Betekenis:
„Brengt Allerheiligen (1 november) winterweer, tien dagen duurt dat zeer” is een oude ‘weerspreuk’. De strekking is:
> Als het op ‘Allerheiligen’, 1 november, winters koud is of sneeuwt, zou dat winterse weer ongeveer tien dagen aanhouden.
Het woord „zeer” heeft hier de oudere betekenis „hevig” of „in sterke mate”. Het slaat dus niet op pijn, maar versterkt het winterse karakter van het weer.
🌾 Oorsprong:
De spreuk behoort tot de Nederlandse en Vlaamse ‘boeren- en kalenderwijsheid’. Vroeger koppelden landbouwers weerswaarnemingen vaak aan vaste kerkelijke feest- en heiligendagen. Zulke dagen waren gemakkelijk te onthouden en fungeerden als herkenningspunten in het landbouwjaar.
Allerheiligen valt aan het begin van november, wanneer de eerste nachtvorst, koude noordelijke lucht en soms zelfs sneeuw kunnen voorkomen. Uit herhaalde waarnemingen ontstond vermoedelijk het volksgeloof dat een koude periode rond 1 november ongeveer tien dagen aanhield.
De ‘precieze ouderdom en eerste schriftelijke vindplaats van deze formulering zijn niet met zekerheid bekend’. Er bestaan bovendien verschillende varianten.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het is een ‘anonieme volksspreuk’ die mondeling is overgeleverd en later in spreukenboeken, volkskundige verzamelingen en almanakken is opgenomen.

2. Houden de kraaien voor Allerheiligen (1 november) school, zorg dan voor hout en kool.

Foto: Mark Timberlake.  🌦️ Betekenis:
Wanneer kraaien ‘vóór 1 november in grote groepen samenkomen’, zou dat volgens deze weerspreuk wijzen op een ‘vroege of strenge winter’. Men moest daarom tijdig voldoende brandstof inslaan:
– ‘hout’: brandhout;
– ‘kool’: steenkool of andere brandkolen.
“School houden” betekent hier niet lesgeven, maar ‘zich groepsgewijs verzamelen’, zoals vogels dat op gezamenlijke slaapplaatsen doen.
📜 Oorsprong:
Dit is een traditionele ‘volks- en weerspreuk’ uit het Nederlandse taalgebied, vermoedelijk ontstaan in een agrarische samenleving. ‘Allerheiligen’, 1 november, gold als een herkenbaar omslagpunt tussen herfst en winter. Diergedrag werd gebruikt om het komende weer te voorspellen.
De spreuk is waarschijnlijk ‘mondeling overgeleverd’ en later opgenomen in verzamelingen van weerspreuken. Een precieze plaats en datum van ontstaan zijn niet betrouwbaar vast te stellen.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde behoort tot de anonieme volkswijsheid en is door mondelinge overlevering gevormd.

3. Het nazomertje van Allerheiligen (1 november), kan u voor de winter niet beveiligen.

Foto: Dakota Roos.  🌤️ Betekenis:
– Zacht en zonnig weer rond ‘Allerheiligen’ is geen garantie dat de daaropvolgende winter eveneens zacht zal zijn.
– Men moet zich door zo’n korte warme periode niet laten misleiden: kou, vorst en sneeuw kunnen alsnog snel volgen.
In hedendaags Nederlands:
> ‘Een warme periode rond 1 november zegt niets over de strengheid van de komende winter’.
Het werkwoord ‘beveiligen’ wordt hier in de oudere betekenis ‘beschermen of vrijwaren’ gebruikt.
📜 Oorsprong:
Het gezegde behoort tot de traditionele ‘weerspreuken’ of ‘boerenwijsheden’. Zulke spreuken ontstonden door langdurige observatie van weer, seizoenen en landbouw, vaak gekoppeld aan kerkelijke feest- en heiligendagen.
Het ‘nazomertje van Allerheiligen’ duidt op een korte periode van zacht, droog weer rond eind oktober of begin november. In andere talen kent men vergelijkbare benamingen, zoals het Duitse ‘Allerheiligensommer’ en het Engelse ‘Indian summer’.
De spreuk waarschuwt dat dit tijdelijke zachte weer geen betrouwbare voorspeller van de winter is. Ook meteorologisch bestaat er geen vaste relatie tussen warm weer rond 1 november en het verdere winterweer.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gaat vrijwel zeker om een ‘anonieme volksspreuk’, mondeling overgeleverd en later opgenomen in verzamelingen van weerspreuken en volkswijsheden.
Wanneer de spreuk in een boek, kalender of website aan een bepaalde naam is gekoppeld, betreft dat doorgaans de ‘verzamelaar of samensteller’, niet noodzakelijk de oorspronkelijke bedenker.

