24 februari

  1. Sint Matthijs  (24 februari) vindt ijs, of brengt ijs.
Foto: Pixabay.  Betekenis🌦️ 🧾 🔎:  De spreuk zegt dat rond 24 februari (Sint-Matthijs) vaak nog winterse kou voorkomt. Interpretatie in gewone taal: “vindt ijs” = er ligt rond die datum nog ijs (vorst is nog aanwezig). “brengt ijs” = als het tot dan toe zacht was, kan er (opnieuw) vorst komen. Kortom: eind februari is (meteorologisch) een kantelpunt, maar winterweer is dan zeker nog mogelijk. 🧠 Oorsprong (historische context): Dit type weerspreuk komt uit de Middeleeuwse en vroegmoderne volkscultuur, toen: het kerkelijk jaar (heiligendagen) werd gebruikt als kalender; boeren en vissers afhankelijk waren van seizoenssignalen; men langjarige ervaring samenvatte in rijmende regels die makkelijk te onthouden waren. Sint-Matthijsdag (24 februari) was in veel streken een “markeringsdag” in de overgang van winter naar lente. ✍️ Auteur: Voor deze spreuk is geen individuele auteur bekend. Het is een anonieme volksweerspreuk: ontstaan door mondelinge overlevering; later opgetekend in verzamelingen van weerspreuken en volkskundige werken. In tegenstelling tot literaire citaten heeft zo’n spreuk meestal geen originele, traceerbare eerste schrijver. 📚 Let op: vaak bestaan er veel regionale varianten (andere spelling, “ijs” ↔ “vorst”, andere heilige). 🧊 Variatie & verwante spreuken: Veel weerspreuken werken met hetzelfde principe: een heiligendag als datumanker; een voorspelling over laat winterweer. Soms wordt “Matthijs” gekoppeld aan: “Matthijs breekt het ijs” (verwant idee, andere formulering) of spreuken rond eind februari/maart (over dooi en terugkerende vorst).

2. Sint Matthijs (24 februari) geen ijs, einde maart met paard en kar op ’t ijs (slaat op de strenge winter van 1674).

Foto: onbekend.  Betekenis❄️🐴🛷📌:  Letterlijk:  Als het op Sint‑Matthijs (24 februari) nog niet vriest of er geen ijs ligt, dan kan er later alsnog een koude terugslag komen—zó streng dat je eind maart nog over het ijs kunt, zelfs met paard en kar. Figuurlijk: “Te vroeg juichen is gevaarlijk: na zacht weer kan nog een late winterprik volgen.” 🧭 Oorsprong 🗓️: Het is een weerspreuk uit de Lage Landen (Nederland/Vlaanderen), in de traditie van heiligendagen als ‘weeranker’ in de volksmeteorologie. Sint‑Matthijs (24 feb.) geldt in veel varianten als een kantelpunt in de winter: óf hij breekt het ijs, óf (als er nog geen ijs is) brengt hij het juist alsnog. Verwante / klassieke variant 🌡️: “Sint‑Matthijs breekt het ijs; heeft hij geen ijs, dan maakt hij ijs.” → Dit citaat is een uitgebreide, verhalende versie die het extra kracht bijzet met een historische verwijzing. 🧊 Waarom die verwijzing naar eind maart 1674? (historische context). De toevoeging “einde maart met paard en kar op ’t ijs” verwijst naar de zeer strenge winter van 1674, die in het collectieve geheugen bleef hangen doordat: wateren lang dichtlagen, ijswegen bruikbaar waren, en men (zoals in veel winterverslagen) nog laat in het seizoen over het ijs kon reizen. De spreuk gebruikt 1674 dus als bewijs/voorbeeld: “Zie je wel, ook na 24 februari kan het nog extreem winteren.” ✍️ Auteur👤:  Geen individuele auteur bekend. Dit type weerspreuk is vrijwel altijd anoniem volksgoed: ontstaan en verspreid via mondelinge overlevering, later pas opgeschreven in spreekwoorden- en weerspreukenverzamelingen. De “auteur” is dus het best te omschrijven als: de volkscultuur (boeren-, schippers- en stadsgebruik), niet één schrijver. 📚 Eerste vastlegging (op schrift): De kernspreuk over Sint‑Matthijs (“breekt het ijs…”) is al lang in omloop en verschijnt in latere spreekwoordenboeken en weerspreukcollecties (19e–20e eeuw) als traditionele wijsheid. De specifieke uitbreiding met “einde maart met paard en kar op ’t ijs” functioneert als een historiserende toevoeging en kan per bron/streek verschillen.

