20 januari

  1. Maakt St. Antoon (17 januari) de brok, St. Sebastiaan (20 januari) slaat ze stuk.
Foto: Sandie Clarke.  Betekenis: Interpretatie: De spreuk verwijst naar het weer en de seizoenen, specifiek in de context van de winter en de overgang naar de lente. St. Antoon (17 januari): Het idee dat op deze dag de kou en winterse omstandigheden de basis leggen voor wat er komt. St. Sebastiaan (20 januari): De suggestie dat na deze datum de winter daadwerkelijk begint te breken, wat leidt tot een verandering in het weer. Oorsprong: Historische Context: De spreuk is ontstaan uit de traditionele boerenwijsheid, waarbij het weer en de seizoenen nauwlettend in de gaten werden gehouden voor agrarische activiteiten. De dagen van St. Antoon en St. Sebastiaan vallen in de winter, en boeren gebruikten deze data om hun werkzaamheden en verwachtingen omtrent het weer te plannen. Auteur: Anonieme oorsprong: De spreuk is een volkswijsheid en heeft geen specifieke auteur. Het is een voorbeeld van traditionele kennis die van generatie op generatie is doorgegeven. Culturele Verspreiding: Dergelijke spreuken zijn vaak te vinden in verschillende culturen en weerspreuken, vooral in agrarische samenlevingen. Conclusie: Deze spreuk weerspiegelt de nauwe band tussen de mens en de natuur, en hoe seizoensgebonden veranderingen van invloed zijn op het dagelijks leven en de landbouwpraktijken. 🌱🌨️

2. St. Sebastiaan (20 januari) doet het sap in de bomen gaan.

Foto: Jim Carroll.  Betekenis:  St. Sebastiaan: De spreuk verwijst naar de heilige Sebastianus, die op 20 januari wordt herdacht. Sap in de bomen: De uitspraak suggereert dat rond deze tijd de sappen in de bomen beginnen te stromen, wat een teken is van het naderende voorjaar en de hernieuwing van de natuur. Oorsprong: Agrarische Kalender: Deze spreuk komt voort uit de traditionele agrarische kalender, waarin belangrijke datums en feesten werden gekoppeld aan natuurlijke verschijnselen. Seizoensgebonden: De spreuk geeft aan dat de natuur op deze datum een verandering ondergaat, wat belangrijk was voor de landbouw en het planten van gewassen. Auteur: Volkswijsheid: De spreuk is geen specifieke uitspraak van een bekende auteur, maar eerder een deel van de volkswijsheid en tradities die in de loop der tijd zijn doorgegeven. Culturele Context: Het is een voorbeeld van hoe mensen in het verleden hun leven en werkzaamheden afstemden op de seizoenen en de natuur. Conclusie: Deze spreuk weerspiegelt de verbinding tussen religie, natuur en agrarische activiteiten, en benadrukt de cyclicaliteit van het leven in de natuur. 🌳✨

3. Sint Sebastiaan (20 januari), die ’t were maakt, doet het vriezen dat het kraakt.

Foto: Izzy Park. Betekenis: Inhoud: De spreuk verwijst naar de weersomstandigheden rond de feestdag van Sint Sebastiaan, die op 20 januari wordt gevierd. Interpretatie: Het suggereert dat de koude en winterse weersomstandigheden rond deze tijd van het jaar zo scherp zijn dat ze als het ware “kraakt”. Dit kan worden geïnterpreteerd als een waarschuwing voor de strenge winterse omstandigheden die vaak rond deze datum verwacht worden. Oorsprong: Historische Context: Sint Sebastiaan is een martelaar uit de vroege christelijke tijd, die vaak wordt afgebeeld als een symbool van doorzettingsvermogen en kracht. De spreuk is waarschijnlijk ontstaan in de Nederlandse of Vlaamsche folklore, waar het weer en de seizoenen vaak in verband worden gebracht met heiligen. Auteur: Onbekende Auteur: De specifieke auteur van deze spreuk is niet bekend. Het is een traditioneel gezegde dat door de jaren heen is doorgegeven in de volksmond. Extra Informatie: Sint Sebastiaan: Geboren in de 3e eeuw in Rome. Wordt vaak afgebeeld met pijlen, wat verwijst naar zijn martelaarschap. Weer en Folklore: Veel volkswijsheden zijn verbonden met heiligen en weersomstandigheden, wat de relatie tussen religie en de natuur weerspiegelt. 🔍 Conclusie: De spreuk over Sint Sebastiaan is een mooi voorbeeld van hoe folklore en traditie samenkomen in de beschrijving van seizoensgebonden fenomenen. Het draagt bij aan de culturele rijkdom van de regio’s waar het wordt gebruikt.

4. St. Bastje (20 januari) is een hard gastje.

Foto: Bob Canning. Betekenis: St. Bastje refereert aan de heilige Sint Sebastianus, die op 20 januari wordt gevierd. De uitdrukking “is een hard gastje” suggereert dat het weer rond deze datum vaak streng of koud kan zijn. Het geeft aan dat deze periode vaak gekenmerkt wordt door winterse omstandigheden. Oorsprong: De oorsprong van deze weerspreuk ligt in de traditionele weersvoorspellingen die gebaseerd zijn op de dagen van de heiligen. Veel van deze spreuken zijn ontstaan uit de observaties van boeren en mensen die afhankelijk waren van het weer voor hun levensonderhoud. Auteur: Het is moeilijk om een specifieke auteur aan deze spreuk toe te schrijven, aangezien het gaat om een volkswijsheid die door de jaren heen is doorgegeven. Dergelijke weerspreuken zijn vaak anoniem en maken deel uit van de folklore en traditie van een regio. Conclusie: St. Bastje is een weerspreuk die de vaak strenge winterse omstandigheden rond 20 januari beschrijft. Het is een voorbeeld van hoe mensen in het verleden het weer probeerden te voorspellen op basis van de kalender en heiligen. 🌨️❄️

5. Met St. Sebastiaan (20 januari) komt de winter aan, of hij is gedaan.

Foto: Yang Shuo. Betekenis: Inhoud: Deze spreuk geeft aan dat de winter rond de datum van 20 januari, de feestdag van St. Sebastiaan, zijn piek bereikt of juist ten einde loopt. Interpretatie: Als het op of rond deze datum winterse weersomstandigheden zijn, kan men verwachten dat de winter zijn hoogtepunt heeft bereikt. Als het weer mild is, kan dat erop wijzen dat de winter snel voorbij is. Oorsprong: Historische context: De spreuk is geworteld in de traditionele agrarische samenleving, waar mensen afhankelijk waren van seizoensgebonden weersomstandigheden voor hun levensonderhoud. St. Sebastiaan: De feestdag van St. Sebastiaan wordt op 20 januari gevierd en markeert een tijd van het jaar waarin de winterse kou vaak het meest voelbaar is. Auteur: Anoniem: De auteur van deze specifieke weerspreuk is onbekend. Dit soort volkswijsheden zijn vaak overgeleverd via mondelinge traditie en zijn dus moeilijk toe te schrijven aan een specifieke schrijver. Extra Informatie: Gebruik: Dit soort spreuken werden vaak gebruikt door boeren en landarbeiders om hun werkzaamheden en verwachtingen van het weer te plannen. Cultuur: Weerspreuken zijn een belangrijk onderdeel van de folklore en weersvoorspellingen in veel culturen, waarbij ze lokale kennis en ervaringen overdragen. Conclusie: Deze weerspreuk biedt een interessante kijk op de manier waarop mensen in het verleden omgingen met de seizoenen en weersomstandigheden, en blijft relevant voor diegenen die geïnteresseerd zijn in traditionele kennis van het weer. 🌨️

6. Sebastiaan (20 januari) was geen kniezer, maar blijft een grote vriezer.

Foto: Kirill Pershin. Betekenis: Inhoud: De weerspreuk zegt dat de dag van Sebastiaan (20 januari) geen koude of natte dag is, maar dat de winter alsnog zijn grip op de natuur behoudt. Interpretatie: De uitdrukking “geen kniezer” betekent dat het weer niet extreem koud of guur is, terwijl “blijft een grote vriezer” aangeeft dat de winterse kou nog steeds aanwezig is. Oorsprong: Datum: Deze spreuk is specifiek gericht op de datum van 20 januari, die valt in het hart van de winter in Nederland en België. Traditie: Deze spreuk komt voort uit de folklore en weersvoorspellingen die vaak zijn gebaseerd op observaties van de natuur en de seizoenen. Auteur: Auteurschap: De specifieke auteur van deze spreuk is niet bekend, aangezien het een volkswijsheid is die door de jaren heen is overgeleverd en vaak niet aan één enkele persoon kan worden toegeschreven.