4. Als het met Allerheiligen (1 november) sneeuwt, leg dan uw pels gereed.

Foto: Roman Laschov.    🌨️ Betekenis:
‘Wanneer er rond 1 november al sneeuw valt, moet men zich voorbereiden op vroeg of streng winterweer’. Met ‘pels’ wordt een warme, vaak met bont gevoerde winterjas bedoeld.
Het is een ‘weerspreuk’ en geen meteorologische voorspelling.
📜 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘agrarische volkscultuur’ van Nederland en Vlaanderen. Boeren en plattelandsbewoners gebruikten kerkelijke feestdagen, zoals Allerheiligen, als vaste ijkpunten in het landbouw- en weerjaar. Waarnemingen rond zo’n datum werden vervolgens in een gemakkelijk te onthouden spreuk vastgelegd.
De precieze ‘plaats en datum van ontstaan zijn niet bekend’. Het gezegde behoort tot de ‘mondeling overgeleverde kalender- en boerenwijsheden’ en is niet afkomstig uit de Bijbel of de officiële katholieke liturgie.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk is anoniem en wordt doorgaans aangeduid als:
– een ‘volksspreuk’;
– een ‘boerenwijsheid’;
– of een ’traditionele weerspreuk’.
Kortom:
Sneeuw op Allerheiligen gold als waarschuwing om de warme winterkleding alvast klaar te leggen.

5. Geeft Allerheiligen (1 november) zonneschijn, spoedig zal het winter zijn.

Foto: Klara Kulikova.  🌤️ Betekenis:
> ‘Als het op Allerheiligen mooi en zonnig weer is, zou de winter kort daarna beginnen.’
Het is een ‘weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’:
Een traditionele voorspelling op basis van het weer op een bepaalde kalender- of heiligendag. De uitspraak heeft geen bewezen meteorologische voorspellende waarde.
📜 Oorsprong:
De spreuk komt voort uit de oude agrarische volkscultuur in de Lage Landen. Voordat er betrouwbare weersverwachtingen bestonden, verbonden boeren weersverschijnselen aan vaste dagen op de ‘heiligenkalender’. Zulke spreuken hielpen bij het plannen van werkzaamheden en werden door hun rijm gemakkelijk onthouden.
‘Allerheiligen’ wordt op 1 november gevierd. Omdat deze datum aan het begin van de koude en donkere periode ligt, ontstonden er verschillende spreuken die het weer op die dag koppelen aan de naderende winter.
De formulering komt in varianten voor, bijvoorbeeld:
> “Geeft Allerheiligen zonneschijn, dan zal het spoedig winter zijn.”
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde behoort tot de ‘anonieme mondelinge volksoverlevering’ en is waarschijnlijk gedurende lange tijd doorgegeven en later opgenomen in almanakken en verzamelingen van weerspreuken.

