- April doet wat ‘ie (hij) wil.

2. Aprilvlokjes geven meiklokjes.

3. Regen in april en wind in mei, maakt de boeren blij.

4. Aprilse vlokjes, brengen meise klokjes.

5. April docht wat er wol.

Seizoensovergang: April ligt tussen winter en lente, waardoor koude en warme luchtmassa’s elkaar afwisselen. Dat levert buien, opklaringen en wisselvalligheid op. Wijdverspreid motief: Het idee komt in veel Europese talen voor, wat wijst op een gemeenschappelijke, oude weerobservatie in plaats van een individuele bedenker. Auteur ✍️: Geen specifieke auteur bekend. Het is een anonieme, collectieve spreuk uit de volksmond. Taalnoat (Fries) 🗣️: docht = “doet”, wol = “wil”, er = onbeklemtoonde vorm van “hy” (hij), verwijzend naar “April”. De punt aan het einde is prima; soms wordt de spreuk ook zonder punt geschreven. Praktische context: 💡: Tip: Kleed je in laagjes en houd een paraplu/regenjas bij de hand in april. Gebruik de spreuk als luchtige waarschuwing bij plotselinge weersomslag of bij plannen in de buitenlucht.
Maandspreuken april:
6. April in Parijs, kastanjes in bloei, feesttafels onder de bomen.

7. Een stroom vogelgezang, een geklets van dauw. Een wolk en een regenboog waarschuwen plotseling voor zonneschijn en volmaakt blauw. Een aprildag in de ochtend.