7. Met St. Sebastiaan (20 januari) komen de harde koppen aan.

Foto: Aaron Burden.  Betekenis: Harde Koppen: De uitdrukking verwijst naar de strenge winterse omstandigheden die vaak rond deze tijd van het jaar optreden. Het idee is dat de kou en de winterse neerslag in de periode rond 20 januari (de feestdag van St. Sebastiaan) vaak intensiever worden. Seizoensgebonden Verandering: Deze spreuk suggereert dat na deze datum de winterseriositeit kan aanbreken, met kouder weer en mogelijk sneeuw. Oorsprong: St. Sebastiaan: Deze heilige wordt vaak geassocieerd met de winterse omstandigheden in de folklore. Zijn feestdag op 20 januari valt midden in de winter, wat de link naar koude en stevige weersomstandigheden versterkt. Traditionele Weerspreuken: De spreuk is een voorbeeld van hoe mensen in het verleden de natuur en seizoenen observeerden en hun kennis vertaalden in eenvoudige uitspraken om het weer te voorspellen. Auteur: Anonieme Oorsprong: Zoals veel weerspreuken is de exacte oorsprong vaak onbekend en zijn ze door de jaren heen doorgegeven in de orale traditie. Ze zijn vaak een samensmelting van lokale folklore en agrarische wijsheid. Conclusie: Deze weerspreuk is een reflectie van de menselijke interactie met de natuur en biedt inzicht in hoe onze voorouders het weer probeerden te begrijpen en te voorspellen. 🌨️❄️

8. In januari muggendans, op vorst in de meimaand nog kans.

Foto: woonschrift.nl. Betekenis: Interpretatie: Deze weerspreuk suggereert dat als er in januari veel muggen zijn (wat ongebruikelijk is, gezien het koude weer), dit kan wijzen op een milde winter. De tweede helft van de spreuk geeft aan dat er in mei nog kans is op vorst, ondanks dat het al lente is. Dit kan duiden op onvoorspelbaar weer in het voorjaar. Oorsprong: Traditie: Weerspreuken zijn vaak gebaseerd op observaties van de natuur en de weersomstandigheden door de jaren heen. Deze specifieke spreuk is waarschijnlijk ontstaan in het Nederlands taalgebied, waar men afhankelijk was van de natuur om het weer te voorspellen. Auteur: Anoniem: De meeste weerspreuken, waaronder deze, zijn anoniem. Ze zijn vaak door de eeuwen heen doorgegeven binnen de volkscultuur en hebben geen specifieke auteur. Extra Informatie: Gebruik van Weerspreuken: Weerspreuken worden vaak gebruikt in de landbouw en tuinbouw om te anticiperen op weersomstandigheden. Ze zijn een onderdeel van de folklore en weerspiegelen de relatie tussen mensen en hun omgeving. Conclusie:  Deze spreuk biedt inzicht in de seizoensgebonden veranderingen en weersvoorspellingen, en is een mooi voorbeeld van hoe de natuur werd bestudeerd en begrepen in vroegere tijden. 🌱🌦️

9. St. Fabiaan (20 januari) en St. Sebastiaan (20 januari) doen het sap in de bomen gaan.

Foto: Raymond Culbertson. Betekenis: Sap in de bomen: De weerspreuk verwijst naar het begin van de lente en de groei van bomen. Op 20 januari, de feestdag van St. Fabiaan en St. Sebastiaan, wordt er vaak gedacht dat de natuur weer tot leven komt. Symboliek: Deze dag markeert een keerpunt waarin de dagen langer worden en de kans op vorst afneemt, wat essentieel is voor de groei van planten en bomen. Oorsprong: Traditie: Deze weerspreuk komt uit de volkscultuur en weerspiegelt de kennis en observaties van boeren en natuurkenners. Het is een manier om seizoensveranderingen te duiden. Heiligen: St. Fabiaan en St. Sebastiaan zijn beide christelijke martelaren. Hun feestdag op 20 januari heeft ook een religieuze betekenis, maar in dit geval is de focus meer op de seizoensgebonden veranderingen. Auteur: Anoniem: De oorsprong van deze specifieke weerspreuk is niet te herleiden naar een enkele auteur. Het is een deel van de mondelinge traditie die door de jaren heen is doorgegeven binnen de gemeenschap. Conclusie:  De weerspreuk over St. Fabiaan en St. Sebastiaan weerspiegelt de verbondenheid van mensen met de natuur en de cycli van het leven. Het benadrukt de hoop op nieuwe groei en leven na de winter. 🌳✨

Door Pieter

Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa. Spiritueel, echter niet religieus. Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten. Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *