Nederlandse en Vlaamse maand -weerspreuken in beeld
17 januari
Maakt St. Antoon (17 januari) de brok, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk.
Foto: Sandie Clarke. Betekenis: Inhoud: Deze weerspreuk verwijst naar de weersomstandigheden rond de feestdagen van St. Antoon (17 januari) en St. Sebastiaan (20 januari). Interpretatie:St. Antoon: Wordt geassocieerd met het maken of vormen van de winterse weersomstandigheden. Dit kan betekenen dat het weer rond deze datum vaak koud of guur is. St. Sebastiaan: Wordt geassocieerd met het breken van deze kou, wat kan wijzen op een verandering in het weer, mogelijk warmer of minder winters. Oorsprong:Traditie: Deze spreuk komt voort uit de volksweerkunde, een combinatie van observaties en ervaringen van boeren en vissers. Het weerspiegelt de seizoensgebonden veranderingen die mensen in deze tijd van het jaar verwachten. Culturele context: Het gebruik van heiligen in weerspreuken is gebruikelijk in de Nederlandse en Vlaamse tradities, waarbij elke heilige vaak een bepaalde tijd van het jaar en bijbehorende weersomstandigheden vertegenwoordigt. Auteur:Onbekend: De exacte auteur van deze specifieke weerspreuk is niet bekend. Het is een onderdeel van de volkscultuur en wordt vaak overgeleverd van generatie op generatie. Samenvatting: Deze spreuk geeft inzicht in de weersveranderingen die men verwacht rond de feestdagen van St. Antoon en St. Sebastiaan, en is een mooi voorbeeld van de rijke traditie van weerspreuken in de Nederlandse folklore. 🌦️
2. St. Antonius (17 januari) heeft een hard hoofd, of een natte staart.
Foto door Matteo Catanese. Betekenis:Hard hoofd: Dit verwijst naar een koude, stevige winter met weinig neerslag. Natte staart: Dit verwijst naar een natte en regenachtige periode. De spreuk suggereert dat het weer rond de feestdag van Sint Antonius kan variëren tussen koud en droog of nat en regenachtig. Oorsprong:Sint Antonius: Sint Antonius van Egypte wordt op 17 januari herdacht. Weerspreuken: Deze spreuk is een voorbeeld van een traditionele weerspreuk die is ontstaan in de volkscultuur. Het weerspiegelt de observaties van boeren en mensen die afhankelijk waren van het weer voor hun levensonderhoud. Seizoensgebonden: De spreuk is gerelateerd aan het midden van de winter, een periode waarin het weer vaak onvoorspelbaar is. Auteur: Anonieme oorsprong: De meeste weerspreuken, waaronder deze, zijn afkomstig uit de volksmond en hebben vaak geen specifieke auteur. Ze zijn door de jaren heen doorgegeven van generatie op generatie. Samenvatting: De spreuk over Sint Antonius geeft aan dat het weer op of rond deze dag kan variëren, wat belangrijk was voor agrarische gemeenschappen. Het weerspiegelt de wisselvalligheid van het winterseizoen in Nederland en België. 🌦️
3. Met St. Teunis (17 januari) en St. Sebastiaan( 20 januari) komen de hardste koppen eerst aan.
Foto: Marc Kleen. Betekenis:Inhoud: Deze weerspreuk suggereert dat de koudste dagen van het jaar vaak rond deze datums vallen. Het verwijst naar de strenge winterse omstandigheden die in januari kunnen optreden. Interpretatie: De “hardste koppen” verwijst naar de meest intense koude of de zwaarste winterse omstandigheden. Het is een waarschuwing dat de winter nog niet voorbij is, ook al zijn we al in januari. Oorsprong:Historische context: De spreuk is geworteld in de agrarische samenleving, waar het weer een cruciale rol speelde in het leven van mensen. De dagen van Sint Teunis en Sint Sebastiaan markeren een periode waarin boeren waakzaam moesten zijn voor de winterse kou en zijn effecten op de oogsten. Religieuze achtergrond: Zowel St. Teunis als St. Sebastiaan zijn heiligen die op deze data gevierd worden in de christelijke kalender. Hun feestdagen werden vaak gebruikt om het weer en de seizoenen te duiden. Auteur: Onbekend: De specifieke oorsprong van deze spreuk is moeilijk te traceren naar een enkele auteur. Het is een volkswijsheid die door de jaren heen is doorgegeven en in verschillende regio’s kan variëren. Samenvatting: Deze weerspreuk benadrukt de mogelijkheid van strenge kou in januari, met specifieke verwijzingen naar de feestdagen van Sint Teunis en Sint Sebastiaan, en is een reflectie van de agrarische tradities van de tijd.
4. St. Antonius (17 januari) komt over met hoog water, of met een hard hoofd.
Foto: Peter van Geest. Betekenis:Hoog water: Verwijst naar de kans op overstromingen of veel regen in de periode rond 17 januari. Hard hoofd: Dit kan betekenen dat de winter streng zal zijn of dat er veel kou zal zijn. Het idee is dat de weersomstandigheden rond deze datum een indicatie zijn voor de rest van de winter. Oorsprong:St. Antonius: De spreuk is verbonden met de feestdag van Sint Antonius, die op 17 januari wordt gevierd. Sint Antonius wordt vaak geassocieerd met het weer en landbouw. Traditie: De spreuk is een weerspreuk, wat betekent dat het een volkswijsheid is die door de jaren heen is doorgegeven. Het weerspiegelt de observaties van mensen over het weer in relatie tot belangrijke data en feestdagen. Auteur: De specifieke auteur van deze weerspreuk is onbekend, aangezien het gaat om een traditionele volkswijsheid die door generaties heen is doorgegeven en niet aan één persoon kan worden toegeschreven. Samenvatting: De weerspreuk over St. Antonius geeft een indicatie van het weer rond deze datum en is een voorbeeld van hoe mensen in het verleden hun kennis van de natuur en het weer hebben vastgelegd in spreekwoorden en gezegden.
5. St. Antonius (17 januari) is een ijsmaker of een ijsbreker.
Foto: Marc Kleen. Betekenis:St. Antonius (17 januari): Deze datum wordt vaak geassocieerd met de overgang van winter naar lente. IJsbreker: De spreuk suggereert dat rond deze tijd de kou kan afnemen en het ijs kan breken, wat betekent dat de winter zijn einde nadert. IJs maken: Het kan ook impliceren dat in sommige gebieden de kou nog steeds aanhoudt, waardoor het nog mogelijk is dat er ijs gevormd wordt. Oorsprong:Traditionele weerspreuken: Deze spreuk is een voorbeeld van de vele weerspreuken die door de eeuwen heen zijn ontstaan in de Nederlandse en Vlaamse cultuur. Verbinding met de natuur: Ze zijn vaak gebaseerd op observaties van het weer en de seizoenen, en weerspiegelen de kennis en ervaringen van agrarische gemeenschappen. Auteur:Anonieme oorsprong: Veel van deze weerspreuken zijn anoniem en zijn doorgegeven via mondelinge traditie. Volkswijsheid: De spreuk maakt deel uit van de volkswijsheid en weerspiegelt de collectieve kennis van generaties over het weer. Conclusie: Deze spreuk over St. Antonius biedt inzicht in de seizoensgebonden veranderingen en hoe mensen in het verleden hun leven en werkzaamheden aanpasten aan de natuur. 🌨️❄️
6. Met Sint Teunis en Sint Sebastiaan komen de harde koppen het eerst aan.
Foto door Marc Kleen. Betekenis: Dan begint de winter eerst goed.
7. Van Sint Antoon (17 januari) tot St. Amand (6 februari) doet de winter al wat hij kan.
Foto: Jorge Garhe. Betekenis: Deze weerspreuk verwijst naar de periode van 17 januari tot 6 februari, waarin de winter vaak zijn strengste en koudste momenten kan vertonen. Sint Antoon: Wordt vaak geassocieerd met de winterse kou. Sint Amand: Markeert het einde van deze periode waarin de winter nog zijn invloed kan uitoefenen. Oorsprong: De spreuk is een traditioneel volkswijsheid die in Nederland en België werd gebruikt om het weer en de seizoenen te beschrijven. Het gebruik van heiligen om perioden van het jaar aan te duiden is een veelvoorkomend fenomeen in de folklore. Auteur: De specifieke auteur van deze spreuk is onbekend; het is een volkswijsheid die door de jaren heen is doorgegeven en onderdeel is van de mondelinge traditie. Dit soort weerwijsheden zijn vaak anoniem en ontstaan binnen gemeenschappen. Extra Informatie: De spreuk benadrukt het belang van heiligen in de kalender en hun invloed op de natuur. Het gebruik van dergelijke spreuken helpt mensen om seizoensgebonden veranderingen in het weer te begrijpen en zich voor te bereiden op de winterse omstandigheden. Weerspreuken en Volkswijsheid: Weerspreuken zoals deze zijn een fascinerend onderdeel van culturele tradities en weersvoorspellingen. Ze tonen de relatie tussen mensen en de natuur door de eeuwen heen.🌨️
8. St. Anteunis (17 januari) met zijn vèrken, Vader abt van Kouderkerken, is er een die steeds verkiest, dat het op zijn feestdag vriest.
Foto: onbekend. Informatie: Dit is een traditionele Nederlandse weerspreuk verbonden aan Sint-Antonius Abt, wiens feestdag op 17 januari valt. Betekenis: De spreuk zegt dat Sint-Antonius (met zijn varken als attribuut) liever heeft dat het op zijn feestdag vriest. De onderliggende volkswijsheid is dat vorst in januari gunstig is voor de rest van het seizoen – het doodt ongedierte en ziektekiemen in de grond. Te zacht weer in januari werd juist als ongunstig beschouwd voor de komende oogst. Sint-Antonius en het varken: Sint-Antonius Abt (circa 251-356) wordt in de christelijke iconografie bijna altijd afgebeeld met een varken. Dit komt doordat de Antonieten (een religieuze orde die hem vereerde) toestemming hadden om varkens vrij te laten rondlopen in dorpen en steden. Deze varkens werden herkend aan een belletje en het vet werd gebruikt voor geneeskrachtige zalven tegen het “Sint-Antoniusvuur” (ergotisme). Koudekerk “Vader abt van Kouderkerken” verwijst waarschijnlijk naar Koudekerk (bij Leiden) of een andere plaats met deze naam. De naam bevat het woord “koud”, wat een woordspeling oplevert die de boodschap over vorst versterkt. Auteur: De auteur is onbekend – dit is volkswijsheid die mondeling is overgeleverd. Dergelijke weersspreuken ontstonden in agrarische gemeenschappen en werden van generatie op generatie doorgegeven.
9. Sint-Antoon (17 januari) en St. Sebastiaan (20 januari), hebben harde koppen aan.
Foto: onbekend. Betekenis:Harde koppen: De uitdrukking verwijst naar een periode van koud en guur weer rond de data van deze heiligen. Weerpatroon: De spreuk suggereert dat als het weer rond deze dagen koud en slecht is, dit kan duiden op een strenge winter die aanhoudt. Oorsprong:Heiligen: Sint-Antoon: Gevierd op 17 januari, vaak geassocieerd met de winterse weersomstandigheden. St. Sebastiaan: Gevierd op 20 januari, ook vaak verbonden met een weersverandering. Volkswijsheid: Deze spreuk is ontstaan uit de observaties van boeren en mensen die afhankelijk waren van het weer voor hun levensonderhoud. Auteur:Anonieme oorsprong: Zoals veel weerspreuken, is de exacte auteur onbekend. Het is een volkswijsheid die door de jaren heen is doorgegeven. Samenvatting: De spreuk weerspiegelt de weersomstandigheden rond de feestdagen van deze heiligen en de verwachting van koud weer. Het is een voorbeeld van hoe folklore en natuurobservaties samenkomen in de Nederlandse taal.
10. Maakt Sint-Teunis (17 januari) de ijsbrug, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk.
Foto: onbekend. Betekenis:IJsbrug: De ijsbrug verwijst naar de vorming van een stevige ijslaag op wateren in de winter. Sint-Teunis (17 januari): Als het op deze dag koud genoeg is om een ijsbrug te vormen, wordt dit als een goed teken gezien voor de winterse omstandigheden. Sint-Sebastiaan (20 januari): Deze spreuk suggereert dat als de ijsbrug op Sint-Teunis is gevormd, het weer kan omslaan rond Sint-Sebastiaan, wat kan leiden tot een dooi of het breken van het ijs. Oorsprong: Regionale Traditie: Deze weerspreuk is afkomstig uit Nederland en België en weerspiegelt de seizoensgebonden veranderingen en het weer in de winter. Historische Context: Sint-Teunis en Sint-Sebastiaan zijn beide heiligen die in de middeleeuwen werden vereerd. De spreuk is een voorbeeld van hoe mensen in het verleden het weer probeerden te voorspellen op basis van heiligenkalenders. Auteur:Anonieme Oorsprong: Zoals veel traditionele weerspreuken, is de exacte auteur onbekend. Deze spreuken zijn vaak doorgegeven via mondelinge traditie en folkloristische verhalen. Samenvatting: De spreuk geeft inzicht in de oude wijsheid en observaties van mensen met betrekking tot de winterse weersomstandigheden en weersveranderingen. Het is een mooi voorbeeld van hoe cultuur en natuur met elkaar verweven zijn. 🌨️❄️
11. Sint-Antoon (17 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) komen met het hardste van de winter aan.
Foto: onbekend. Betekenis:Weerspreuk: De uitspraak suggereert dat de periode rond 17 januari (Sint-Antoon) en 20 januari (St. Sebastiaan) vaak de koudste dagen van de winter met zich meebrengt. Interpretatie: Deze dagen markeren een tijd waarin de winter zijn strengste gezicht kan tonen, en het weer kan bijzonder guur en koud zijn. Oorsprong:Folklore: De spreuk is afkomstig uit de volkscultuur en weerspiegelt de traditionele kennis van boeren en landarbeiders over seizoensgebonden weerspatronen. Religieuze achtergrond: Sint-Antoon en St. Sebastiaan zijn heiligen in de christelijke traditie, en hun feestdagen zijn verbonden met bepaalde seizoensgebonden weersomstandigheden. Auteur:Anonieme oorsprong: Deze weerspreuk is typisch voor volkswijsheid en heeft geen specifieke auteur. Het is een uitdrukking die door de jaren heen is doorgegeven binnen de gemeenschap. Conclusie: De spreuk over Sint-Antoon en St. Sebastiaan benadrukt de relatie tussen religieuze feesten en de natuur, en laat zien hoe traditionele kennis over het weer door de tijd heen is bewaard gebleven. 🌨️❄️
12. Sinte-Antoine (17 januari) met zijn varken, zoete naam Sebastiaan (20 januari), koud en kil is ’t in de kerken en bevroren ligt de baan.
Foto: onbekend. Betekenis:Sinte-Antoine (17 januari): Verwijst naar de feestdag van Sint Antonius, die vaak geassocieerd wordt met het weer en de winterse omstandigheden. Sebastiaan (20 januari): Verwijst naar de feestdag van Sint Sebastiaan, ook een tijd van winterse kou. Koud en kil is ’t in de kerken: Duidt op de strenge winterse kou die vaak in deze periode ervaren wordt. “Bevroren ligt de baan”. Verwijst naar de vaak gladde en bevroren wegen in januari. Oorsprong: Deze weerspreuk is een traditioneel volksgeloof dat weersomstandigheden in januari beschrijft. Het weerspreukje komt voort uit de agrarische traditie waarin weersveranderingen van groot belang waren voor de oogst en het dagelijks leven. Het gebruik van heiligen om weersomstandigheden aan te duiden is een veelvoorkomend thema in de folklore. Auteur: De specifieke auteur van deze weerspreuk is onbekend, aangezien het gaat om een volkswijsheid die door de jaren heen is doorgegeven en niet aan een enkele schrijver kan worden toegeschreven. Het is representatief voor de mondelinge traditie van het weer en de seizoenen binnen de Nederlandse en Vlaamse cultuur. Extra Informatie:Gebruik van heiligen: Heiligen worden vaak genoemd in weerspreuken omdat ze een rol speelden in de agrarische samenleving, waar mensen hun leven en werk afstemmend op de seizoenen. Folklore: Dit soort spreuken zijn belangrijk voor het behoud van culturele tradities en het begrijpen van de relatie tussen mensen en hun omgeving. 🌧️
13. Met Sint Antonius (17 januari) lengen de dagen zoveel als het eetmaal van een monnik.
Foto: dutourdumonde. Betekenis: De spreuk verwijst naar de dag van Sint Antonius, die op 17 januari gevierd wordt. Het suggereert dat na deze datum de dagen merkbaar langer worden, wat een teken is van de naderende lente. De toevoeging “zoveel als het eetmaal van een monnik” impliceert dat de verandering in daglengte geleidelijk en bescheiden is, net zoals een monnik zijn maaltijd met mate en eenvoud nuttigt. Oorsprong: Deze weerspreuk is afkomstig uit de Nederlandse folklore en weerspreukentraditie. Sint Antonius is een belangrijke heilige in de katholieke traditie, en zijn feestdag valt op een tijdstip waarin mensen vaak verlangen naar de komst van de lente. De spreuk kan ook verband houden met agrarische praktijken en de seizoensgebonden veranderingen die van invloed waren op het leven van mensen in het verleden. Auteur: De exacte auteur van deze spreuk is onbekend; het is een volkswijsheid die door de jaren heen is doorgegeven. Dit soort spreekwoorden zijn vaak anoniem en ontstaan uit de collectieve ervaring van een gemeenschap. Conclusie: De spreuk weerspiegelt het verlangen naar langere dagen en de hoop op een betere tijd na de donkere wintermaanden. Het is een mooi voorbeeld van hoe folklore en religie samensmelten in de Nederlandse cultuur.
14. Sint Anthonius (17 januari) schoon en helder, vult het vat en ook de kelder.
Foto: onbekend. Betekenis:Inhoud: De spreuk suggereert dat als het weer op deze dag schoon en helder is, dit een teken is dat de oogst goed zal zijn. Interpretatie:“Vult het vat en ook de kelder” verwijst naar een goede opbrengst van de oogst, wat leidt tot voldoende voorraad in de kelder en vaten voor de winter. Oorsprong:Feestdag: De spreuk is gerelateerd aan de feestdag van Sint Antonius, een heilige die vaak wordt aangeroepen voor bescherming van dieren en de landbouw. Traditie: Dit soort weerspreuken zijn vaak ontstaan uit agrarische tradities, waarbij mensen hun leven en werk baseerden op de seizoenen en weersomstandigheden. Auteur:Anoniem: De meeste weerspreuken, waaronder deze, hebben geen specifieke auteur. Ze zijn vaak mondeling doorgegeven en zijn onderdeel van de folklore. Extra Informatie:Weerspreuken: Dit soort spreuken zijn populair in veel culturen en worden vaak gebruikt om het weer te voorspellen, gebaseerd op observaties en ervaringen van generaties. Agrarische Samenleving: In agrarische samenlevingen waren goede oogsten van cruciaal belang voor de overleving, waardoor dergelijke spreuken veel aandacht kregen. 🌤️🌾🍷📅
15. Als het vriest met St. Antonius (17 januari), dan dooit het op St. Sebastiaan (20 januari).
Foto: onbekend. Betekenis:Weersvoorspelling: Deze spreuk geeft aan dat als het koud is rond de feestdag van St. Antonius, het waarschijnlijk zal dooien rond de feestdag van St. Sebastiaan. Seizoensgebonden: Het verwijst naar de weersveranderingen die vaak rond deze tijd van het jaar plaatsvinden in de wintermaanden. Oorsprong:Traditie: De spreuk is een weerspreuk die voortkomt uit de folklore en agrarische tradities van Nederland en België. St. Antonius en St. Sebastiaan: Beide heiligen zijn verbonden met de winterperiode en hun feestdagen markeren belangrijke momenten in de wintercyclus. Agrarische samenlevingen: In oude agrarische samenlevingen waren weersvoorspellingen van groot belang voor het plannen van werkzaamheden en het zorgen voor het vee. Auteur:Anoniem: Zoals veel weerspreuken is de specifieke auteur onbekend. Deze spreuken zijn vaak ontstaan uit mondelinge tradities en zijn door de tijd heen doorgegeven. Conclusie: De spreuk is een mooi voorbeeld van hoe folklore en natuurobservaties samenkomen in de volkswijsheid. Het biedt inzicht in de seizoensgebonden veranderingen en de manier waarop mensen in het verleden hun leven afstemden op de natuur. 🌨️❄️
Door Pieter
Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa.
Spiritueel, echter niet religieus.
Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten.
Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).