24 juni

  1. Na Sint Jan (24 juni) moet de koekoek zwijgen, anders is er niet veel goeds meer te krijgen.
Foto: Hans Veth.  ✅ Betekenis 📜:
– Na Sint-Jan — 24 juni — hoort de koekoek niet meer te roepen.
– Als hij dat tóch nog doet, werd dat vroeger gezien als een ‘slecht voorteken’.
– Men dacht dan aan een ‘late of slechte zomer’, een ’tegenvallende oogst’ of zelfs ‘schaarste aan voedsel’.
Kort gezegd:
> ‘Als de natuur na Sint-Jan nog “achterloopt”, voorspelt dat weinig goeds voor oogst en welvaart.’
🌿 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde’ en ‘agrarische kalenderwijsheid’.
Sint-Jan is de feestdag van Johannes de Doper, op 24 juni.
– Die datum ligt vlak na de ‘zomerzonnewende’ en gold vroeger als een belangrijk keerpunt in het jaar.
– De ‘koekoek’ roept vooral in het voorjaar en de vroege zomer, ongeveer van april tot juni. 🐦
– Na Sint-Jan hoort zijn roep normaal gesproken af te nemen of te verdwijnen.
Boeren en plattelandsbewoners gebruikten zulke natuurverschijnselen als aanwijzingen voor het verloop van het seizoen. Een koekoek die na Sint-Jan nog roept, werd gezien als teken dat het seizoen niet normaal verliep.
👤 Auteur:  Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘volksgezegde’ of ‘weerspreuk’, mondeling doorgegeven van generatie op generatie. Zulke spreuken zijn meestal niet door één persoon bedacht, maar ontstaan uit gezamenlijke ervaring en bijgeloof binnen de landbouwcultuur.

2. Met Sint Jan (24 juni), slaat de eerste maaier an.

Foto: Rasa Kasparaviciene.  ✅ Betekenis 🌾:
Rond Sint-Jan begint men met ‘maaien’, vooral het maaien van gras/hooi.
– Sint-Jan verwijst naar Sint-Jansdag: 24 juni, de feestdag van Johannes de Doper.
“De eerste maaier” is de eerste boer of landarbeider die met de zeis het gras gaat maaien.
“An” is een oudere of dialectische vorm van “aan”.
– Het gezegde betekent dus ongeveer:
> ‘Vanaf Sint-Jan begint de maaitijd / hooioogst.’
🌱 Oorsprong:
Dit is een ‘oude boeren- of kalenderwijsheid’ uit de agrarische samenleving.
– In de traditionele landbouw was 24 juni een belangrijk keerpunt in het jaar: rond de langste dag, wanneer het gras hoog genoeg stond om te maaien.
– Sint-Jansdag komt in veel volkswijsheden voor, omdat die datum werd gebruikt om werkzaamheden op het land te ordenen.
– Het gezegde hoort bij de zogenaamde ‘weerspreuken en boerenregels’.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
– Het is een ‘volksgezegde’ of ‘spreekwoordelijke boerenwijsheid’.
– Zulke gezegden zijn mondeling ontstaan en later opgetekend in spreekwoorden- en volkskundeverzamelingen.
– Eventuele verzamelaars kunnen het hebben genoteerd, maar zij zijn niet de oorspronkelijke auteurs.

3. Als de linde bloeit met Sint Jan (24 juni), is er koren met Sint Jacob (25 juli).

Foto: Chris Bair.  Betekenis 🌾 :
Dit is een ‘boeren- of weerspreuk’. De spreuk betekent:
– Als de ‘lindeboom bloeit rond Sint Jan’ — 24 juni —
– dan zal het ‘koren rijp zijn of geoogst kunnen worden rond Sint Jacob’ — ’25 juli’.
Met andere woorden: de bloei van de linde werd gezien als een ‘natuurlijke aanwijzing’ voor het verloop van het landbouwseizoen. Bloeit de linde op tijd, dan mag men ongeveer een maand later rijp graan verwachten.
📅 De heiligendagen:
– Sint Jan: 24 juni
– Feestdag van Johannes de Doper.
– Sint Jacob: 25 juli
– Feestdag van Jakobus de Meerdere.
In vroegere tijden gebruikten boeren vaak zulke kerkelijke feestdagen als vaste ijkpunten in het jaar.
🌳 Landbouwkundige achtergrond:
De spreuk sluit aan bij de natuurlijke kalender:
– De ‘linde bloeit meestal eind juni’.
– Het ‘koren’, vooral rogge of tarwe, rijpt vaak in de weken daarna.
– Tussen Sint Jan en Sint Jacob ligt ongeveer ‘één maand’.
De spreuk zegt dus eigenlijk:
‘een normale of gunstige bloei rond eind juni wijst op een normale graanrijping eind juli.’
🕰️ Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde en landbouwtraditie’ van de Lage Landen en andere delen van Europa. Zulke spreuken ontstonden uit eeuwenlange observatie van:
– weer,
– plantenbloei,
– oogsttijd,
– seizoensverloop.
Ze werden mondeling doorgegeven van generatie op generatie.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is geen literair citaat van één schrijver, maar een ‘anoniem volksgezegde’ of ‘boerenspreuk’. Zulke spreuken zijn collectief ontstaan binnen de plattelandscultuur.