3. Te Sint Matthijs (24 februari), zag men sneeuw nog ijs, maart op half meert, reed men op de Schelde te peerd (slaat op de strenge winter van 1674).

Foto:Şahin Sezer Dinçer.
Betekenis✅ 📜:  Op Sint‑Matthijsdag (24 februari) lag er nog sneeuw en ijs. Half maart (hier: “half meert”, meert = oude/regionale vorm van maart) was het nog zó streng dat men op de bevroren Schelde te paard kon rijden. Kernboodschap: de winter hield uitzonderlijk lang en hard aan (tot diep in maart). Vrije parafrase: “Zelfs eind februari was het nog volop winter, en half maart was de Schelde nog dichtgevroren.” 🧊 Oorsprong / context: 1) Type weerspreuk: Dit is een kalender- en heiligengebonden weerspreuk: men koppelt een vaste datum (Sint‑Matthijs, 24 feb.) aan verwachtingen over het weer. 2) Historische aanleiding (1674). De toevoeging “slaat op de strenge winter van 1674” duidt erop dat: de rijmregel zeer waarschijnlijk (opnieuw) is gaan circuleren of is gevormd/gescherpt naar aanleiding van de beruchte winter 1673–1674 (in de Lage Landen bekend om langdurige vorst). Het beeld “op de Schelde te peerd” is typisch voor extreem ijs: als een grote rivier “dicht” ligt, wordt dat in kronieken/volksmond vaak als meetpunt gebruikt. ✍️ Auteur: Geen individuele auteur bekend. Zoals bij de meeste weerspreuken gaat het om anonieme volkspoëzie: mondeling overgeleverd, later opgeschreven in verzamelingen. Belangrijk nuancepunt: Dat de spreuk naar 1674 verwijst, betekent niet automatisch dat we een “maker” kunnen aanwijzen; meestal blijft dit collectief/ongekend. 📚 Eerste vindplaatsen / overlevering (algemeen). Zulke rijmende weerspreuken zijn doorgaans pas veel later systematisch genoteerd in: spreekwoorden- en volkskundige verzamelingen, regionale (Vlaamse/Zeelandse) spreekwoordenboeken, studies over weerspreuken bij heiligendagen. 🗣️ Taal/woorden uitgelegd: “meert” =(verouderd / regionaal) maart, “te peerd” = te paard, “Te Sint Matthijs” = op/tegen Sint‑Matthijsdag.

4. Dits de dach van Sinte Matthijs (24 februari) , up desen dach, des zyt wys, so comt de soeten lente in, die es des somers broederkin.