6. Met Allerheiligen (1 november) vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.

Foto: Gianandrea Villa.  🌧️ Betekenis:
‘Nat of vochtig weer op Allerheiligen zou aankondigen dat er in de daaropvolgende winter geregeld sneeuwbuien komen’. Het is dus een traditionele weersvoorspelling op basis van het weer op één bijzondere kalenderdag.
🌾 Oorsprong:
Dit is een ‘weerspreuk’ uit de agrarische volkscultuur. Boeren en landarbeiders verbonden het weer op kerkelijke feestdagen vaak met het verwachte verloop van winter, voorjaar of oogst. Zulke rijmende spreuken:
– waren gemakkelijk te onthouden;
– werden mondeling doorgegeven;
– verschenen later ook in volkskalenders en almanakken;
– bestaan vaak in verschillende regionale varianten.
Allerheiligen, gevierd op 1 november, viel samen met het begin van de donkere en koudere periode en werd daarom vaak gebruikt als ijkpunt voor wintervoorspellingen.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk wordt beschouwd als ‘anonieme volkswijsheid’ en is vermoedelijk geleidelijk ontstaan en aangepast. De precieze formulering kan relatief modern zijn, maar behoort inhoudelijk tot de oudere traditie van Nederlandse en Vlaamse weerspreuken.

7. Brengt Allerheiligen (1 november) de winter aan, dan doet Martinus (11 november) de zomer staan.

Foto: Timoth Eberly.  🌦️ Betekenis:
‘Wanneer het rond Allerheiligen al vroeg winters en koud wordt, er rond Sint-Maarten vaak weer een periode met zacht, zonnig weer volgt’.
Die tijdelijke opleving wordt de ‘Sint-Maartenszomer’ genoemd: een zachte periode rond 11 november, vergelijkbaar met wat tegenwoordig vaak een ‘oudewijvenzomer’ of ‘Indian summer’ heet.
Het gezegde voorspelt dus een ‘weersomslag’ binnen ongeveer tien dagen.
📜 Oorsprong:
Het is een traditionele ‘weerspreuk of boerenwijsheid’. Zulke spreuken ontstonden in de agrarische samenleving door langdurige waarneming van seizoenen en werden gekoppeld aan vaste heiligendagen:
– 1 november: Allerheiligen
– 11 november: feestdag van Sint-Martinus van Tours
De katholieke feestkalender fungeerde vroeger als een praktische jaarkalender. De benaming Sint-Maartenszomer hangt bovendien samen met oude volksverhalen rond Sint-Martinus. Volgens een bekende legende deelde hij zijn mantel met een verkleumde bedelaar; de daaropvolgende zachte weersperiode werd in de overlevering met deze barmhartige daad verbonden.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde behoort tot de mondeling overgeleverde Nederlandse en Vlaamse volkswijsheid. De rijmende vorm — ‘aan/staan’ — maakte het gemakkelijk te onthouden en door te geven.

8. Een Allerheiligen (1 november) met zonneschijn, geeft in de winter veel pijn.

Foto: Zwaddi.  🌤️ Betekenis:
Dit gezegde voorspelt dat ‘mooi en zonnig weer op Allerheiligen’ gevolgd zou worden door een ‘strenge of onaangename winter’.
Met “veel pijn” wordt vooral winterse ellende bedoeld, zoals:
– felle koude en vorst;
– sneeuw en gladheid;
– schade aan gewassen en vee;
– gebrek aan voedsel of brandstof;
– andere ontberingen die een strenge winter vroeger veroorzaakte.
Het gezegde berust op het volksgeloof dat zacht of mooi weer rond 1 november later door streng winterweer wordt “ingehaald”. Het is ‘geen wetenschappelijk betrouwbare weersvoorspelling’.
📜 Oorsprong:
Het gezegde behoort tot de oude ‘weerspreuken of boerenspreuken’. Zulke spreuken verbonden het weer op katholieke feest- en heiligendagen aan het weer van de komende weken of maanden.
Allerheiligen was daarvoor een geschikt ijkpunt omdat:
– de feestdag jaarlijks op 1 november valt;
– rond die tijd het landbouwseizoen grotendeels eindigde;
– men zich begon voor te bereiden op de winter;
– geschreven weersverwachtingen nog niet bestonden.
De spreuk is waarschijnlijk ontstaan in de ‘mondelinge volksoverlevering’ van Nederland en Vlaanderen.
Er bestaan verschillende varianten, bijvoorbeeld met formuleringen als “een strenge winter” of “winterpijn”.
De rijmwoorden ‘zonneschijn – pijn’ maakten de spreuk gemakkelijk te onthouden.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’. Het is een anoniem volksgezegde dat vermoedelijk generaties lang mondeling is doorgegeven en later in verzamelingen van spreekwoorden en weerspreuken is opgetekend.

