- Als het regent in november, valt Kerstmis in december.

Dit is een humoristische ‘nepweerspreuk’.
De regen in november heeft uiteraard geen invloed op de datum van Kerstmis:
Kerstmis valt altijd op 25 en 26 december.
De grap zit in:
– de vorm van een traditionele weerspreuk;
– de verwachting dat er een voorspelling volgt;
– de volkomen vanzelfsprekende conclusie.
Figuurlijk kan de uitspraak worden gebruikt om ‘schijnwijsheid’, een nutteloze voorspelling of een open deur te bespotten.
Oorsprong:
De spreuk is waarschijnlijk ontstaan als ‘parodie op oude boeren- en weerspreuken’, zoals uitspraken waarin het weer van een bepaalde maand iets zou voorspellen over de winter of de oogst. Er bestaan verschillende varianten, bijvoorbeeld:
> “Als het vriest in november, valt Kerstmis in december.”
Een ‘precieze plaats of datum van ontstaan is niet betrouwbaar vastgesteld’. Het gaat vermoedelijk om ‘mondeling verspreide volkshumor,’ later ook gebruikt in spreukenkalenders en verzamelingen met grappige gezegden.
Auteur:
Er is ‘geen aantoonbare individuele auteur’ bekend.
De uitspraak moet daarom doorgaans als ‘anoniem’ of als een ‘volkse humoristische spreuk’ worden vermeld. Toeschrijvingen aan cabaretiers of andere bekende personen zijn zonder een vroege, controleerbare bron niet betrouwbaar.
2. Brengt de late herfst neveldagen, dan zal de sneeuw in de winter plagen.

Dit gezegde voorspelt dat ‘veel mistige dagen aan het einde van de herfst’ gevolgd zouden worden door een winter met ‘veel of langdurige sneeuwval’. Het werkwoord ‘plagen’ betekent hier dat de sneeuw overlast veroorzaakt of hardnekkig blijft aanhouden.
In modern Nederlands:
> ‘Veel mist in de late herfst zou wijzen op een sneeuwrijke winter.’
📜 Oorsprong:
Het is een ‘volkskundige weerspreuk’. Zulke rijmende spreuken ontstonden in een agrarische samenleving, waarin boeren en schippers weersverschijnselen gebruikten om het weer op langere termijn te voorspellen. Door rijm — ‘dagen/plagen’ — waren ze gemakkelijk te onthouden en mondeling door te geven.
‘Een precieze plaats of datum van ontstaan is niet betrouwbaar vastgesteld’. De spreuk behoort waarschijnlijk tot de bredere ‘Nederlands-Vlaamse traditie van weer- en boerenspreuken’ en is later in spreukenverzamelingen, kalenders en almanakken opgenomen.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk geldt als ‘anoniem volkserfgoed’ en is vermoedelijk geleidelijk in de mondelinge overlevering ontstaan. Een persoon die hem in een boek of kalender heeft opgenomen, is dus niet noodzakelijk de oorspronkelijke bedenker.
3. In november hard begin, in de winter zoet begin.

De strekking van deze ‘oude weerspreuk’ is:
> ‘Wanneer november streng, koud of onstuimig begint, zou het begin van de eigenlijke winter juist zacht verlopen.’
Het woord “zoet” betekent hier niet ‘suikerachtig’, maar in oudere taal:
‘zacht, aangenaam of mild’.
“Hard” betekent:
‘streng, koud of guur’.
Zoals bij veel weerspreuken gaat het om volkswaarneming.
📜 Oorsprong:
De spreuk behoort waarschijnlijk tot de ‘mondeling overgeleverde boeren- en kalenderwijsheden’. Zulke rijmende regels werden gebruikt om het komende weer te voorspellen en kwamen later terecht in almanakken en verzamelingen van spreekwoorden.
De precieze formulering kan variëren; door mondelinge overlevering bestaan van weerspreuken vaak verschillende versies.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde geldt als ‘anoniem volksgoed’.
Eventuele samenstellers van almanakken of spreekwoordenboeken waarin het voorkomt, zijn dus verzamelaars en niet noodzakelijk de bedenkers.
4. Begin november al erg koud, zich niet lang staande houdt.

> ‘Als het begin november al opvallend koud is, zal die vroege kou waarschijnlijk niet lang aanhouden.’
Het verzwegen onderwerp in het tweede deel is “de kou”:
“…dan houdt de kou zich niet lang staande.”
📜 Oorsprong:
Dit is een ‘weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’. Zulke rijmende spreuken ontstonden uit waarnemingen van boeren en plattelandsbewoners, die het weer koppelden aan landbouw, oogst en seizoensverloop. Ze werden vooral mondeling overgeleverd en later opgenomen in kalenders en verzamelingen van weerspreuken.
De gedachte erachter is dat een vroege koudeperiode in november vaak wordt gevolgd door zachter weer.
✍️ Auteur:
Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
De spreuk geldt als ‘anonieme volksoverlevering’. Ook de exacte formulering kan relatief jong zijn; van weerspreuken bestaan vaak verschillende regionale en rijmende varianten.
Taalkundig vollediger zou de spreuk luiden:
> “Is het begin november al erg koud, dan houdt de kou zich niet lang staande.”
5. Wat is het toppunt van herfst? Wakker worden naast een eikel!

Dit is een ‘woordgrap’:
– Een ‘eikel’ is letterlijk de vrucht van een eikenboom en wordt sterk met de herfst geassocieerd.
– ‘Eikel’ is daarnaast een scheldwoord voor een vervelende of domme persoon. “Wakker worden naast een eikel” betekent dan dat je naast zo iemand in bed ligt.
– Eventueel speelt op de achtergrond ook de anatomische betekenis van ‘eikel’ mee, maar de belangrijkste grap draait om ‘herfstvrucht versus scheldwoord’.
Het “toppunt van herfst” is dus dat zelfs degene naast wie je wakker wordt een ‘eikel’ blijkt te zijn.
📚 Oorsprong:
De zin behoort tot het bekende genre van “Wat is het toppunt van” …-moppen. Zulke korte raadselgrappen circuleren al lange tijd mondeling, in moppenboeken en later op internet en sociale media.
Voor deze specifieke formulering is ‘geen betrouwbare oorspronkelijke bron’ bekend. Waarschijnlijk is de mop ‘binnen de mondelinge en digitale volkscultuur’ ontstaan en vervolgens in verschillende varianten verspreid.
✍️ Auteur:
De auteur is ‘onbekend of anoniem’.
Er is geen aantoonbare schrijver aan wie de grap met zekerheid kan worden toegeschreven.
Strikt genomen is dit overigens geen traditioneel ‘gezegde’, maar een ’toppuntmop of woordspeling’.
Maandspreuken november:
6. In november kom je te weten hoe lang de winter zal duren.

De zin werkt op twee niveaus:
– Letterlijk:
In november zorgen de kou, de duisternis en de korter wordende dagen ervoor dat de naderende winter tastbaar wordt; men begint aan te voelen hoe zwaar en schijnbaar eindeloos deze zal zijn.
– Figuurlijk:
De eerste tekenen van lijden onthullen de waarschijnlijke duur en ernst van een beproeving. In de context van de roman, die zich afspeelt tijdens de oorlog, staat “winter” niet alleen voor het weer, maar ook voor ‘oorlog, uitputting, angst en langdurige ontbering’.
“Weten hoe lang” is daarom eerder psychologisch dan gebaseerd op de kalender:
November vertelt je ‘hoe lang de winter zal aanvoelen’, niet wat de exacte duur ervan is.
Het is een literaire observatie, geen traditioneel weerspreekwoord. In sommige edities staat de zin zonder de komma na “november”.
📖 Auteur en herkomst:
De zin is afkomstig van Martha Gellhorn (1908–1998),
een Amerikaanse romanschrijver, journaliste en oorlogscorrespondent.
> “In november begin je te weten hoe lang de winter zal duren.”
Het is de openingszin van haar roman “Point of No Return” uit 1948, die ook werd gepubliceerd onder de titel “The Wine of Astonishment”. De roman gaat over Amerikaanse soldaten in Europa tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van een concentratiekamp.
7. Wanneer het in mijn ziel een vochtige, druilerige novembermaand is, zal ik de herinnering aan warme, zonnige, nazomermiddagen als deze oproepen en enorm getroost worden.

De zin beschrijft hoe een fijne herinnering kan worden ingezet om verdriet te overwinnen:
– “Een vochtige, miezerige novembermaand in mijn ziel”:
is een metafoor voor een depressieve stemming, somberheid of emotionele kilte.
– Het ophalen van herinneringen aan “warme, zonnige namiddagen aan het eind van de zomer” biedt troost en brengt de emotionele warmte terug.
Eenvoudig gezegd:
‘Wanneer ik me somber of ongelukkig voel, denk ik terug aan mooie dagen en voel ik me weer beter.’
Oorsprong en auteurschap 📚:
De volledige zin wordt vaak toegeschreven aan Peggy Toney Horton, een Amerikaanse schrijfster en dichteres. Het meest treffende deel ervan is echter onmiskenbaar een bewerking van de openingsalinea uit het eerste hoofdstuk, “Loomings”, van Herman Melvilles roman “Moby-Dick” (1851):
Hortons versie transformeert Melvilles beeld van innerlijke melancholie tot een overpeinzing over herinnering en troost.
Correcte bronvermelding:
Als u de volledige zin citeert, kunt u het volgende noteren:
> “Wanneer het een vochtige, miezerige novembermaand is in mijn ziel, haal ik de herinnering op aan warme, zonnige namiddagen aan het eind van de zomer – zoals deze – en vind ik daarin grote troost.”
> Peggy Toney Horton, in navolging van Herman Melvilles “Moby-Dick”.
Hoewel de toeschrijving aan Horton veelvuldig op internet circuleert, is het lastig om een ‘ondubbelzinnige, gedocumenteerde bron in druk’ te vinden. De uitdrukking “een vochtige, miezerige novembermaand in mijn ziel” moet zonder twijfel worden toegeschreven aan Herman Melville.
8. “Herfst…de laatste, mooiste glimlach van het jaar.” De maand met de geur van pompoen, gewonde bladeren vallen op de grond, als goud, de laatste schoonheid, die de natuur gespaard heeft voor de finale van het jaar, de tijd dat het glinsterende zonlicht van het najaar zal worden verdreven en snijdende kou wordt terug gegeven.