4. Sint Jans (24 juni) regen, voor de oogst geen zegen.

Foto: Clark Young.  ✅ Betekenis 🌧️:
Ook wel: “Sint-Jansregen is voor de oogst geen zegen.”
Als het ‘regent rond Sint-Jan’, dan is dat volgens de volkswijsheid ‘ongunstig voor de oogst’.
Met Sint-Jan wordt meestal bedoeld:
– 24 juni – de feestdag van Sint-Jan de Doper.
De gedachte erachter is dat regen rond eind juni slecht kan zijn voor landbouwgewassen, bijvoorbeeld omdat:
– 🌾 graan in bloei of ontwikkeling staat; te veel regen kan schade geven;
– 🌱 gewassen kunnen platregenen of gaan schimmelen;
– 🚜 hooi- en oogstwerk moeilijker wordt bij nat weer;
– ☀️ boeren rond deze periode juist droog en warm weer wensten.
Kort gezegd: ‘regen op of rond Sint-Jan voorspelt weinig goeds voor de oogst.’
🕰️ Oorsprong:
Dit gezegde is een ‘oude boerenweerspreuk’ of ‘volksweerspreuk’. Zulke spreuken ontstonden uit eeuwenlange waarnemingen van boeren, die het weer koppelden aan vaste dagen op de heiligenkalender.
De dag van Sint-Jan, 24 juni, ligt vlak na de ‘zomerzonnewende’. In de agrarische kalender was dit een belangrijk moment: gewassen stonden volop te groeien en het weer had grote invloed op de latere opbrengst.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde komt uit de ‘volksmond’ en is anoniem overgeleverd. Het behoort tot de traditionele Nederlandse en Vlaamse weerspreuken, vergelijkbaar met andere spreuken zoals:
– “Regen op Sint-Jan, de oogst vergaan.”
– “Sint-Jan nat, geeft weinig koren in het vat.”

5. De regen van Sint Jan (24 juni), de oogst bederven kan.

Foto: Eugene Triguba.  ✅ Betekenis 🌧️:
Dit gezegde betekent dat ‘regen rond Sint-Jan’, dus rond 24 juni, schadelijk kan zijn voor de landbouw en de komende oogst.
– Sint-Jan verwijst naar Johannes de Doper, wiens feestdag op 24 juni valt.
– Eind juni is in de landbouw een belangrijke periode:
– graan staat vaak in bloei of begint te rijpen;
– hooi moet worden gedroogd;
– te veel vocht kan schimmel, legering van graan of slechte bestuiving veroorzaken.
– Daarom werd regen op of rond deze dag gezien als een slecht voorteken voor de oogst.
Kort gezegd: ‘veel regen eind juni kan de opbrengst van het land verminderen.’
🌾 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘agrarische volksweerkunde’: boeren observeerden het weer op vaste dagen in het jaar en verbonden daar verwachtingen aan voor de oogst.
In vroegere tijden gebruikte men vaak ‘heiligendagen’ als ijkpunten in het jaar, omdat die algemeen bekend waren. Sint-Jan viel bovendien dicht bij de ‘zomerzonnewende’, een belangrijk moment in de natuur- en landbouwcyclus.
Dit soort gezegden ontstond dus uit:
– eeuwenlange boerenervaring;
– mondelinge overlevering;
– de kerkelijke kalender met heiligendagen;
– praktische zorg om graan, hooi en andere gewassen.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde is een ‘anoniem volksgezegde’ of ‘boerenweerspreuk’. Het is waarschijnlijk mondeling ontstaan en later opgetekend in verzamelingen van spreekwoorden en volkswijsheden.

6. Sint Jan (24 juni) is een regenman.

Foto: Christopher Campbell.  ✅ Betekenis 🌧️:
‘Rond Sint-Jan regent het vaak’ of wordt regen verwacht.
– Sint Jan wordt hier ‘personifiërend’ voorgesteld als iemand die regen meebrengt.
– Het is vooral een ‘weerspreuk/boerenwijsheid’, geen spreekwoord met een diepere morele betekenis.
👉 Sint-Jan verwijst meestal naar Sint-Jan de Doper, wiens feestdag op 24 juni valt.
🌾 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde’ en de ‘agrarische kalender’.
– Boeren gebruikten vroeger heiligendagen als vaste herkenningspunten in het jaar.
– Rond 24 juni, midden in de zomer en rond de tijd van hooien en groeiende gewassen, was regen belangrijk maar soms ook hinderlijk.
– Daarom ontstonden allerlei weerspreuken rond Sint-Jan, zoals:
“Regent het op Sint-Jan, dan regent het zes weken lang.”
“Vóór Sint-Jan bidt men om regen, na Sint-Jan komt hij ongelegen.”
Het gezegde past dus in een oude traditie waarin weersverwachtingen werden gekoppeld aan kerkelijke feestdagen.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’.
– Het is een ‘anoniem volksgezegde’.
– Het is waarschijnlijk mondeling ontstaan en later opgetekend in verzamelingen van spreekwoorden, weerspreuken of volkskunde.
– Zulke spreuken worden meestal toegeschreven aan ‘de volksmond’.

7. Na Sint Jan (24 juni), neemt de zee het onweer niet meer an.

Foto: Ryan Yao.  ✅ Betekenis 🌩️:
> Ook wel: “Vóór Sint-Jan neemt de zee het onweer aan, na Sint-Jan niet meer.”
Dit is een ‘oude weerspreuk’. Ze betekent ongeveer:
– Na Sint-Jan — dus na 24 juni, de feestdag van Johannes de Doper — zou de zee ‘onweer niet meer “opnemen” of doen verdwijnen’.
– Met andere woorden: onweer dat zich boven land of aan de kust vormt, wordt na die datum volgens de volkswijsheid ‘minder gemakkelijk door de zee afgezwakt of weggetrokken’.
– Het gezegde drukt een waarneming uit dat het weer rond midzomer verandert: de zee is dan geleidelijk warmer geworden en gedraagt zich meteorologisch anders dan in het voorjaar.
Het woord “an” is een oudere of dialectische vorm van “aan”.
🌊 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’, vooral uit ‘kuststreken’ waar vissers, boeren en kustbewoners het weer nauwlettend observeerden.
De gedachte erachter hangt samen met het verschil tussen:
– het ‘sneller opwarmende land’ in het voorjaar;
– de ‘langzamer opwarmende zee’;
– en de invloed daarvan op buien en onweer.
Rond Sint-Jan / midzomer werd in veel oude weerspreuken een omslagpunt gezien. Sint-Jan, 24 juni, ligt vlak na de ‘zomerzonnewende’ en geldt in de volkskalender vaak als belangrijke datum voor weer, groei, oogst en seizoensverloop.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het is een ‘anonieme volkswijsheid’ of ‘weerspreuk’, mondeling doorgegeven onder boeren, vissers en kustbewoners. Zulke spreuken ontstonden meestal uit herhaalde waarnemingen en werden later in almanakken, spreekwoordenverzamelingen of regionale overleveringen opgetekend.

