- Groeide in januari het gras, nooit de zomer goed en was.

De constructie “Groeide … het gras” gebruikt een oude, voorwaardelijke vorm zonder “als/dan”. “Goed en was” in de geciteerde variant klinkt dialectaal/verouderd; bedoeld wordt “(nooit) goed (geweest)” of “(niet) goed”. Betrouwbaarheid vandaag 🔬: Wetenschappelijk is er geen consistente, sterke correlatie tussen zachte januari-maanden en slechte zomers in de Benelux. Soms treedt het patroon op, vaak ook niet. Beschouw het dus als cultureel erfgoed, niet als weersvoorspelling.
2. Geeft januari ons géén wintervlagen, dan zal februari ons daarmee plagen.

Weerspreukentraditie: De zin hoort bij de lange orale traditie van Nederlandse en Vlaamse weerspreuken (boerenwijsheid). Zulke spreuken dienden vroeger als houvast voor landbouw en dagelijkse planning. Historische bedding: Varianten van dit idee komen al voor in 19e–20e-eeuwse Nederlandse spreekwoordenverzamelingen en almanakken. De gedachte sluit aan bij andere winterspreuken rond Lichtmis (2 februari), een moment waarop men vroeger het vervolg van de winter “duidde”. Taal: “Wintervlagen” verwijst naar winterse buien/squalls; “plagen” is beeldspraak voor ‘ons lastigvallen met (zwaarder) winterweer’. Auteur ✍️: Geen individuele auteur. Het is een anonieme, traditioneel overgeleverde weerspreuk uit de volksmond. Varianten en verwante spreuken 🔁 Mogelijke Nederlandse varianten:
“Geeft januari geen winter, dan brengt februari die wel.” “Als januari zacht is, wordt februari streng.” Engelstalige strekking (niet letterlijk): “If January is mild, February will be wild.” Wetenschappelijke houdbaarheid 🔬 Klimaatlogica: Er bestaat geen vaste, betrouwbare wetmatigheid dat een zachte januari een strenge februari “veroorzaakt”. Weerspreuken beschrijven vooral ervaring en toeval, niet statistiek. Huidig klimaat: Kortdurende winterse episodes in februari blijven mogelijk. De spreuk werkt dus als folkloristische waarschuwing.
Gebruik in de taal 💬: Je gebruikt de spreuk als knipoog of relativering wanneer januari ongewoon zacht is, om te zeggen: “Wacht maar, de winter kan nog komen.”
3. Fijne pels aan het wild, dan blijft de winter mild.

4. Wast het gras wel in januaar, voelt men ’t ganse jaar.

Samengevat: Een “te groene” januari is volgens de volkswijsheid een slecht voorteken voor oogsten, vee en gezondheid in de rest van het jaar. Oorsprong en context 📜: Herkomst: Lage Landen (vooral Vlaanderen) — te herkennen aan de dialectvormen “januaar” en “ganse”. Type: Traditionele weerspreuk/volkswijsheid uit een agrarische samenleving, ontstaan uit generaties boerenervaring en fenologische observaties. Periode: Oud volksgoed; in drukke verzamelingen van weerspreuken sinds de nieuwe tijd (17e–19e eeuw) terug te vinden, maar mondeling ouder. Achterliggende logica: In pre‑industriële landbouw waren afwijkende winters (erg zacht) vaak gevolgd door weersomslagen of biologische effecten die het landbouwjaar “voelbaar” zwaar maakten. Auteur ✍️: Geen individuele auteur. Het is anonieme, collectieve volkswijsheid. 🔁 Varianten in modern Nederlands: “Groeit het gras in januari, het schaadt het hele jaar.” “Als het gras in januari wast, men voelt het heel het jaar.” Verwante internationale gedachte: Vergelijkbare Engelse wijsheid: een “groene januari” geldt als onheilspellend voor het verdere jaar. Taalnotities 🗣️: “wast” = “groeit”, “januaar” = dialect voor “januari”,“ganse” = “hele”, “’t” = “het”. Relevantie vandaag 🔎: Als voorspeller is het niet wetenschappelijk betrouwbaar; het drukt een ervaring uit, geen meteorologische wet. Toch raakt de spreuk aan echte fenomenen (plagen, fenologie, voederplanning) die door zachte winters beïnvloed kunnen worden.