- Juni dondergevaar, is een vruchtbaar jaar.

Wanneer het ‘in juni veel dondert’ (oftewel: er zijn flinke onweders/regenbuien), dan wordt dat gezien als een teken dat het ‘een vruchtbaar landbouwjaar’ wordt—dus goede oogsten worden verwacht.
🌩️ Waarom “donder” als teken geldt:
– In (vooral traditionele) landbouwculturen werden weerspatronen als ‘voorspelling’ gezien:
– ‘Onweer in juni’ → vaak ‘veel (nuttige) regen’ tijdens een cruciale groeiperiode.
– Dat zou leiden tot ‘gezonde gewassen’ en ‘goede opbrengst’.
📜 Oorsprong (traditioneel Nederlands weergezegde):
– Het gezegde hoort bij de categorie ‘volkskundige weer- en landbouwspreuken’ (“weerspreuken”).
– Zulke uitdrukkingen zijn meestal:
– ‘mondeling ontstaan’,
– later ‘opgetekend’ in verzamelingen van spreekwoorden/weerwijsheden,
– en hebben vaak ‘geen één vaste auteur.’
– In Nederland en Vlaanderen zijn er veel varianten in stijl (bijv. “als… dan…”, met maand + weerkenmerk).
✍️ Auteur:
– Voor “Juni dondergevaar, is een vruchtbaar jaar” is doorgaans ‘geen specifieke auteur’ bekend.
– Het wordt meestal beschouwd als ‘anoniem volksgeloof/spreuk’ uit de agrarische traditie, die later is verzameld.
✅ Handige nuance (taalkanttekening):
– Het woord “dondergevaar” is waarschijnlijk volks-/rijmwoordgebruik voor “donderend onweer” (donder).
– In sommige bronnen kan je ‘kleine varianten’ tegenkomen, omdat het om mondelinge overlevering gaat.
2. Juniweer – decemberweer, onthoudt dat nou voor een keer.

– Het weerbeeld in ‘juni’ zou iets zeggen over het weer in ‘december’.
– Dus: is juni bijvoorbeeld ‘nat, koel of somber’, dan zou december ook zo’n karakter krijgen.
– Het gaat niet letterlijk om dezelfde temperatuur, maar om het ’type weer’: droog/nat, rustig/onstuimig, zonnig/somber, zacht/koud ten opzichte van het seizoen.
Kort gezegd:
> ‘Zoals juni is, zo wordt december — volgens de volksweerkunde.
🧭 Oorsprong:
De spreuk hoort bij de traditionele ‘volksweerkunde’: oude weerswijsheden die vooral in agrarische gemeenschappen en almanakken werden doorgegeven.
Kenmerken daarvan:
– vaak mondeling overgeleverd;
– bedoeld als geheugensteuntje voor boeren en buitenmensen;
– meestal rijmend of ritmisch;
– gebaseerd op ervaring, toeval en seizoensobservatie, niet op moderne meteorologie.
De formulering “Juniweer is decemberweer” past in een bredere traditie van maandspreuken waarin het weer van de ene maand gekoppeld wordt aan een latere maand.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’ van dit gezegde.
Het moet worden gezien als:
– een ‘anonieme weerspreuk’;
– afkomstig uit de volksmond;
– later mogelijk door weeramateurs, almanakken of regionale spreekwoordenverzamelingen herhaald of aangepast.
De toevoeging “onthoud dat nou voor een keer” klinkt vrij modern en volkstaalachtig. Die regel lijkt vooral bedoeld als rijmende, grappige versterking, maar ook daarvan is geen vaste auteur bekend.
Maandspreuken juni:
3. Verwelkom 1 juni en eindig 30 juni door doelen te stellen, te bidden en hard te werken.

– “Verwelkom 1 juni en eindig 30 juni” betekent: ‘begin ergens (op 1 juni), werk toe naar een doel, en sluit het af op een vaste einddatum (30 juni).’
– Het richt de aandacht op ’tijd, discipline en afronding’.
– “Door doelen te stellen, te bidden en hard te werken” legt uit ‘hoe’ je dat doet:
– Doelen stellen → plan en richting
– Bidden → geloof/vertrouwen en kracht/motivatie
– Hard werken → inzet, doorzetten, uitvoeren
➡️ Samengevat: ‘Begin met een plan, vraag om kracht, en zet je schouders eronder tot het af is.’
🗣️ Oorsprong :
– De zin hier geciteerd (“Verwelkom 1 juni en eindig 30 juni…”) is ‘niet eenduidig te herleiden’ tot een algemeen bekend, klassiek spreekwoord of een bij naam bekende auteur.
– In de praktijk lijkt het te gaan om een ‘populair/regionaal gezegde of motto’ dat vaak in religieuze of motivational context wordt gebruikt.
– Zonder extra context (bijv. ‘land/regio, kerk/organisatie, boek, poster, of taalvariant’) kan de ‘exacte herkomst’ niet met zekerheid worden bevestigd.
✍️ Auteur :
– Ook hier geldt: er is op basis van deze exacte formulering ‘geen betrouwbare, algemeen gedocumenteerde auteur’ te noemen.
– Veel van dit soort teksten circuleren als:
– ‘motto’s’ van kerken/jeugdgroepen
– ‘campagne-teksten’ rond een periode (bv. maandthema)
– ‘persoonlijke uitspraken’ die later als gezegde worden doorgegeven.
4. Hoe de wind vanmorgen huilt / Rond eind mei, / En juni in hoog tempo voortdrijft / Om de verlaten wereld te bespotten / En de vreugde van de wereld die voorbij is…