8. Na Sint Jan (24 juni), neemt de zee de buien an.

Foto: Brian Cook.  ✅ Betekenis 🌦️:
– Na Sint-Jan, dus na 24 juni, verandert het weerpatroon aan zee.
– De zee is dan voldoende opgewarmd om ‘buien te laten ontstaan of te versterken’.
– Vooral aan de kust kunnen na die datum buien gemakkelijker vanaf zee komen of boven zee actief blijven.
Kort gezegd:
> ‘Na 24 juni kan de zee meer bijdragen aan buiig weer.’
Daartegenover bestaat ook de gedachte dat vóór Sint-Jan de zee nog relatief koud is en buien juist kan afzwakken.
📅 Wie of wat is Sint-Jan?
Met Sint-Jan wordt meestal bedoeld:
Sint-Jan de Doper, feestdag op 24 juni.
Die datum ligt rond de midzomerperiode en werd vroeger vaak gebruikt als een belangrijk keerpunt in het jaar, ook in weerspreuken en landbouwkalenders.
🌊 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ en is vooral logisch in ‘kuststreken’, bijvoorbeeld in Zeeland, Vlaanderen of andere gebieden langs de Noordzee.
De vorm “an” in plaats van “aan” wijst op een ‘dialectische of regionale vorm’, waarschijnlijk uit een kustdialect zoals Zeeuws of Vlaams.
De spreuk is gebaseerd op eeuwenlange waarneming:
– in het voorjaar is de zee nog koud;
– rond eind juni begint de zee merkbaar warmer te worden;
– warmere zee kan vocht en warmte leveren aan de lucht;
– daardoor kunnen buien makkelijker ontstaan of aanhouden.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het gaat om een ‘anonieme volkswijsheid’ of ’traditionele weerspreuk’, mondeling overgeleverd door boeren, vissers en kustbewoners.

9. De regen voor Sint jan (24 juni), brengt ’s landsman zak de duit. De regen na Sint Jan haalt die er weer uit.

Foto: Allef Vinicius.  ✅ Betekenis 🌧️ :
Dit oude boerengezegde betekent:
– “Regen vóór Sint-Jan” — dus vóór 24 juni — is gunstig voor de landbouw.
Het helpt gewassen groeien en levert de boer uiteindelijk geld op.
‘Regen ná Sint-Jan’ kan juist schadelijk zijn.
Dan staan gewassen vaak dichter bij de oogst, moet er gehooid worden of rijpt het graan. Te veel regen kan dan schade veroorzaken, waardoor de opbrengst en dus het inkomen van de boer dalen. Met andere woorden:
> ‘Voor Sint-Jan vult regen de beurs van de boer; na Sint-Jan kan regen die beurs weer leegmaken.’
📅 Wie of wat is Sint-Jan?
Met Sint-Jan wordt meestal Sint-Jansdag bedoeld: 24 juni, de feestdag van Johannes de Doper.
Die datum ligt vlak na de zomerzonnewende en had in de traditionele landbouwkalender veel betekenis. Rond die tijd begon een nieuwe fase in het boerenjaar: van groei naar rijping en voorbereiding op de oogst.
🌾 Oorsprong:
Het gezegde komt uit de ‘agrarische volkswijsheid’ en behoort tot de zogenaamde ‘weerspreuken’ of ‘boerenweerspreuken’.
Deze spreuken ontstonden uit langdurige ervaring van boeren met:
– seizoenen;
– regen en droogte;
– groei van graan, gras en andere gewassen;
– hooien en oogsten;
– opbrengst en verlies.
Ze werden vaak mondeling doorgegeven en later opgenomen in almanakken, spreukenverzamelingen en volkskundige werken.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het is een ‘volksgezegde’: ontstaan in de mondelinge traditie onder boeren en landlieden. De formulering kan per streek verschillen, maar de gedachte erachter is algemeen: regen is vóór een bepaald moment nuttig, maar na dat moment riskant voor de oogst.
🪙 Taaluitleg:
‘ ’s landsmans’ betekent: ‘van de landman’, dus van de boer.
‘duit’ was een kleine munt.
In het gezegde staat die symbool voor geld of verdienste.
“Brengt de duit in de zak” betekent: het levert geld op.
“Haalt die er weer uit” betekent: het kost geld of veroorzaakt verlies.

10. Is op Sint Baptist (= Sint Jan) de hemel rein, dan zal hij het ook in juli zijn.

Foto: Joakim Berglund.  Betekenis 🌤️ :
Dit is een ‘weerspreuk’ of ‘boerengezegde’.
– Sint Baptist / Sint Jan verwijst naar Johannes de Doper.
– Zijn feestdag valt op 24 juni.
“De hemel rein” betekent: de lucht is helder, zuiver, onbewolkt of mooi weer.
– De spreuk betekent dus:
> ‘Als het op 24 juni mooi en helder weer is, dan verwacht men ook mooi weer in juli.’
Met andere woorden: het weer rond Sint-Jan zou volgens de volkswijsheid een voorteken zijn voor het weer in de maand juli.
Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde’ en de ‘boerenkalender’.
– In landbouwgemeenschappen werd het weer nauwkeurig gevolgd.
– Men koppelde weersverwachtingen vaak aan ‘heiligendagen’, omdat die vaste ijkpunten in het jaar vormden.
– Sint-Jan, rond de zomerzonnewende, was daarbij een belangrijk moment.
– Zulke spreuken ontstonden uit langdurige observatie, maar zijn geen wetenschappelijke voorspellingen.
Deze spreuk behoort dus tot de traditie van ‘Nederlandse en Vlaamse weerspreuken’.
Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’.
– Het is een ‘anoniem volksgezegde’.
– Het werd mondeling doorgegeven van generatie op generatie.
– Later is het opgenomen in verzamelingen van weerspreuken, almanakken en volkskundige werken.

11. Voor Sint Jan (24 juni) moet men om regen smeken, daarna regent het vele weken.

Foto: Aaron Burden.  Betekenis ✅ 🌧️ :
Dit is een ‘weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’.
De strekking is:
– Vóór 24 juni, de feestdag van Sint Jan de Doper, is regen nog onzeker of schaars; boeren moeten als het ware ‘bidden of smeken om regen’ voor hun gewassen.
– Na Sint Jan zou het volgens het gezegde gemakkelijker of langduriger gaan regenen: “vele weken” verwijst naar een natte periode in de zomer.
Kort gezegd:
> ‘Rond Sint Jan keert volgens de volksweerkunde het weer: vóór die tijd verlangt men regen, daarna kan men er juist veel van krijgen.’
Oorsprong 🌾:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde’ en de ‘agrarische kalender’ van West-Europa, waaronder de Lage Landen.
Belangrijke elementen:
– Sint Jan, 24 juni, valt vlak na de ‘zomerzonnewende’.
– In de traditionele boerenkalender gold deze datum als een belangrijk keerpunt in het jaar.
– Boeren koppelden het weer op heiligendagen vaak aan verwachtingen voor oogst, groei en komende seizoenen.
– Regen rond eind juni was belangrijk voor gewassen, maar te veel regen daarna kon problemen geven bij hooi- en graanoogst.
Het gezegde hoort bij een bredere groep spreuken rond Sint Jan, zoals varianten van:
> “Vóór Sint Jan bidt men om regen, daarna komt hij vanzelf.”
of:
> “Regen na Sint Jan houdt lang aan.”
Auteur ✍️: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Dit gezegde is een ‘anonieme volksspreuk’:
– mondeling overgeleverd;
– ontstaan uit boerenervaringen en weersobservaties;
– later opgenomen in verzamelingen van spreekwoorden, volkswijsheden en weerspreuken.

12. Voor Sint Jan bidt men om regen, daarna komt hij ongelegen.

Foto: Erik Witsoe.  ✅ Betekenis 🌧️
‘Vóór Sint Jan’ is regen welkom en zelfs gewenst, omdat gewassen dan nog volop groeien.
– Na Sint Jan is regen minder welkom, omdat de tijd van ‘hooien, oogsten en rijpen’ aanbreekt. Te veel regen kan dan schade veroorzaken of het werk op het land hinderen.
Kort gezegd:
> “Regen is nuttig in het voorjaar en de vroege zomer, maar lastig of schadelijk in de oogsttijd.’
📅 Wie of wat is Sint Jan?
Met Sint Jan wordt meestal bedoeld:
Sint-Jan de Doper, oftewel Johannes de Doper.
Zijn feestdag valt op:
> 24 juni — Sint-Jansdag
Die datum ligt rond de ‘zomerzonnewende’ en gold vroeger als belangrijk keerpunt in het landbouwjaar.
🌾 Oorsprong:
Het gezegde komt uit de ‘agrarische volkswijsheid’ en behoort tot de zogenaamde ‘weerspreuken’ of ‘boerenwijsheden’.
In vroegere landbouwgemeenschappen was het weer van levensbelang. Regen vóór eind juni bevorderde de groei van graan, gras en andere gewassen. Maar na Sint Jan begon vaak de periode van:
– hooien;
– graan laten rijpen;
– oogsten;
– drogen van veldgewassen.
Regen was dan “ongelegen”: hij kwam op een slecht moment.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anoniem volksgezegde’, ontstaan uit mondelinge overlevering onder boeren en plattelandsbewoners.

13. Als het regent op Sint Jan (24 juni), dan regent het veertig dagen aaneen.

Foto: Eutah Mizushima.  ✅ Betekenis 🌧️:
Dit gezegde betekent dat ‘regen op Sint-Jansdag’ een voorteken zou zijn van een lange regenperiode.
– Sint Jan verwijst meestal naar Sint-Jan de Doper.
– Zijn feestdag valt op 24 juni.
– Volgens de volksweerkunde zou regen op die dag betekenen dat het daarna nog ‘veertig dagen lang’ nat blijft.
Het gezegde moet niet letterlijk als weersvoorspelling worden opgevat, maar als een vorm van ‘boerenwijsheid’ of ‘volksgeloof’.
📜 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’: oude weerspreuken die vooral door boeren werden gebruikt om het weer en de oogst te voorspellen.
Sint-Jansdag, 24 juni, lag dicht bij de ‘zomerzonnewende’ en was vroeger een belangrijk moment in het jaar. Rond die tijd lette men sterk op het weer, omdat regen of droogte gevolgen had voor:
– 🌾 de graanoogst
– 🌱 het hooi
– 🍇 fruit en gewassen
– 🐄 het boerenbedrijf in het algemeen
Het getal ‘veertig’ komt vaak voor in oude spreuken en religieuze tradities. Het betekent niet altijd exact veertig dagen, maar vaak gewoon: ‘een lange periode’.
Vergelijkbare weerspreuken bestaan ook in andere landen, bijvoorbeeld rond St. Swithin’s Day in Engeland.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anonieme volkswijsheid’ die mondeling is overgeleverd. Zulke spreuken ontstonden meestal niet bij één schrijver, maar groeiden door gebruik in de volksmond.

14. Sint Jans (24 juni) regen, is dertig dagen regen.

Foto: Liv Bruce.  ✅ Betekenis 🌧️ :
Ook wel: “Regen op Sint-Jan geeft dertig dagen regen.”
– Als het ‘regent op Sint-Jan’, dan zou er volgens de volkswijsheid een ‘lange regenperiode’ volgen.
– Met “dertig dagen regen” wordt bedoeld: ongeveer een maand met nat, wisselvallig weer.
– Het is dus een ‘weerspreuk’ of ‘boerenwijsheid’.
📅 Wie of wat is Sint-Jan?
Met Sint-Jan wordt meestal bedoeld:
– Sint-Jan de Doper
– Zijn feestdag valt op 24 juni
– Die datum ligt rond de ‘zomerzonnewende’, een belangrijk moment in de landbouw- en natuurkalender.
🌾 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘volksweerkunde’ en de ‘boerentraditie’.
Vroeger hielden boeren en buitenmensen het weer nauwkeurig in de gaten. Bepaalde heiligendagen werden gebruikt als herkenningspunten in het jaar. Men geloofde dat het weer op zo’n dag iets kon zeggen over de komende weken.
Rond 24 juni is het weer in West-Europa vaak bepalend voor:
– hooi- en graanoogst;
– groei van gewassen;
– kans op aanhoudend wisselvallig zomerweer.
Daarom ontstonden spreuken zoals deze.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’.
Het gezegde is:
‘anoniem’;
– mondeling overgeleverd;
– onderdeel van oude ‘volkswijsheid’ en ‘weerspreuken’.

15. Als het regent op Sint Jan (24 juni), regent het veertien dagen lang.

Foto: Anant Jain.  🌧️ Betekenis:
– Sint Jan verwijst meestal naar Sint-Jan de Doper, wiens feestdag op 24 juni valt.
De spreuk betekent:
‘als het op 24 juni regent, dan volgt er volgens de volkswijsheid nog ongeveer twee weken nat weer.’
– Het gaat niet per se om onafgebroken regen, maar om een ‘regenachtige periode’.
🌾 Oorsprong:
Deze spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ en de ‘boerenkalender’.
– Vroeger waren boeren sterk afhankelijk van het weer voor hooi, graan en andere gewassen.
– Daarom ontstonden veel weerspreuken rond kerkelijke feestdagen, zoals:
– Sint-Jan – 24 juni
– Sint-Medardus – 8 juni
– Sint-Margriet – 20 juli
– Sint-Jan valt rond de ‘midzomerperiode’, een belangrijk moment in het landbouwjaar.
– Men geloofde dat het weer op zulke “merkdagen” iets voorspelde over de komende weken.
De spreuk is dus waarschijnlijk ontstaan uit ‘langdurige waarneming en volksgeloof’.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
– Het is een ‘anoniem volksgezegde’.
– Het werd mondeling doorgegeven van generatie op generatie.
– Later zijn zulke spreuken verzameld in spreekwoorden- en volkskundeboeken, maar de oorspronkelijke maker is onbekend.

16. Met Sint Jan (24 juni), melk in de kan.

Foto: cmophoto.net.  ✅ Betekenis 📜 :
– ‘Rond Sint-Jan is er volop melk.’
De natuur is dan op haar hoogtepunt: het gras groeit goed, het vee staat in de wei en de melkproductie is rijk.
– Het drukt dus ‘overvloed, vruchtbaarheid en het begin van een goede zomertijd’ uit.
“Sint Jan” verwijst naar Sint-Jan de Doper, wiens feestdag valt op 24 juni.
🌿 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘agrarische volkscultuur’.
– 24 juni, Sint-Jan, valt vlak na de ‘zomerzonnewende’.
– In de boerenkalender was dit een belangrijk moment in het jaar.
– Rond die tijd was er veel vers gras, waardoor koeien meer melk gaven.
– Zulke spreuken hielpen boeren om het landbouwjaar te markeren.
Het is dus een ‘boeren- of weerspreuk’, verbonden met seizoenen, vee en opbrengst.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’.
Dit soort gezegden is meestal:
– mondeling overgeleverd;
– ontstaan in de volksmond;
– van generatie op generatie doorgegeven;
– vaak regionaal verschillend gebruikt.

17. Plant men kool in mei, ze worden zo groot als een ei. Maar plant ze met Sint Jan (24 juni), dan worden ze zo groot als een wan.

Foto: Henry Perks.  ✅ Betekenis 🌿 :
Dit is een ‘oude tuiniers- of boerenwijsheid’ over het juiste planttijdstip voor kool.
‘Kool in mei planten’ zou volgens het gezegde een slecht resultaat geven: de kolen blijven klein, “zo groot als een ei”.
‘Kool rond Sint Jan planten’, dus rond 24 juni, zou juist grote kolen opleveren: “zo groot als een wan”.
Een “wan” is een oude, platte mand of schaal die gebruikt werd om graan te wannen, dus om kaf van koren te scheiden. Zo’n wan was veel groter dan een ei. De tegenstelling maakt het gezegde beeldend en makkelijk te onthouden.
Kort gezegd betekent het:
> “Plant kool niet te vroeg; rond Sint Jan is een gunstiger moment voor een goede groei.”
📅 Sint Jan:
Sint Jan verwijst naar het feest van Johannes de Doper, gevierd op 24 juni. In de traditionele landbouwkalender was Sint Jan een belangrijk ijkpunt.
Veel oude boerenregels gebruiken heiligendagen als datum-aanduiding, bijvoorbeeld omdat gewone mensen vroeger minder met exacte kalenderdata werkten.
🌾 Oorsprong:
De oorsprong ligt waarschijnlijk in de ‘volkse landbouw- en tuinbouwtraditie’ van de Lage Landen, dus Nederland en Vlaanderen.
Het gezegde behoort tot de categorie:
– boerenwijsheden
– tuiniersspreuken
– weerspreuken
– volksrijmen
Het rijm hielp om praktische kennis te onthouden en mondeling door te geven. Zulke spreuken ontstonden meestal niet aan een schrijftafel, maar uit jarenlange ervaring van boeren en tuinders.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Dit gezegde is dus waarschijnlijk:
– anoniem
– volkskundig van oorsprong
– mondeling overgeleverd
– later pas opgetekend in verzamelingen van spreekwoorden, volksrijmen of landbouwkundige spreuken

18. Een landman trouw aan de mode, mist met Sint Jan (24 juni) zijn pels nog node.

Foto: Heather Gill. Betekenis 🧥🌦️:
> ‘Een boer die zich te vroeg naar de zomermode kleedt, kan rond Sint-Jan zijn warme jas nog hard nodig hebben.’
In gewoon Nederlands:
“landman” = boer, plattelandsman
“trouw aan de mode” = zich houden aan wat “men” volgens het seizoen draagt
– Sint Jan = 24 juni, feestdag van Johannes de Doper
“pels” = warme bont- of winterjas
‘node missen’ = iets met spijt missen; iets hard missen
Figuurlijke betekenis:
Het gezegde waarschuwt tegen ‘blindelings de mode of kalender volgen’.
Ook al is het eind juni officieel zomer, het kan nog koud zijn. Praktische ervaring is dus belangrijker dan wat volgens de mode of het seizoen “hoort”.
Kort gezegd:
> ‘Laat je niet leiden door mode of schijn, maar door de werkelijkheid.’
Oorsprong 🌾📅:
Dit is een ‘oude Nederlandse boeren- en weerspreuk’. Zulke spreuken gebruikten vaak heiligendagen als vaste punten in het jaar. Sint-Jan, op 24 juni, gold als een belangrijk moment rond de zomerzonnewende.
De spreuk past bij het wisselvallige klimaat van de Lage Landen: zelfs rond midzomer kon het nog fris zijn. Vergelijkbaar is het idee van de ‘schaapscheerderskou’, een koude periode in juni.
Auteur ✍️: De spreuk wordt doorgaans verbonden met Jacob Cats — ook bekend als “Vader Cats” — een zeventiende-eeuwse Nederlandse dichter en moralist.
– Jacob Cats: 1577–1660
– Bekend om: zedenspreuken, moralistische rijmen en spreekwoordelijke wijsheden
– Veel van zulke spreuken zijn door hem opgetekend, bewerkt of populair gemaakt
Wel is het goed om te zeggen: bij oude spreekwoorden is het vaak lastig vast te stellen of Cats de spreuk echt heeft ‘bedacht’, of dat hij een al bestaande volkswijsheid in rijm heeft vastgelegd.

19. Met Sint Jan (24 juni) de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.

Foto: Michaela Murphy.  Betekenis 🌤️ 🌬️:
– Als de wind ‘rond Sint-Jan’ uit het “noorden” komt,
– dan zou dat een teken zijn dat er ‘mooi, stabiel zomerweer’ op komst is.
Met Sint-Jan wordt meestal 24 juni bedoeld: de feestdag van Johannes de Doper. Die datum ligt vlak na de ‘zomerzonnewende’ en werd vroeger gezien als een belangrijk moment in het landbouw- en weerjaar.
Oorsprong 🌾:
De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ of ‘boerenwijsheid’ in de Lage Landen. Zulke spreuken ontstonden uit eeuwenlange waarnemingen van boeren, vissers en buitenmensen, die het weer nauwlettend volgden omdat het belangrijk was voor:
– de oogst,
– het maaien van hooi,
– het vee,
– zaaien en planten,
– en het dagelijkse buitenwerk.
Rond Sint-Jan bestaan veel oude gebruiken en spreuken. De dag werd verbonden met ‘midzomer’, vruchtbaarheid, groei en weersverwachting. Ook de bekende Sint-Jansvuren horen bij die traditie.
Auteur ✍️: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anonieme volksspreuk’, mondeling doorgegeven en later opgenomen in almanakken, spreukenverzamelingen en kalenders.

20. Het weer van Sint Jan (24 juni), houdt dertig dagen aan.

Foto: onbekend.  ✅ Betekenis 🌦️:
– Het weer op Sint-Jan zou een aanwijzing zijn voor het weer in de komende ‘dertig dagen’.
– Is het op Sint-Jan mooi, warm en droog, dan verwacht men nog een langere periode mooi weer.
– Is het regenachtig of koel, dan zou dat weerbeeld ook nog weken kunnen aanhouden.
Kort gezegd: ‘het weer rond Sint-Jan voorspelt volgens de volkswijsheid het weer voor de volgende maand.’
📅 Wie of wat is Sint-Jan?
Met Sint-Jan wordt meestal bedoeld:
– Sint-Jan de Doper
– Zijn feestdag valt op 24 juni
– Deze datum ligt vlak na de ‘zomerzonnewende’, rond 21 juni
Daardoor werd Sint-Jan vroeger gezien als een belangrijk moment in het landbouw- en weerjaar.
🌾 Oorsprong:
De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ of ‘boerenweerspreuken’.
Vroeger waren boeren sterk afhankelijk van het weer voor:
– hooien
– zaaien
– oogsten
– vee en grasland
– voorspelling van droge of natte periodes
Omdat er nog geen moderne weersverwachtingen waren, gebruikte men vaste dagen op de kalender, vaak heiligendagen, als geheugensteun. Sint-Jan was zo’n belangrijk ijkpunt.
De oorsprong ligt waarschijnlijk in een combinatie van:
‘christelijke heiligendagen’, zoals Sint-Jan
– oudere ‘midzomertradities’ rond de zonnewende
– praktische observaties van boeren en plattelandsbewoners
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’.
Dit gezegde is een ‘anoniem volksgezegde’ dat mondeling werd doorgegeven. Het behoort tot de traditionele weerspreuken, net zoals bijvoorbeeld:
– “Maart roert zijn staart.”
– “April doet wat hij wil.”
– “Regen op Sint-Jan, geeft natte dagen nadien.”
🔍 Opmerking:
In de zomer kunnen bepaalde weerspatronen, zoals hogedruk of wisselvalligheid, inderdaad langere tijd aanhouden.

21. Met Sint Jan (24 juni), nieuwe aardappelen in de pan.

Foto: S. Migaj.  ✅ Betekenis 🥔:
‘Rond Sint-Jan — 24 juni, de feestdag van Johannes de Doper — zijn de ‘eerste nieuwe aardappelen’ beschikbaar.
“Nieuwe aardappelen” zijn ‘jonge, pas geoogste aardappelen’ met een dunne schil.
– Het gezegde verwijst dus naar het ‘seizoensritme van de landbouw’: tegen eind juni konden de vroege aardappelen worden gerooid en gegeten.
Kort gezegd:
> ‘Vanaf Sint-Jan horen de eerste verse aardappelen op tafel.’
🌾 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘boeren- en volkskalender’ van de Lage Landen.
– Sint-Jan, op 24 juni, viel vlak na de zomerzonnewende.
– In het traditionele boerenjaar was dit een belangrijk herkenningspunt.
– Veel werkzaamheden op het land, weerspreuken en oogstmomenten werden aan heiligendagen gekoppeld.
– Vroege aardappelrassen konden rond deze tijd worden geoogst, vandaar de uitdrukking.
Het gezegde is dus een ‘agrarische weers- en oogstspreuk’.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende auteur’.
– Het is een ‘volksgezegde’ of ‘spreekwoordelijke uitdrukking’.
– Zulke gezegden zijn mondeling doorgegeven.
– Ze ontstonden waarschijnlijk onder boeren en plattelandsbewoners en werden generaties lang gebruikt.
Daarom geldt als “auteur”:
> ‘anoniem / volksmond’

22. Wanneer Johannes (24 juni) is geboren, ’t lengen der dagen is verloren.

Foto: Jenny Rollo.  ✅ Betekenis 📜 :
– ‘Na de geboorte/feestdag van Sint-Jan worden de dagen niet langer meer.’
– Het ‘lengen der dagen’ = het langer worden van de dagen na de winter.
– Dat is dan “verloren”: het is voorbij; vanaf dan worden de dagen weer korter.
Kort gezegd:
> ‘Rond Sint-Jan is de langste dag voorbij en gaan de dagen weer korten.’
🌞 Over welke Johannes gaat het?
– Johannes de Doper
– Zijn feestdag is 24 juni: ‘Sint-Jansdag’
– Die datum ligt vlak bij de ‘zomerzonnewende’, de periode van de langste dag van het jaar.
Tegenwoordig valt de astronomische langste dag meestal op 20 of 21 juni, maar in de volkskalender werd 24 juni, Sint-Jan, vaak als keerpunt gezien.
🌿 Oorsprong:
De oorsprong ligt in de ‘oude volks- en boerenkalender’:
– Boeren en plattelandsbewoners gebruikten heiligendagen als geheugensteun voor natuurverschijnselen.
– Sint-Jan markeerde het midden van de zomer.
– Vanaf die tijd merkte men dat het ’s avonds langzaam weer eerder donker werd.
Het gezegde is dus een vorm van ‘kalenderwijsheid’ of ‘volkswijsheid’.
Er zit ook een christelijke symboliek achter:
– Johannes de Doper wordt gevierd rond de langste dagen.
– Christus’ geboorte, Kerstmis, valt rond de kortste dagen.
– Na Sint-Jan nemen de dagen af; na Kerstmis nemen ze weer toe.
Dat sluit aan bij de Bijbelse uitspraak van Johannes over Christus:
> “Hij moet groter worden, ik kleiner.”
> — Johannes 3:30
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Dit gezegde is:
‘anoniem’
– afkomstig uit de ‘mondelinge volkstraditie’
– later opgenomen in verzamelingen van spreekwoorden, weerspreuken en boerenwijsheden.

23. Na Sint Jan (24 juni) maaide alleman.

Foto: Michael Smith.  Betekenis 🌾:
Na ‘Sint-Jan’ — meestal bedoeld: ‘Sint-Jansdag op 24 juni’, de feestdag van ‘Johannes de Doper’ — begon iedereen met ‘maaien’, vooral het maaien van gras voor hooi.
In hedendaags Nederlands kun je het gezegde begrijpen als:
> ‘Na 24 juni is het overal maaitijd; dan gaat iedereen aan het werk op het land.’
Of iets vrijer:
> ‘Er is een geschikt moment voor alles; na Sint-Jan is het moment om te maaien aangebroken.’
“Alleman” betekent hier gewoon ‘iedereen’.
📅 Oorsprong:
Het gezegde komt uit de ‘agrarische volkscultuur’ van de Lage Landen. Vroeger was het boerenjaar sterk verbonden met heiligendagen en vaste kalenderdata. Sint-Jan, 24 juni, lag rond de zomerzonnewende en gold als een belangrijk keerpunt in het jaar.
Rond die tijd was het gras meestal voldoende gegroeid en droog genoeg om te maaien en tot hooi te verwerken. Daarom ontstonden er allerlei weerspreuken en landbouwgezegden rond Sint-Jan.
Een gangbaardere vorm is:
> “Na Sint-Jan maait alleman.”
De vorm met “maaide” klinkt meer als een vertellende of dialectische variant.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het is een ‘volksgezegde’ of ‘boerenspreuk’: ontstaan in de mondelinge traditie en later mogelijk opgenomen in spreekwoorden- en gezegdenverzamelingen. Zulke spreuken werden van generatie op generatie doorgegeven, vooral in landbouwgemeenschappen.

24. Het berouwde nooit een man, dat hij turfde voor Sint Jan (24 juni).

Foto: wikipedia.org.  Betekenis 📌:
> ‘Wie op tijd zijn voorzorgen neemt, krijgt daar later geen spijt van.’
Letterlijk: iemand die ‘vóór Sint-Jan’ turf steekt of binnenhaalt, zal daar nooit spijt van hebben.
Figuurlijk: ‘begin op tijd’, vooral met noodzakelijk werk of voorbereiding voor later.
Uitleg van de woorden 🔍:
“berouwde” = gaf spijt
“turfde” = turf stak, won of verzamelde
“Sint Jan” = Sint-Jansdag, 24 juni, de feestdag van Johannes de Doper
Turf was vroeger een belangrijke brandstof. Wie vóór 24 juni turf had gestoken of opgeslagen, had meer kans dat die turf goed kon drogen vóór de winter.
Oorsprong 🌾🔥:
Het gezegde komt uit de ‘agrarische en veenkoloniale volkswijsheid’. In streken waar turfwinning belangrijk was, zoals delen van Nederland en Vlaanderen, was het belangrijk om turf ‘vroeg in het seizoen’ te steken. Na Sint-Jan werd het seizoen onzekerder: natter weer, kortere droogtijd en minder zekerheid dat de turf nog goed bruikbaar werd.
Sint-Jan, 24 juni, gold in de volkskalender als een belangrijke grensdatum rond de zomerzonnewende. Veel oude spreuken gebruiken die datum als keerpunt in het landbouw- of werkjaar.
Auteur ✍️: Er is ‘geen bekende individuele auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘volksgezegde’ of ‘spreekwoord’, waarschijnlijk mondeling ontstaan en later opgenomen in spreekwoordenverzamelingen. Zulke spreuken werden vaak generaties lang doorgegeven zonder vaste maker.

25. De beste bijen voor Sint Jan (24 juni), altijd aan het zwermen gaan.

Foto: József Szabó.  🐝 Betekenis:
– ‘Sterke bijenvolken zwermen vroeg in het seizoen’, dus vóór Sint-Jan.
– Sint-Jan is 24 juni, de feestdag van Johannes de Doper.
– Een bijenzwerm vóór die datum werd als ‘waardevol’ gezien, omdat hij nog genoeg tijd had om:
– een nieuw volk op te bouwen,
– raten te maken,
– honing te verzamelen,
– sterk genoeg de winter in te gaan.
Met “de beste bijen” bedoelt men dus vooral: ‘de krachtigste en meest productieve bijenvolken’.
📅 Waarom vóór Sint-Jan?
In de traditionele landbouw- en imkerkalender was Sint-Jan, 24 juni, een belangrijk keerpunt:
– het ligt rond de ‘langste dag’ van het jaar;
– daarna worden de dagen weer korter;
– voor bijen begint dan geleidelijk het seizoen af te nemen;
– late zwermen hadden minder kans om nog voldoende voorraad op te bouwen.
Daarom gold: ‘een vroege zwerm is goed; een late zwerm is minder waard’.
🌾 Oorsprong:
Dit is een ‘volksgezegde’ of ‘imkersspreuk’ uit de traditionele landbouw- en bijenteeltcultuur van de Lage Landen.
Het hoort bij dezelfde soort spreuken als bijvoorbeeld:
> “Een zwerm in mei is een voer hooi waard,
> een zwerm in juni een zilveren lepel,
> een zwerm in juli geen appelpit.”
Zulke spreuken vatten praktische ervaring samen in rijmende vorm, zodat ze makkelijk te onthouden waren.
✍️ Auteur: Er is ‘geen bekende individuele auteur’.
Het gezegde is een ‘anonieme volkswijsheid’. Het kan wel zijn opgetekend in oude spreekwoorden- of volkskundige verzamelingen, maar de verzamelaars zijn dan niet de makers van het gezegde.

26. Batist rein, zal het ook in juli zijn.

Foto: Olivia Bottega.  Betekenis 🌤️
> ‘Als het op Sint-Jan Baptist helder, droog of mooi weer is, dan zal het in juli ook mooi weer zijn.’
Het is dus een ‘weerspreuk’: een volksgezegde dat op basis van een bepaalde dag iets voorspelt over het komende weer.
Wie of wat is “Batist”? 👤:
Met “Batist” wordt vrijwel zeker Sint-Jan Baptist bedoeld, ook bekend als:
Johannes de Doper
– Sint-Jan
– feestdag: 24 juni
De spreuk verwijst dus naar het weer rond 24 juni.
Betekenis van “rein” 📖:
Het woord “rein” betekent letterlijk:
– zuiver
– schoon
– helder
In deze weerspreuk betekent het vooral:
– helder weer
– droog weer
– mooi weer
Oorsprong 🌾:
De spreuk komt uit de ‘volksweerkunde’ en de ‘boerentraditie’. Boeren en plattelandsbewoners gebruikten vroeger vaste heiligendagen, zoals Sint-Jan, Sint-Medardus of Sint-Jacob, om het weer en de oogst te voorspellen.
Omdat 24 juni dicht bij de zomerzonnewende ligt, was het een belangrijk moment in het landbouwjaar. Men keek dan naar het weer om verwachtingen voor de zomer te maken.
Auteur ✍️: Er is ‘geen bekende auteur’ van dit gezegde.
Het is een ‘anoniem volksgezegde’, waarschijnlijk mondeling doorgegeven en later opgenomen in almanakken, spreukenboeken en verzamelingen van weerspreuken.
In modern Nederlands 🔁
> ‘Is het met Sint-Jan Baptist helder en droog, dan blijft het in juli ook mooi weer.’

 

 

 

 

Door Pieter

Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa. Spiritueel, echter niet religieus. Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten. Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *