- Bomen moeten op 23 Mei gepoot worden. Meiregen doet groeien.

Deze zin klinkt als een ‘volkswijsheid’ of ‘boerenregel’. De strekking is:
– ‘Eind mei’ is volgens de spreuk een goed moment om bomen te planten.
– ‘Regen in mei’ helpt gewassen en jonge aanplant goed te groeien.
– De gedachte erachter is dat:
– de ergste ‘nachtvorst’ meestal voorbij is;
– de bodem vaak nog ‘vochtig’ is;
– jonge bomen dan beter kunnen ‘wortelen’.
👉 Vrij vertaald betekent het dus:
‘Plant bomen rond eind mei; regen in mei bevordert de groei.’
🌦️ Oorsprong:
Deze formulering lijkt sterk op een ’traditionele agrarische weerspreuk’ uit het Nederlandse taalgebied, vooral in de sfeer van:
– ‘boerenwijsheden’
– ’tuin- en landbouwkalenders’
– ‘mondeling overgeleverde spreuken’
De tweede helft — “Meiregen doet groeien” — sluit aan bij bekende volksuitspraken zoals:
– “Meiregen is goudregen.”
– “Meiregen brengt zegen.”
– “Regen in mei, koren in de wei.”
of vergelijkbare varianten.
Dat idee is oud: ‘regen in mei’ werd in landbouwgemeenschappen gezien als heel gunstig voor:
– gras
– graan
– moestuinplanten
– jonge aanplant
Over de datum 23 mei:
De precieze datum 23 mei is minder bekend als vaste, algemeen verbreide Nederlandse spreekwoorddatum dan bijvoorbeeld sommige heiligendagen of ijsheiligen. Daardoor is het waarschijnlijk dat:
– dit een ‘lokale variant’ is,
– of een regel uit een ‘regionale landbouwkalender’,
– of een later geformuleerde zin gebaseerd op oudere boerenwijsheid.
⚠️ Er is dus ‘geen duidelijke aanwijzing’ dat ’23 mei’ een universeel bekende standaardspreuk is.
✍️ Auteur: ‘Geen bekende individuele auteur’, maar behoort tot de ‘anonieme volkscultuur’.
Dat is typisch voor boerenregels en weerspreuken:
– ze ontstaan geleidelijk,
– worden mondeling doorgegeven,
– en krijgen onderweg verschillende formuleringen.
🧐 Taalopmerking:
De gebruikelijke vorm in modern Nederlands is eerder:
– “Bomen moeten op 23 mei geplant worden.”
– of “Bomen moeten op 23 mei gepoot worden.”
🔹 “Poten” wordt vaak gebruikt voor aardappelen, bollen, jonge planten.
🔹 Bij bomen is “planten” het meest gebruikelijk.
2. Meiregen genoeg en ’t weer is mooi, dan ’t hele jaar lang brood en hooi.

3. Mei koel en nat, vult zak en vat.

4. April klaar en rein, mei zal des te wilder zijn.

Maandspreuken mei:
5. Mei was nu begonnen, maar hier tussen de heuvels was ze mei alleen uit beleefdheid, of als ze mei was, zou ze het nooit zijn.

6. Deze zoete en uitbundige maand mei, de natuur in volle bloei, de vogels zingen, en dieren spelen voor het plezier in deze vreugdevolle tijd.

7. De bloemen die in de maand mei zouden moeten bloeien, kwamen allemaal op een aprildag! En ze zochten tevergeefs naar aprilbuien, maar de hele maand mei deed het niets anders dan regenen!
