1. Als ’t in de Louwmaand (januari) mistig is, wordt de lentemaand heel fris. 2. In januari veel verdronken land, is goed voor de ganzen maarslecht voor de boerenstand. 3. Op een droge koude januaar, volgt veel sneeuw in februaar. 4. De zeven eerste dagen van het jaar, hangt veel vanaf het ganse jaar. 5.… Lees verder 23 januari
Categorie: Januari, louwmaand
Januari
is de eerste maand en heeft een rijke geschiedenis en verschillende namen, waaronder de Nederlandse benaming “louwmaand”. Hier is de informatie over de oorsprong en betekenis:
Oorsprong van de naam Januari
Januari is ontleend aan de Latijnse maandnaam “iānuārius”, een gesubstantiveerd bijvoeglijk naamwoord uit “mēnsis iānuārius” wat “Janusmaand” betekent. De naam is afgeleid van Janus, de Romeinse god van deuren, begin en einde, die wordt afgebeeld met twee gezichten die zowel naar het verleden als naar de toekomst kijken.
Janus werd gezien als de god van doorgangen, poorten en in- en uitgangen, ook in de tijd, en algemener als god van alle begin en van de overgang van oud naar nieuw. Dit maakte januari symbolisch de perfecte maand om het nieuwe jaar te beginnen.
Louwmaand – De Nederlandse naam
Januari wordt ook wel louwmaand genoemd, wat een variant is van looimaand: januari was de maand waarin leer werd gelooid door voorbereidende bewerkingen erop uit te voeren. Januari is namelijk de maand dat de meeste dieren die worden geslacht ook gelooid worden.
Deze praktische benaming komt voort uit de traditionele activiteiten die in deze wintermaand plaatsvonden. Na de slacht van vee in de herfst werd het leer in januari bewerkt en gelooid.
Historische context
Januari en februari werden in de 7e eeuw v. Chr. toegevoegd aan de Romeinse kalender. Oorspronkelijk begon het Romeinse jaar in maart, maar later werd januari de eerste maand van het jaar, wat logisch was gezien de symboliek van Janus als god van nieuwe begin.
De oude Nederlandse maandnamen zoals louwmaand worden vandaag de dag nog steeds soms gebruikt, vaak in literaire contexten of door mensen die de Nederlandse taaltraditie willen behouden.
24 januari
Draagt de nieuwjaarsmaand een sneeuwwit kleed, dan is de zomer zeker heet. 2. Dansen de muggen in januaar, dan wordt de boer een bedelaar. Maandspreuken januari: 3. Een gunstige januari brengt ons een goed jaar. 4. De winter fluistert in witte en grijze tinten.
19 januari
Januari warm, dat God zich erbarm. 2. Geeft januari een muggenzwerm, dan hoort ge in de Oogstmaand licht gekerm. Maandspreuken januari: 3. Laten we dit nieuwe jaar iets ongelooflijks doen. Laten we proberen de wereld te zien vanuit het raam van andere culturen! 4. Lieve wereld, ik ben opgewonden om in jou te leven,… Lees verder 19 januari
18 januari
Is januari zacht, dan krijgen lente en zomer veel groeiende kracht. 2. St. Petrus stoeltje koud, wordt veertien dagen oud. 3. Staat Sint-Pieters’ (18 januari) stoel te Rome in de sneeuw of in het nat: d’r staat een vochtig jaar te komen, het kan niet missen dat. 4. Sint-Pieterstoel (18 januari) bevroren, een droog jaar… Lees verder 18 januari
17 januari
Maakt St. Antoon (17 januari) de brok, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk. 2. St. Antonius (17 januari) heeft een hard hoofd, of een natte staart. 3. Met St. Teunis (17 januari) en St. Sebastiaan( 20 januari) komen de hardste koppen eerst aan. 4. St. Antonius (17 januari) komt over met hoog water, of… Lees verder 17 januari
16 januari
Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan. 2. Is ’t in januari nat, ledig blijven schuur en vat. 3. Knapt januari niet van de kou, dan zit men zomers in de rouw. 4. Januari warm, dat de hemel zich erbarm. 5. Als het op 16 januari regent, dan is de zomer goed gezegend.… Lees verder 16 januari
15 januari
In januari veel water, brengt weinig wijn. 2. Een hommel in januari, brengt een goed wijnjaar. 3. St. Pauwel (15 januari) is de eerste der drie harde koppen (Met harde koppen, de harde vorst die omstreeks deze tijd kan voorkomen, worden Paulus van Theben (15 januari), Antonius Abt (17 januari) en Sebastiaan (20 januari) bedoeld.… Lees verder 15 januari
14 januari
Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari de sneeuw u plagen. 2. In januari weinig water, brengt veel wijn. 3. Een winterse mug, krijgt nog een dikke rug. 4. Als het op 14 januari sneeuwt, dan is het een goed jaar voor de gewassen. 5. Op 14 januari, als het vriest, komt… Lees verder 14 januari
13 januari
Als het op St. Hilarius (13 januari) vriest, de boer zes weken niest. 2. Geeft St. Hilarius (13 januari) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn. 3. Als het op Sint Hilarius (13 januari) vriest, zes weken winter aan een stuk. 4. Op de dertiende van januari, geen vorst, dan is het wonderbaar. 5. Als het… Lees verder 13 januari
12 januari
Gelijk januari, zo ook juli. 2. In januari ziet de boer liever een wolf in het veld, dan een ploeg. 3. Als het op 12 januari regent, is de zomer in de lucht verwent. 4. Op 12 januari, als de lucht helder is, komt de vorst met een grote grijs. 5. Als ’t op 12… Lees verder 12 januari