9. Voor een ieder die houdt van wind, is november het best bemint.

Foto: Khamkéo Vilaysing.  Betekenis 🌬️:
> ‘Wie van winderig weer houdt, zal november bijzonder waarderen.’
November staat in Nederland en Vlaanderen traditioneel bekend als een natte, gure en vaak stormachtige maand. De uitspraak is waarschijnlijk humoristisch bedoeld en speelt bovendien met de klankovereenkomst tussen ‘wind’, ‘november’ en ‘bemind’.
Taalvorm:
De geciteerde versie is grammaticaal wat ongewoon:
> “Voor een ieder die houdt van wind, is november het best ‘bemint’.”
Wanneer ‘bemind’ als bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord wordt gebruikt, hoort het met een ‘d’:
> “Voor een ieder die van wind houdt, is november het meest bemind.”
Met ‘bemint’ als persoonsvorm kan het wel, maar dan moet de zin anders worden opgebouwd:
> “Een ieder die van wind houdt, bemint november het meest.”
Waarschijnlijk is de oorspronkelijke of bedoelde rijmende vorm dus:
> “Voor eenieder die van wind houdt, is november het meest/best bemind.”
Oorsprong en auteur 📜:
Voor zover bekend is dit ‘geen algemeen erkend klassiek Nederlands spreekwoord’ met een aantoonbare auteur. Het lijkt eerder op:
– een anonieme weerspreuk;
– een kalender- of almanakrijmpje;
– of een moderne, humoristische spreuk in spreekwoordelijke vorm.
‘Een betrouwbare eerste publicatie of specifieke auteur is niet algemeen gedocumenteerd.’ De formulering kan bovendien in verschillende varianten zijn overgeleverd. ‘Toeschrijving aan een bekende dichter of schrijver is daarom zonder concrete bron niet verantwoord.’

10. Is Allerheilige vochtig het weer, dan volgen sneeuwbuien keer op keer.

Afbeelding: Peter van Geest AI. Betekenis: De logica achter deze specifieke spreuk: De gedachtegang was dat als het op 1 november al nat en “vochtig” was (wat vaak gepaard gaat met een westelijke of noordwestelijke stroming vanaf de oceaan), dit een teken was dat de koude lucht zich al vroeg begon te mengen met de vochtige zeelucht. Dit zou dan een patroon kunnen inluiden waarbij dit soort situaties zich de hele winter voortdurend zou herhalen, wat leidt tot “sneeuwbuien keer op keer”.
Oorsprong: In de volksmeteorologie werden bepaalde dagen in het jaar gebruikt als ankerpunten om een verwachting te doen voor het komende seizoen. Allerheiligen, net als Sint-Maarten (11 november) en Sint-Catharina (25 november), was zo’n belangrijke dag om het winterweer te voorspellen. De weersomstandigheden op deze dag zouden een voorbode zijn voor de rest van de winter. Pragmatische oorsprong: Deze spreuken zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke meteorologie, maar op eeuwenlange, lokale ervaring en observatie. Mensen probeerden patronen te herkennen in het weer om enig houvast te hebben voor de landbouw, de oogst en de voorbereidingen op de winter.

11. Allerheiligen (1 november) is vanouds tien dagen, een winterke of een watterke.

Afbeelding: Peter van Geest AI. Betekenis: “Allerheiligen (1 november) is van oudsher een periode van tien dagen, een beetje winter of een beetje water (regen).” Met andere woorden: het weer rond 1 november is bepalend voor het weer in de tien dagen die volgen. Als het op 1 november winterachtig is (koud), zal het dat de komende tien dagen blijven. Is het regenachtig (“een watterke”), dan zal het een natte periode worden. Oorsprong: Net als de overgrote meerderheid van weerspreuken is deze ontstaan in de volksmond, specifiek in de agrarische gemeenschap van Vlaanderen of mogelijk Zuid-Nederland. Ze werd van generatie op generatie doorverteld. De spreuk sluit aan bij het typische herfstweer in West-Europa begin november, dat inderdaad kan omslaan van koud en winters naar zacht en regenachtig.

12. Een berk, ‘t Alheiligen geveld, voorzegt een winter vol geweld, indien zyn blok is droog, maar zoet, wanneer men vocht daaraan ontmoet.

Afbeelding: Peter van Geest AI. Betekenis: Een weersvoorspelling: op basis van berkensap rond Allerheiligen wordt een heftig winter voorspeld. Bron: De auteur van de spreuk is anoniem / traditionele volksspreuk.

Maandspreuken november:

13. Oktober doofde uit in een stormloop van gierende wind en striemende regen en november brak aan, koud als bevroren ijzer, met elke ochtend strenge vorst en ijzige tocht die in blote handen en gezichten beet.

Foto: Holger Schué.  🔍 Betekenis & Interpretatie:
Letterlijke betekenis:
– Beschrijft een ‘seizoensovergang’ van de herfst (oktober) naar het begin van de winter (november)
– Oktober eindigt op dramatische wijze, met stormen (“huilende winden en striemende regen”)
– November begint guur, met vorst en koude winden
Gebruikte literaire middelen:
🎭 ‘Personificatie’:
“Oktober doofde zichzelf”
Geeft de maand een eigen wil, alsof het een levend wezen is dat langzaam uitdooft
🔥 ‘Metafoor’:
“doofde zichzelf”
Vergelijkt het einde van oktober met een vlam die uitgaat
❄️ ‘Vergelijking’:
“koud als bevroren ijzer”
Benadrukt de strengheid en de bijna metalen scherpte van de kou
👂 ‘Beeldspraak (auditief & tactiel)’:
“huilende winden”, “beet in onbedekte handen en gezichten” Spreekt de zintuigen aan, waardoor het weer tastbaar en meeslepend aanvoelt.
🏰 Verhalend doel:
– Rowling gebruikt ‘weersomstandigheden en seizoenswisselingen’ vaak om:
– De stemming en sfeer te bepalen ⚡
– Het verstrijken van de tijd aan te duiden zonder lange uitleg
– Te zinspelen op duisterdere of intensere gebeurtenissen die nog gaan komen (passend bij “De Vuurbeker”, een aanzienlijk duisterder deel uit de reeks)
💡 Waarom het effectief is:
– De levendige, bijna gewelddadige beeldspraak (“huilend”, “bijtend”, “ijzer”) weerspiegelt de ’toenemende gevaren en spanning’ in het verhaal van “De Vuurbeker”
– Het toont Rowling’s meesterschap in het gebruik van de ‘pathetische drogreden’ (pathetic fallacy) — waarbij de natuur de emotionele of verhalende toon van het verhaal weerspiegelt.
✍️ Auteur & Herkomst: J.K. Rowling ✅
– Bron: “Harry Potter en de Vuurbeker” (het vierde boek in de Harry Potter-reeks)
– Context:
Deze passage verschijnt aan het begin van een hoofdstuk en markeert een tijdsverloop op Zweinstein — specifiek de overgang van oktober naar november.

14. We lieten oktober los, gaven kleur op, maakten ons klaar voor straten bedekt met ijs, de stad sloot zich als een walnoot, opgesloten in de kou.

Foto: 12019 – Paris.  🍂 Betekenis:
De zin beschrijft de emotionele en fysieke overgang van de herfst naar de winter:
– “Oktober loslaten” / “kleur prijsgeven”:
— het accepteren van het verlies van herfstbladeren en warmte.
– “Straten gelakt met ijs”:
— ijs geeft de straten een glanzend uiterlijk, alsof ze met lak zijn overtrokken.
– “Het stadje sloot zich als een walnoot”:
— de winter dwingt het stadje om zich in zichzelf terug te trekken, afgesloten en beschermd door een harde schaal.
– “Opgesloten in de kou”:
— suggereert isolatie, opsluiting en de verstilling van een strenge winter.
De algemene sfeer is ‘gelaten, vol verwachting en enigszins claustrofobisch’:
de gemeenschap bereidt zich voor om zich naar binnen te keren nu de winter aanbreekt.
✍️ Auteur en herkomst:
Het citaat wordt veelal toegeschreven aan Mark Perlberg (1929–2008), een Amerikaanse dichter die verbonden was met Chicago. Het circuleert echter doorgaans online zonder vermelding van een gedicht, boek of oorspronkelijke publicatie, en een betrouwbare primaire bron is lastig te achterhalen.
De veiligste toeschrijving is daarom:
> “We waren oktober aan het loslaten…” — ’toegeschreven aan Mark Perlberg’
Zolang er geen gedrukte bron kan worden gevonden, is het raadzaam om het niet aan een specifiek gedicht of een specifieke bundel toe te schrijven.

15. Het is de eerste dag van november en vandaag zal er dus iemand overlijden.

Foto: Engin Akyurt.  📖 🌊 Context & Betekenis:
– Het verhaal draait om een ​​jaarlijkse, dodelijke ‘paardenrace’ die elke november op het strand plaatsvindt, waarbij gebruik wordt gemaakt van bovennatuurlijke waterpaarden.
– De zin zet direct de toon van onvermijdelijkheid en gevaar:
de race is zo riskant dat de dood elk jaar ‘vrijwel zeker’ is, en niet slechts een mogelijkheid.
– “Vandaag” verwijst naar het ‘begin van het raceseizoen’, wat de lezer duidelijk maakt dat het vanaf de eerste bladzijde gaat om leven of dood.
🎭 Literaire functie:
– ‘Vooruitwijzing’ (foreshadowing):
Creëert direct een hoge inzet en spanning.
– ‘Sfeer’:
Zorgt voor een duistere, onheilspellende en bijna mythische toon die past bij de op folklore geïnspireerde setting.
– ‘Narratieve haak’ (narrative hook):
Een directe, dramatische openingszin die bedoeld is om de aandacht van de lezer onmiddellijk te grijpen.
🐎 Leuk weetje:
– De roman wordt verteld vanuit ‘afwisselende perspectieven’ door twee hoofdpersonages:
Puck Connolly en Sean Kendrick, die beiden op verschillende manieren verbonden zijn met de races en de waterpaarden.
✍️ Auteur: Maggie Stiefvater,
een Amerikaanse schrijfster van young-adultliteratuur.
Bron:
Dit is de ‘openingszin’ van haar roman “The Scorpio Races” (2011).
– Het verhaal speelt zich af op het fictieve eiland ‘Thisby’, dat is geïnspireerd door Keltische folklore — in het bijzonder de legende van de ‘capaill uisce’ (waterpaarden): mythische, vleesetende paarden die uit de zee tevoorschijn komen.

16. Om van de eerste november te houden, is het de kunst om melancholie bewonderen.

Afbeelding: Peter van Geest AI. Betekenis: Wie van de eerste november houdt, heeft een waardering ontwikkeld voor de subtiele schoonheid van melancholie. Het nodigt de lezer uit om de herfst‑sfeer te omarmen en de emotionele diepgang die daarmee gepaard gaat te zien als een vorm van kunst. Oorsprong: Een Tumblr‑post in een poëzie‑/citaten‑collectie.

 

 

 

 

Door Pieter

Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa. Spiritueel, echter niet religieus. Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten. Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *