- Als in juli de kwakkels lustig slagen, spreken zij van regendagen.

“Kwakkels” is een oud(er) Nederlands/Vlaams woord voor ‘kwartels’. De spreuk zegt: als kwartels in juli druk en levendig roepen (“slagen” = het typische roepgeluid van de kwartel maken), dan is dat een teken dat er regen op komst is. Het is dus een ‘weerspreuk’ (boerenweerregel): een dier-gedrag wordt gebruikt om het weer te voorspellen — vergelijkbaar met “als de koe haar staart omhoog steekt, komt er regen” of “zwaluwen die laag vliegen, wijzen op regen”.
Oorsprong:
Dit type gezegde komt uit de ‘volkse, agrarische weerspreukentraditie’ — eeuwenoude, mondeling overgeleverde boerenwijsheden die dienden om het weer te voorspellen aan de hand van waarnemingen in de natuur (dierengedrag, planten, hemelverschijnselen). Ze werden gebruikt door boeren en tuinders om oogst- en werkzaamheden te plannen, lang voordat er wetenschappelijke weersvoorspellingen bestonden.
De spreuk komt ook voor in oudere Vlaamse verzamelingen van weerspreuken, waar varianten genoteerd staan als “als kwakkels lustig slagen, spreken ze van regendagen” en “als de kwartels lustig slagen, spreken ze van regendagen”. Er bestaan dus meerdere varianten (“kwakkels”/”kwartel”, “slagen”/”slaan”), wat typisch is voor mondeling overgeleverde spreuken: de spreuk duikt ook op in bredere verzamelingen van regenvoorspellende gezegdes, naast vergelijkbare uitspraken over vinken en kwartels.
Auteur:
Zoals bij vrijwel alle weerspreuken is er ‘geen bekende individuele auteur’. Het is volksgoed (anoniem overgeleverd), ontstaan in de boerencultuur en generaties lang mondeling doorgegeven en pas later opgeschreven in verzamelingen van spreekwoorden en weerspreuken — vaak per maand gerubriceerd, zoals ook bij deze julispreuk het geval is.
2. Roept de koekoek rustig en regelmatig aan, schoon weerke om uit wandelen te gaan.

De spreuk zegt: als de koekoek rustig en op een gelijkmatig ritme roept, kondigt dat mooi weer aan om te gaan wandelen. Het idee erachter is de volksoverlevering dat dieren gevoelig zijn voor veranderingen in luchtdruk en luchtvochtigheid, en daardoor “aanvoelen” of er goed of slecht weer op komst is. Een onrustig, haastig of onregelmatig geluid van een dier werd doorgaans juist geassocieerd met naderend slecht weer (regen, onweer), terwijl kalm en regelmatig gedrag – zoals hier bij de koekoek – gold als voorbode van bestendig, zonnig weer.
De koekoek speelt sowieso een grote rol in de Nederlandse en Vlaamse weer- en kalenderfolklore. Zo bestaan er ook spreuken over wanneer de koekoek voor het eerst of voor het laatst geroepen wordt in het seizoen (bijvoorbeeld rond half juli, wanneer hij traditioneel “zwijgt”).
Oorsprong en auteur:
Zoals bij vrijwel alle weerspreuken is er ‘geen individuele auteur’ aan te wijzen. Het gaat om mondelinge overlevering: boeren-, tuinders- en volkswijsheid die generaties lang werd doorgegeven, vaak in rijmvorm zodat het makkelijk te onthouden was (hier het rijm “aan / gaan”). Dit soort spreuken werd vanaf de 19e en vroege 20e eeuw verzameld en opgeschreven in volkskundige bundels en almanakken, maar de spreuken zelf zijn ouder en anoniem van oorsprong, ontstaan in een tijd dat mensen sterk afhankelijk waren van het observeren van de natuur (dieren, planten, wolken) om het weer in te schatten, bij gebrek aan wetenschappelijke voorspellingsmethoden.
Deze specifieke spreuk duikt tegenwoordig vooral op in overzichten van “julispreuken” of “maandspreuken” — verzamelingen van dit soort weerwijsheden per kalendermaand, zoals te vinden op sites over volksweerkunde.
3. Wees maar voor geen buien bang, als er uren lui en lang, op de mesthoop ligt het zwijn, want duren blijft dan de zonneschijn.

Dit is een ‘boerenweerspreuk’ (agrarische weersvoorspelling in rijmvorm) die traditioneel bij de maand juli hoort — het vers staat vermeld als een van de spreuken voor 12 juli. “Wees maar voor geen buien bang, als er uren lui en lang, op de mesthoop ligt het zwijn, want duren blijft dan de zonneschijn” maakt deel uit van een reeks vergelijkbare juli-weerspreuken, zoals spreuken over de koekoek, bijen en padden die eveneens weer voorspellen.
Het rijm zegt: als een zwijn (varken) lang en lui op de mesthoop blijft liggen, hoef je niet bang te zijn voor regenbuien — dan blijft het mooi weer aanhouden. De gedachte erachter is klassieke diergedrag-weersvoorspelling: boeren letten vroeger op het gedrag van vee en dieren om het weer te voorspellen. Een varken dat rustig en langdurig in de zon (of gewoon lui) op de mesthoop ligt te “bakken”, zou duiden op stabiel, droog weer. Dieren die onrustig zijn of zich juist gaan verschuilen, zouden juist op naderende regen wijzen — dat idee komt in tal van vergelijkbare spreuken terug (spinnen die een gat in hun web maken vóór storm, koekoeken die “onrustig” roepen vóór regen, enzovoort).
Oorsprong en auteur:
Zulke weerspreuken zijn vrijwel altijd ‘anoniem volksgoed’:
ze zijn mondeling overgeleverd via boerentradities, vaak generaties lang doorgegeven en pas later verzameld en opgeschreven in verzamelingen van spreekwoorden, jaarkalenders en boerenalmanakken. Er is geen individuele auteur aan te wijzen — het past in een heel genre van rijmende “boerenregels” die het weer koppelen aan waarnemingen in de natuur (dieren, planten, hemelverschijnselen), bedoeld om weersverwachtingen makkelijk te onthouden en door te geven. Op de website die dit rijm publiceert, staat het dan ook simpelweg gecategoriseerd onder “weerspreuken” bij de maand juli, zonder auteursvermelding — kenmerkend voor dit soort volkswijsheid.
4. Gaan de bijen allemaal op huis aan, zal het spoedig regenen gaan.

= Wanneer bijen ‘snel of massaal’ terug naar hun nest gaan, dan is de kans groot dat er ‘binnen korte tijd regen’ komt.
– ‘Waarom?’
– Bijen voelen/registreren veranderingen in het weer (o.a. ‘luchtvochtigheid’, ‘druk’ en ‘soms’ het gedrag/voorkomen van regenfronten).
– Voor regenachtig weer is vliegen vaak minder gunstig, dus zoeken ze eerder dekking.
☔ Oorsprong :
– Dit is een ‘Nederlands weergezegde / spreekwoord’ dat al lang in gebruik is als ‘volkswijsheid’.
– Het hoort bij een bredere categorie “weervoorspellingen door dieren”:
– voorbeelden in dezelfde traditie zijn o.a. voorspellingen met ‘zwaluwen, mieren, spinnen’ enz.
– Waarschijnlijk heeft het gezegde wortels in de ‘volkskalender- en boerenwijsheid’: men observeerde natuurgedrag jarenlang en koppelde dat aan weerveranderingen.
– 📌 Let op: er is meestal ‘geen één specifieke bron of schrijver’ aan te wijzen (geen “officiële” uitvinder), omdat het om ‘mondeling overgeleverde’ zegswijzen gaat.
✍️ Auteur :
– ‘Geen bekende auteur’.
– Het gezegde is over het algemeen ‘anoniem’ en komt voort uit de ‘orale traditie’ van weer- en natuurspreuken.
✅ Praktische nuance (hoe “betrouwbaar” is het?)
– Het gezegde klopt ‘vaak als indicatie’, maar niet altijd:
– bijen kunnen ook door ‘andere veranderingen’ (wind, plotselinge drukdaling, slecht weer in het algemeen) terugkeren.
Maandspreuken juli:
5. De Londense bomen zijn stoffig bruin onder de zomerhemel. Mijn liefste, ze woont in de stad Londen en verlaat die niet in juli.

Het is in wezen een stedelijk liefdesgedicht dat de gebruikelijke romantische voorkeur voor de natuur boven de stad omkeert. Waar de Victoriaanse poëtische conventie vaak het ontsnappen naar het platteland in de zomer idealiseerde, kiest Levy’s spreekster ervoor om in een heet, stoffig, onglamoureus Londen te blijven – juist omdat daar de persoon woont van wie ze houdt. Het gedicht vangt een zeer moderne, grootstedelijke vorm van verlangen: liefde die niet wordt ervaren in pastorale omgevingen, maar in drukke straten, toevallige ontmoetingen en de pijn van bijna-ontmoetingen in een grote stad. Het wordt ook vaak geïnterpreteerd als een gedicht met een queer ondertoon, aangezien Levy’s romantische relaties op vrouwen waren gericht, en “London in July” is een van de gedichten waarin ze met een ongebruikelijke directheid voor haar tijd schrijft over haar verlangen naar een andere vrouw.
Oorsprong:
Het gedicht begint:
> De Londense bomen zijn stoffig bruin
> Onder de zomerhemel;
> Mijn geliefde, zij woont in Londen,
> En verlaat het niet in juli.
Het gedicht vervolgt met de spreekster die dwaalt door het “verschillende en ingewikkelde doolhof” van Londense straten en pleinen, half hopend, half wanhopend dat ze de vrouw van wie ze houdt te midden van de menigte zal tegenkomen – op een gegeven moment bekent ze dat elk gezicht op straat “het gezicht van één vrouw” lijkt te dragen. Het eindigt met een noot van tevreden berusting: in plaats van te verlangen naar landelijke beekjes en de zee (de modieuze zomerse ontsnapping aan de stad), verklaart de spreekster dat het simpelweg in Londen zijn – met de mogelijkheid, hoe klein ook, van een ontmoeting met haar geliefde – “genoeg” is.
Auteur:
Dit is van Amy Levy (1861-1889), uit haar gedicht “London in July”, onderdeel van de postuum gepubliceerde bundel “A London Plane-Tree and Other Verse” (1889).
Amy Levy was een Engelse dichter en romanschrijfster, een van de eerste Joodse vrouwen die Cambridge (Newnham College) bezocht. Ze was nauw verbonden met de literaire en feministische kringen van het laat-Victoriaanse Londen en was met name een pionier in het gebruik van symbolistische technieken in de Engelse poëzie, waarschijnlijk beïnvloed door Franse schrijvers. Ze pleegde zelfmoord op slechts 27-jarige leeftijd; Oscar Wilde was een van degenen die een lofrede voor haar schreven.
6. Juli is voor jonge mensen die houden van lange zomerdagen en de stralende nachten van het seizoen.

Taken at face value, it’s playing on the word “juvenile” in its sense of youthful, carefree, or playful — not necessarily “childish” in a negative way. The line is saying July appeals to people with a young-at-heart, fun-loving spirit: those who enjoy the long daylight hours and warm, glowing evenings that the month brings. It’s essentially a lighthearted way of saying July belongs to people who embrace summer’s leisure and energy — swimming, staying out late, being outdoors — rather than a serious or literary statement.
Origin:
This quote appears on quote-compilation sites (e.g., “100 July Quotes to Freshen You up for Summer”) attributed simply to “Anonymous.” It doesn’t trace back to a known, identifiable author — it’s part of a genre of generic seasonal quotes that circulate on quote-aggregator websites without a documented original source.
No verifiable author or publication source exists for it. It reads like it was composed specifically for these online “quote roundup” listicles (the kind aggregating dozens of July-themed quotes for blogs and social media), rather than being drawn from a poem, speech, or book by a named writer.