Het gedicht is een meditatie over ‘melancholie en de wreedheid van seizoensovergang’. De huilende wind eind mei is geen vrolijke lente-energie; hij drijft juni te snel binnen, alsof hij de spot drijft met een spreker die zich niet in de pas voelt met de vernieuwing van de wereld. Belangrijkste thema’s:
– ‘Vervreemding’: het gezicht van de spreker is ‘niet gewenst’; hij voelt zich ongewenst, onzichtbaar voor de vreugde van de wereld.
– ‘Slaap als valse toevlucht’: dromen bieden een korte ontsnapping aan verdriet, maar wakker worden brengt alleen maar nieuwe waanideeën met zich mee – ‘meer leugenachtige verhalen om te weven, meer hoop om snel te vergaan.’
– ‘De bittere ironie van de hoop’: het gedicht eindigt niet met troost, maar met de cyclus van hoop en teleurstelling die zich eindeloos herhaalt.
Herkomst:
De regels komen uit een gedicht met de titel ‘The End of May’, gepubliceerd in 1891 in de bundel ‘Poems by the Way’ – het is gedicht nummer 36. De bundel is geschreven tijdens Morris ‘periode van diepe betrokkenheid bij de socialistische politiek en de Arts and Crafts-beweging. Het gedicht maakt gebruik van een ‘aaneenschakeling’ of kettingversstructuur, waarbij elke strofe de laatste regel van de vorige oppakt, waardoor het een spiraalvormige, obsessieve kwaliteit krijgt die de stemming weerspiegelt.
Auteur:
William Morris (1834-1896).
Hij is tegenwoordig vooral bekend als ontwerper, ambachtsman en socialistische activist, maar hij was ook een productief dichter. Dit gedicht is kenmerkend voor zijn literaire stem: natuurlijke schoonheid (wind, zonsopgang, het wisselen van de seizoenen) in scherp contrast met innerlijke verlatenheid en verlangen.
5. Als juni danst over de dood van mei, met scharlakenrode rozen die haar groene borst kleuren, en parende lijsters die haar dag inluiden, en de aarde op haar tenen loopt voor haar gouden gast, zie ik altijd de avond waarop we elkaar ontmoetten.

‘A Memory of June’ is een liefdeselegie, gedreven door een seizoensherinnering: de komst van juni doet elk jaar onwillekeurig een enkele, perfecte, vluchtige nacht vol passie herleven. Een paar lagen die het vermelden waard zijn:
– “June komt dansen over de dood van mei” verpersoonlijkt de vroege zomer als een triomfantelijke, levengevende figuur die over het sterven van de voorgaande maand heen stapt – een klassiek ‘memento mori’ gecombineerd met vernieuwing.
– “De aarde op zijn tenen voor haar gouden gast” – de hele natuur wacht ademloos op de warmte en het licht van June, en weerspiegelt hoe de spreker in verlangen zweeft.
– “Een liefde die zo vluchtig en zo compleet is” — de slotparadox is de emotionele kern: de liefde was totaal en perfect ‘omdat’ het maar één nacht was en nooit meer herhaald zou worden. De volledigheid en de vluchtigheid ervan zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
– Geleerden hebben ook thema’s van het verlangen naar hetzelfde geslacht opgemerkt die door het gedicht lopen, waardoor een extra laag van tederheid en verhulling wordt toegevoegd – een liefde die in die tijd alleen zijdelings kon worden uitgedrukt.
Herkomst:
Het gedicht verscheen in “Harlem Shadows” (1922), McKay’s historische collectie, en werd ook eerder gepubliceerd in “Cambridge Magazine” (1920) en “Spring in New Hampshire” (1921). Het is een Shakespeare-sonnet van drie strofen. Na de openingsstrofe die u citeerde, herinnert het gedicht zich aan een specifieke avond – ‘de eerste juni gedoopt in zachte regen’ – toen de spreker en een minnaar door natte straten naar huis liepen, met de armen in elkaar geslagen. De middelste strofe doet denken aan een kleine, geurige kamer waar ‘we maar voor één nacht getrouwd waren’, liggend in de stilte bij sterrenlicht, luisterend naar de regen. Het gedicht eindigt met een terugkeer naar dezelfde beelden uit juni, waarbij de ziel van de spreker zich losmaakt om te zingen over ‘een liefde die zo vluchtig en zo compleet is’.
Auteur: Het gedicht is van Claude McKay (1889–1948), de Jamaicaans-Amerikaanse dichter en romanschrijver die een centrale figuur was in de Harlem-renaissance. Hij was een meester in de sonnetvorm en gebruikte de klassieke Europese structuur om een diep persoonlijke, vaak grensoverschrijdende emotionele inhoud over te brengen – een kenmerkende spanning in zijn werk.
6. Het leek me altijd dat de kruidachtige pioen de belichaming is van juni.