Foto: Karolina Grabowska. Moderne vertaling (Middelnederlands) vrij letterlijk: “Dit is de dag van Sint-Matthias (24 februari). Op deze dag—dat weet men wel—begint de zoete lente, het kleine broertje van de zomer.” Betekenis 🌦️ 📜 : De spreuk markeert 24 februari (Sint-Matthias) als een kantelpunt in het seizoen. Kernboodschap: Rond Sint-Matthias “komt” de lente op gang (meer licht, zachtere dagen, dooi, eerste groeitekens). De beeldspraak “des somers broederkin”: De lente wordt voorgesteld als de (jonge/kleine) broer van de zomer: nog niet zo warm en uitbundig, maar wel familie—een voorbode. 🌱➡️☀️ 🗣️ Taal & woordverklaring (korte glossen): dits = dit is; dach = dag; up desen dach = op deze dag; des zyt wys = dat weet men (als) wijs / algemeen bekend; soeten lente = zachte/zoete lente; broederkin = verkleinwoord: “broertje” (affectief/poëtisch). 🕰️ Oorsprong: Dit is een kalender- en weerspreuk: korte rijmende regels gekoppeld aan heiligendagen die boeren en burgers gebruikten als seizoenswijzer. 📅 Sint-Matthias (24 feb.) was in de middeleeuwse en vroegmoderne Lage Landen een bekende “weerdag” (een dag waaraan men weersverwachtingen koppelde). De gedachte sluit aan bij een bredere West- en Midden-Europese traditie: rond eind februari verwacht men vaker dooi en het breken van winterweer. Opmerking (kerkelijke kalender): in verschillende tradities verschoof de feestdag later (in de rooms-katholieke kalender is hij tegenwoordig vaak 14 mei), maar in oudere volks- en weerspreuken blijft 24 februari de klassieke datum. ✍️ Auteur: Geen individuele auteur bekend. Dit soort regels circuleerde eeuwenlang mondeling en werd daarna opgetekend in: middeleeuwse rijm-/kalenderverzen, later ook in almanakken en spreukenverzamelingen. Daarom wordt de “auteur” doorgaans aangeduid als: anoniem / volkswijsheid. 🔁 Verwante (bekendere) Sint-Matthias-weerspreuken. Je ziet dezelfde seizoenslogica in varianten zoals: “Sint-Matthijs breekt (of maakt) het ijs.” 🧊 “Op Sint-Matthijs, dan breekt de winter zijn ijs.” Deze familie van spreuken benadrukt: winter verliest terrein rond die datum.

5. Sint Matthijs (24 februari) brengt sap in het rijs, en maakt of breekt het ijs.

Foto:Simon Berger. Betekenis ✅🌦️: “Brengt sap in het rijs”. Rijs = twijgen/struikgewas (ook: jonge scheuten). “Sap in het rijs” betekent: de natuur komt op gang; bomen en struiken beginnen weer te “stromen” (voorjaarstekenen). “Maakt of breekt het ijs”. Rond 24 februari kan het weer kantelen: óf er komt (nog) vorst waardoor er (weer) ijs ontstaat (maakt het ijs), óf het gaat dooien en bestaand ijs verdwijnt (breekt het ijs). Kort samengevat: Sint-Matthijs markeert in de volksweerkunde een omslagmoment: de lente dient zich aan, maar het kan ook nog een winterse terugslag geven. 🧭 Oorsprong (traditie & context): Het is een Nederlandstalige/Vlaamse volksweerspreuk uit de christelijke heiligenkalender-traditie. Veel weerspreuken koppelen een “weermoment” aan een naamdag (hier: Matthias op 24 februari). De spreuk sluit aan bij oudere Europese spreuktypen rond late februari, waarin: de sapstroom (voorjaar) wordt genoemd, én de ijsperiode (late winter) nog meespeelt. Waarom juist deze datum?Eind februari valt vaak samen met: eerste zachte dagen en langere daglengte, maar ook met mogelijke laatste koude-uitbraken in West-Europa. ✍️ Auteur: Deze weerspreuk heeft geen bekende individuele auteur. Het is collectief overgeleverde volkswijsheid (mondelinge traditie), later opgetekend in: regionale verzamelingen van spreekwoorden en weerspreuken, almanakken en volkskundige publicaties. 📚 Historische “bewijsvoering” / bronnen (algemeen); Dit type spreuk komt doorgaans voor in: (Boeren)almanakken, spreekwoorden- / weerspreukenverzamelingen, volkskundige studies over heiligen en kalendergebruiken. Zonder een specifieke, gedateerde bronvermelding (boek/jaar/pagina) is de herkomst meestal niet tot één eerste druk of persoon te herleiden. 🔎 Taal & uitleg van woorden: Sint Matthijs / Matthias: apostel (volgens Handelingen gekozen als vervanger van Judas), naamdag 24 februari (in sommige tradities). Rijs: twijgen / struiken/kreupelhout; soms ook jonge houtige groei. Sap: verwijst naar de sapstroom in planten (begin van het groeiseizoen).

6. Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, vindt hij op ’t water geen brug, dan heeft hij die brug op zijn rug.

Foto:Maria Shatskih. Betekenis ✅ 🌦️ : Kernidee: rond 24 februari (feestdag van Sint-Matthias) wordt in de volksweerkunde een omslag in het winterweer verwacht. “Breekt het ijs” 🧊➡️💧; Het kan gaan dooien: het bestaande ijs smelt of breekt. “Vindt hij op ’t water geen brug…” 🌊; Als er geen “brug” van ijs ligt (dus: het water is open, niet bevroren)…“dan heeft hij die brug op zijn rug.” ❄️ …dan “brengt” Matthias alsnog een brug: er komt (opnieuw) vorst en het water bevriest alsnog. Kort gezegd: 👉 Matthias markeert vaak een keerpunt: óf het ijs verdwijnt, óf (als er nog geen ijs is) kan er juist (weer) ijsvorming komen. 🧠 Achterliggende gedachte (volksmeteorologie): Eind februari is in onze streken statistisch een periode waarin:de zonkracht toeneemt ☀️, maar winterse uitbraken nog goed mogelijk zijn ❄️. De spreuk vat die “onzekere” overgangstijd samen in een pakkend beeld: de heilige beslist over de ijsbrug. 🕰️ Oorsprong: Dit type weerspreuk hoort bij de heiligenkalender-weerspreuken: volkswijsheden die weersverwachtingen koppelen aan een naamdag. De feestdag van Sint-Matthias viel traditioneel op 24 februari (in de oude kerkelijke kalender; in sommige moderne kalenders verspringt die rond schrikkeljaren). De formulering met de “brug” (ijs als brug over water) komt in meerdere varianten voor in het Nederlandse en Duitse taalgebied (vergelijkbare Matthijs/Matthias-spreuken bestaan ook daar). ✍️ Auteur: Geen individuele auteur. Dit is collectieve volkscultuur: doorgegeven via mondelinge traditie en later opgetekend in spreuken- en volkskundige verzamelingen. In publicaties wordt zo’n spreuk doorgaans aangeduid als “volksweerspreuk” of “weerspreuk bij Sint-Matthias”, niet als citaat van één schrijver. 📌 Opmerking over varianten; Je ziet ook varianten zoals: “Sint-Matthijs maakt of breekt het ijs…” soms met kleine verschillen in woordvolgorde of dialect (“op ’t water geen brug” ↔ “geen brug op het water”).

7. Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog 6 weken.

Foto: Harrisson Candlin.  🌬️ Betekenis:  “Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs”: Dit deel suggereert dat rond 24 februari, de naamdag van Sint Matthijs (Mattheüs), traditioneel het einde van de winterkou wordt verwacht. Het ijs op wateren zou dan beginnen te smelten, wat een teken is dat zachtere temperaturen eraan komen. “maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog 6 weken.”: Dit is de waarschuwing of de alternatieve voorspelling. Als het rond Sint Matthijs nog steeds vriest en het ijs dus niet breekt, dan moeten we rekening houden met een verlenging van de winterse omstandigheden. De ‘6 weken’ is een algemene term die staat voor een aanzienlijke periode, vergelijkbaar met uitspraken zoals ‘veertig dagen’ in andere weerspreuken. Het zou betekenen dat de kou nog tot ver in april kan aanhouden. 📖 Oorsprong: De oorsprong van dergelijke weerspreuken ligt diep geworteld in de agrarische samenlevingen van vroeger: Volkswijsheid en Observatie: Boeren en mensen die afhankelijk waren van het weer voor hun levensonderhoud, deden nauwkeurige observaties. Ze zochten naar patronen en herkenningspunten in het jaar om het toekomstige weer te kunnen voorspellen. Koppeling aan Heiligenkalender: In de christelijke traditie werden belangrijke dagen vaak gekoppeld aan de naamdagen van heiligen. Dit diende als een gemakkelijk te onthouden ‘ijkmoment’ op de kalender, omdat er in die tijd nog geen moderne kalendersystemen of weerkundige instrumenten waren zoals nu. Sint Matthijs, met zijn feestdag op 24 februari, was zo’n belangrijk moment. Europese Verspreiding: Veel van dit soort weerspreuken zijn wijdverspreid in Europa, vaak met vergelijkbare formuleringen, maar aangepast aan lokale heiligen of data. Soortgelijke spreuken bestaan ook in het Duits (“Wenn’s zu Matthais friert, ist Ostern noch weit”) of andere talen. ✍️ Auteur: Net als de meeste volksweerspreuken heeft deze spreuk geen specifieke auteur. Ze zijn ontstaan en geëvolueerd binnen de mondelinge traditie van een gemeenschap. Anoniem: De spreuk is anoniem en is door de eeuwen heen van generatie op generatie overgeleverd. Iedereen die de spreuk kende en gebruikte, droeg bij aan het voortbestaan ervan. Collectieve Kennis: Het is het resultaat van collectieve observatie, ervaring en communicatie binnen een gemeenschap die het weer van vitaal belang achtte. Het is fascinerend hoe deze oude spreuken ons nog steeds een inkijk geven in de manier waarop mensen vroeger probeerden grip te krijgen op de natuur!

8. Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, en als hij geen ijs ontmoet, hij het vriezen doet.

Foto: Trace Hudson.  Betekenis 🧊 🌿:  Als er rond 24 februari nog ijs ligt, dan zou het weer vanaf die dag vaak zachter worden (het ijs “breekt”). Als er géén ijs is (dus het is al zacht), dan zou er volgens het gezegde nog een koude periode kunnen komen (“hij het vriezen doet”). 🌦️ Achterliggende idee: Het spreekwoord is een vorm van volksweerkunde: Men koppelde vaste heiligendagen aan typische weersomslagen. Het drukt de verwachting uit dat eind februari vaak een kantelpunt is tussen winter en vroege lente.  ✅ Moderne kijk:  Niet wetenschappelijk betrouwbaar: het is geen weersvoorspelling, maar een traditionele observatie. Wel herkenbaar als patroon: eind februari kan het weer in veel jaren plots omslaan (zowel naar zachter als naar kouder). 🗣️ In eenvoudiger woorden: “Rond 24 februari draait het weer vaak om: is het nog winter → dan gaat het dooien, is het al zacht → dan kan er nog vorst komen.”

9. Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs, maar als het ijs niet breekt, ligt het nog veertig dagen op ’t voorjaar te wachten.

Foto:Thomás Malík.  Betekenis ✅ 📜 :  Kernidee: rond 24 februari (Sint-Matthijsdag) zou er vaak een “weeromslag” plaatsvinden. Twee scenario’s: Er ligt ijs en het breekt / dooit: dan zou dat betekenen dat de winter “zijn greep verliest” en dat het “voorjaar” dichterbij komt. Er ligt ijs en het breekt níet (dus het blijft streng koud): dan zou de winter volgens het spreekwoord “nog lang kunnen aanhouden”symbolisch “nog veertig dagen”. “Veertig dagen” is hier meestal “geen exacte voorspelling”, maar een “traditioneel getal” dat staat voor “nog een flinke tijd”. 🧠 Oorsprong: Type bron: dit is een “volksweerspreuk” (mondeling overgeleverde volkswijsheid), ontstaan in een tijd zonder moderne meteorologie. Achtergrond: mensen koppelden “heiligendagen” aan terugkerende weerspatronen: Heiligendagen waren vaste, makkelijk te onthouden “kalenderankers”. Daardoor werden ze handig als “meetpunten” in het jaar: “als het dan zó is, dan volgt meestal dit”. Breder Europees patroon: Veel landen kennen vergelijkbare “heiligendag-voorspellingen” (bv. rond februari/maart), waarin “het doorbreken van winter” aan een vaste datum wordt gekoppeld.

10. Sint Matthijs (24 februari) breekt het ijs.

Foto: Ellis Ricketts. Betekenis🌦️ ✅ : Letterlijk: Rond 24 februari (naamdag van “Sint-Matthias/Matthijs”) zou het weer vaak zachter worden, waardoor “ijs op sloten en plassen begint te breken”. Figuurlijk: Het markeert een “omslag richting de lente”: de strengste winterkou zou “gebroken” zijn. Praktische duiding: Het is een “volkswijsheid” (geen meteorologische wet). Soms klopt het, soms niet. 🧭 Oorsprong: Deze spreuk hoort bij de “Europese (met name Nederlandse en Vlaamse) traditie van heiligendagen als weersignaal”. In agrarische samenlevingen waren zulke dagen “vaste kalenderankers”: men lette op “vorst, dooi, wind en neerslag” rond een heiligendag; die observaties werden als rijmende geheugensteun doorgegeven. Eind februari is klimatologisch ook logisch als “kantelpunt”: de dagen lengen merkbaar; de zonkracht neemt toe; langdurige vorstperioden worden gemiddeld minder waarschijnlijk dan in januari. 👤 Auteur: Geen bekende individuele auteur. Het is een “anonieme volksweerspreuk”, ontstaan door “mondelinge overlevering”. Zulke spreuken zijn doorgaans niet “geschreven door” één persoon, maar “gecollectiveerde ervaring” over vele generaties. 📅 Waarom juist 24 februari?: 24 februari is traditioneel de “naamdag van Sint Matthijs (Matthias)” in delen van West-Europa.De spreuk koppelt de dag aan een typische seizoensovergang: winter → vroege lente. 🔎 Verwante spreekwijzen (zelfde idee): In dezelfde traditie bestaan varianten zoals: “Met Sint-Matthijs breekt of maakt hij het ijs.”(soms: breekt hij het, soms: maakt hij het — om te erkennen dat het ook nog kan gaan vriezen). Andere heiligendagen worden ook aan dooi/vorst gekoppeld (regionaal verschillend).

