23 januari

1. Als ’t in de Louwmaand (januari) mistig is, wordt de lentemaand heel fris. 2. In januari veel verdronken land, is goed voor de ganzen maarslecht voor de boerenstand. 3. Op een droge koude januaar, volgt veel sneeuw in februaar. 4. De zeven eerste dagen van het jaar, hangt veel vanaf het ganse jaar. 5.… Lees verder 23 januari

24 januari

Draagt de nieuwjaarsmaand een sneeuwwit kleed, dan is de zomer zeker heet. 2. Dansen de muggen in januaar, dan wordt de boer een bedelaar. Maandspreuken januari: 3. Een gunstige januari brengt ons een goed jaar. 4. De winter fluistert in witte en grijze tinten.  

19 januari

Januari warm, dat God zich erbarm. 2. Geeft januari een muggenzwerm, dan hoort ge in de Oogstmaand licht gekerm. Maandspreuken januari: 3. Laten we dit nieuwe jaar iets ongelooflijks doen. Laten we proberen de wereld te zien vanuit het raam van andere culturen!   4. Lieve wereld, ik ben opgewonden om in jou te leven,… Lees verder 19 januari

18 januari

Is januari zacht, dan krijgen lente en zomer veel groeiende kracht. 2. St. Petrus stoeltje koud, wordt veertien dagen oud. 3. Staat Sint-Pieters’ (18 januari) stoel te Rome in de sneeuw of in het nat: d’r staat een vochtig jaar te komen, het kan niet missen dat. 4. Sint-Pieterstoel (18 januari) bevroren, een droog jaar… Lees verder 18 januari

17 januari

Maakt St. Antoon (17 januari) de brok, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk. 2. St. Antonius (17 januari) heeft een hard hoofd, of een natte staart. 3. Met St. Teunis (17 januari) en St. Sebastiaan( 20 januari) komen de hardste koppen eerst aan. 4. St. Antonius (17 januari) komt over met hoog water, of… Lees verder 17 januari

16 januari

 Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan. 2. Is ’t in januari nat, ledig blijven schuur en vat. 3. Knapt januari niet van de kou, dan zit men zomers in de rouw. 4. Januari warm, dat de hemel zich erbarm. 5. Als het op 16 januari regent, dan is de zomer goed gezegend.… Lees verder 16 januari

15 januari

In januari veel water, brengt weinig wijn. 2. Een hommel in januari, brengt een goed wijnjaar. 3. St. Pauwel (15 januari) is de eerste der drie harde koppen (Met harde koppen, de harde vorst die omstreeks deze tijd kan voorkomen, worden Paulus van Theben (15 januari), Antonius Abt (17 januari) en Sebastiaan (20 januari) bedoeld.… Lees verder 15 januari

14 januari

Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari de sneeuw u plagen. 2. In januari weinig water, brengt veel wijn. 3. Een winterse mug, krijgt nog een dikke rug. 4. Als het op 14 januari sneeuwt, dan is het een goed jaar voor de gewassen. 5. Op 14 januari, als het vriest, komt… Lees verder 14 januari

13 januari

 Als het op St. Hilarius (13 januari) vriest, de boer zes weken niest. 2. Geeft St. Hilarius (13 januari) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn. 3. Als het op Sint Hilarius (13 januari) vriest, zes weken winter aan een stuk. 4. Op de dertiende van januari, geen vorst, dan is het wonderbaar. 5. Als het… Lees verder 13 januari

12 januari

Gelijk januari, zo ook juli. 2. In januari ziet de boer liever een wolf in het veld, dan een ploeg. 3. Als het op 12 januari regent, is de zomer in de lucht verwent. 4. Op 12 januari, als de lucht helder is, komt de vorst met een grote grijs. 5. Als ’t op 12… Lees verder 12 januari