11. Als Sint Matthijs (24 februari) geeft sneeuw en ijs, dan kan men verwachten, hat zal vriezen nog veertig nachten.

Foto: Louis.  Betekenis 📜 ✅ ❄️:  Als het op 24 februari (Sint‑Matthijs) wintert (sneeuw/ijs, dus duidelijke vorstverschijnselen), dan zou de winter nog lang kunnen aanhouden: men verwacht nog “veertig nachten” vorst. Wat betekent “veertig nachten” precies? Niet letterlijk exact 40 nachten geteld. “Veertig” is in spreuken vaak een traditionele aanduiding voor “een lange periode” (vergelijk: veertig dagen, veertig jaren, enz.). In praktijk: “als het dan nog echt vriest, is de kans groter dat koud weer nog een tijd terugkomt”. 🧭 Oorsprong 🏰: 1) Heiligendag als “weeranker”. In de agrarische samenleving werden “vaste kalenderdagen” (heiligendagen) gebruikt als “oriëntatiepunt voor weersverwachtingen”. Sint‑Matthijs = 24 februari, een moment rond de overgang van winter naar vroege lente, dus logisch dat men daarop lette. 2) Brede Europese traditie: Deze spreuk is “niet uniek Nederlands”; er bestaan duidelijke “verwante vormen” in andere talen/regio’s, o.a.: Duits (varianten): “Wenn’s an Matthias friert, friert’s noch vierzig Nächt(e)”; Engels (andere invalshoek): “St. Matthias breaks the ice; if he doesn’t, he makes it.” (idee: rond deze datum “beslist” het ijs/vorst of het breekt of juist terugkomt). ➡️ Dat wijst op “oude, gedeelde volksmeteorologie” in Noord- en Midden‑Europa, met lokale formuleringen. 3) Volkswijsheid, geen meteorologische wet: Dit soort spreuken zijn gebaseerd op “waarneming + traditie”, niet op moderne statistische meteorologie. Toch “klopt” het gevoel vaak: eind februari kan een late winterprik nog doorzetten in maart. ✍️ Auteur 👤:  Geen individuele auteur bekend. Dit is typisch een “volkswijsheid” (mondeling overgeleverd), die: in allerlei varianten circuleert, in spreekwoordencollecties en regionale almanakken terechtkwam, door de tijd heen licht veranderd is. Wat is dan wél bekend? De spreuk (en z’n zuster-varianten) hoort bij een “lange traditie van heiligen‑weerspreuken”, waarvan veel al “vroegmodern” (16e–18e eeuw) of eerder in verzamelingen opduiken—maar vaak zonder “eerste auteur”. 🔎 Extra context & verwante spreuken (handig om te herkennen) 📚: “Als het op Sint‑Matthijs vriest, vriest het nog veertig nachten.” (kortere variant) “Matthijs‑spreuken” gaan vaak over: “ijs breken of maken”, “aanhouden/terugkeren van vorst”, “seizoensomslag rond eind februari”.

12. Sint Matthijs (24 februari) werpt de eerste steen op het ijs.

Foto: Tom Tookit. Betekenis📌 ✅ 🌦️: Letterlijk: op 24 februari (feestdag van Sint-Matthijs) zou er een “steen” op het ijs gegooid worden. Figuurlijk / meteorologisch: rond eind februari zet vaak de “eerste dooi” in: het ijs wordt “zwakker” of begint te “breken” er komt een “eerste teken van het naderende voorjaar”. Het is dus een “seizoensmarkering”: “vanaf Matthijs komt er beweging in winterijs.” 🧭 Oorsprong 🕰️: Dit type spreuk komt uit de “volksweerkunde” (“boerenwijsheid”) en hangt samen met de “heiligenkalender”: vaste kerkelijke feestdagen werden gebruikt als “ankerpunt” om weer en seizoenen te duiden. “Sint-Matthijs” valt op 24 februari, een periode waarin in de Lage Landen statistisch vaak een omslag van strenge winter naar zachter weer kan optreden (maar zeker niet elk jaar). De spreuk hoort bij een grotere familie van Matthijs-gezegden, zoals: “Sint Matthijs breekt het ijs.” “Als Sint Matthijs het ijs niet breekt, dan vreet hij het” (varianten bestaan regionaal). ✍️ Auteur 👤: Geen individuele auteur bekend. Dit is een “anonieme, collectief gegroeide” weerspreuk uit de volkscultuur, doorgegeven via mondelinge traditie en later opgeschreven in spreukenverzamelingen.🔁 Verwante / bekendere varianten (NL/BE) 🧊: “Sint Matthijs breekt het ijs.”(de kernvorm). “Op Sint-Matthijs is het ijs niet meer zoals het was.” (variant-achtig idee) Soms wordt de beeldspraak “eerste steen” gebruikt om het “begin van het breken” extra plastisch te maken.

 

 

 

 

 

Door Pieter

Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa. Spiritueel, echter niet religieus. Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten. Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *