Nederlandse en Vlaamse maand -weerspreuken in beeld
21 maart
1. Met zuidenwind op Sint Benooi (21 maart), neemt het weer een goede plooi.
Foto: manfred richter. Betekenis 🌬️: De weerspreuk voorspelt dat als op 21 maart, de naamdag van Sint Benooi (ook bekend als Sint Benedictus van Nursia), een zuidenwind waait, het weer zich daarna gunstig zal ontwikkelen. “Neemt het weer een goede plooi” betekent dat we goed, stabiel en waarschijnlijk warmer weer kunnen verwachten voor de komende periode, vaak met het oog op het voorjaar en de landbouw. Zuidenwind wordt in de lente vaak geassocieerd met aanvoer van warmere luchtmassa’s. 📜 Oorsprong:Volkswijsheid en Boerenregels: Deze spreuk behoort tot de categorie van boerenwijsheden of volksweerkunde. Vroeger, toen het weer van cruciaal belang was voor de landbouw en het dagelijks leven, observeerden mensen de natuur en specifieke dagen zeer nauwkeurig om patronen te herkennen. Deze observaties werden doorgegeven in de vorm van rijmende spreuken, zodat ze gemakkelijk te onthouden waren. Sint-Benedictus (Sint Benooi): De keuze voor 21 maart is niet willekeurig. Het is de traditionele feestdag van Sint Benedictus van Nursia, de stichter van de Benedictijner orde en een belangrijke heilige in het christendom. Veel weerspreuken zijn gekoppeld aan heiligenkalenders, omdat dit vaste, gemakkelijk te onthouden datums in het jaar waren. Sint Benedictus is ook bekend als beschermheilige tegen hekserij en toverij, maar in de context van het weer is zijn naamdag waarschijnlijk vooral een markeringspunt in het vroege voorjaar. Seizoensovergang: 21 maart valt ook ruwweg samen met de astronomische lente (lente-equinox), wat een belangrijke periode is voor weersveranderingen. Het moment waarop de dagen langer worden dan de nachten en de natuur ontwaakt, was een logisch ijkpunt voor weersvoorspellingen. ✍️ Auteur: Net als de meeste volksspreuken heeft deze weerspreuk geen specifieke, bekende auteur. Het is ontstaan door: Generaties van Observatie: De spreuk is waarschijnlijk organisch gegroeid uit eeuwenlange observaties van het weer door boeren en plattelandsbewoners in de Lage Landen (Nederland en Vlaanderen). Mondelinge Overlevering: Dergelijke spreuken werden mondeling doorgegeven van generatie op generatie, waarbij kleine variaties in formulering konden ontstaan. Het is dus een collectief erfgoed, een product van culturele en agrarische geschiedenis, in plaats van het werk van één individu.
2. Op Sint Benedictus (21 maart) de wind in het noorden, dan staat hij daar zes weken.
Betekenis 🌬️: Deze weerspreuk voorspelt dat als de wind op 21 maart (Sint-Benedictusdag) uit het noorden komt, deze windrichting de komende zes weken dominant zal blijven. Een noordenwind brengt in het voorjaar vaak koud en droog weer met zich mee, dus de spreuk impliceert een langere periode van dit type weer. Oorsprong 🌍: Weerspreuken zoals deze hebben hun oorsprong in eeuwenoude observaties van het weer en de natuur, vaak gekoppeld aan belangrijke religieuze feestdagen of heiligen. Vóór de komst van moderne meteorologische voorspellingen waren boeren en plattelandsbewoners sterk afhankelijk van dergelijke vuistregels om hun landbouwactiviteiten en dagelijks leven te plannen. Heiligenkalender: Veel weerspreuken zijn gekoppeld aan de heiligenkalender, omdat dit vaste data in het jaar waren die iedereen kende. Sint-Benedictusdag op 21 maart valt rond het begin van de lente, een cruciale periode voor zaaien en groeien. Volkswijsheid: De spreuk is een voorbeeld van volkswijsheid, doorgegeven van generatie op generatie, vaak mondeling. Ze ontstonden uit de behoefte om patronen te herkennen in het vaak onvoorspelbare weer. Empirische observatie: Hoewel niet wetenschappelijk bewezen in de moderne zin, zijn deze spreuken vaak gebaseerd op langdurige empirische observaties. Mensen merkten door de jaren heen op dat bepaalde weersomstandigheden op specifieke dagen vaak gevolgd werden door vergelijkbare omstandigheden. Auteur 👤: Het is vrijwel onmogelijk om één specifieke auteur toe te wijzen aan deze weerspreuk. Weerspreuken zijn zelden het werk van één persoon. Ze ontstaan organisch binnen een gemeenschap en evolueren vaak door de tijd heen. Ze zijn een collectieve uiting van kennis en ervaring, verankerd in de lokale cultuur en het klimaat. Anoniem: Net als veel spreekwoorden en gezegden, zijn de auteurs van weerspreuken anoniem. Ze zijn deel van het culturele erfgoed en behoren toe aan de volkscultuur. Regionale variaties: Vaak bestaan er lichte variaties op dit soort spreuken, afhankelijk van de regio of het dialect, wat verder bijdraagt aan het idee van een collectieve en evoluerende oorsprong. Kortom, de spreuk is een fascinerend stukje volkswijsheid dat de verbinding tussen mens, natuur en traditie benadrukt.
3. Op lentedag de wind in noord, blaast hij nog zeven weken voort.
Betekenis 🌬️: De weerspreuk “Op lentedag de wind in noord, blaast hij nog zeven weken voort” is een traditionele volkswijsheid die een voorspelling doet over het weer. Lentedag: Hiermee wordt de lente-equinox bedoeld, de dag waarop de lente astronomisch begint. Dit is meestal rond 20 of 21 maart. Wind in noord: Als op die specifieke dag de wind uit het noorden waait. Blaast hij nog zeven weken voort: Dan zou die noordenwind, of in ieder geval koud en onbestendig weer (dat vaak gepaard gaat met noordenwinden), nog zeven weken aanhouden. De kern van de spreuk is dus dat een koude start van de lente met noordenwind een lange periode van koud of onbestendig weer voorspelt. Oorsprong 📜: De oorsprong van dit soort weerspreuken ligt diep geworteld in de agrarische samenlevingen van vroeger. Mensen waren extreem afhankelijk van het weer voor hun oogsten en levensonderhoud. Observatie: Door eeuwenlange observatie van natuurverschijnselen en weerspatronen werden verbanden gelegd. Men probeerde het complexe weer te begrijpen en te voorspellen, vaak door middel van eenvoudige rijmende zinnen die gemakkelijk te onthouden en door te geven waren. Boerenwijsheid: Dit soort spreuken behoort tot de categorie ‘boerenwijsheid’ of ‘volksweerkunde’. Ze zijn vaak regionaal gebonden en kunnen kleine variaties hebben. Het is belangrijk te weten dat deze spreuken niet wetenschappelijk bewezen zijn. Ze zijn gebaseerd op empirische waarnemingen van vele generaties. Toch blijven ze een charmant onderdeel van ons cultureel erfgoed. Auteur 👤: Het is vrijwel onmogelijk om een specifieke auteur toe te wijzen aan deze weerspreuk. Anoniem en Collectief: Weerspreuken zoals deze zijn zelden het werk van één persoon. Ze ontstaan organisch binnen een gemeenschap en worden mondeling overgeleverd, vaak generatie op generatie. Iemand heeft het misschien ooit voor het eerst zo geformuleerd, maar die persoon is allang vergeten. Volksbezit: Het zijn typische voorbeelden van volksgedichten of volksgezegden die ‘volksbezit’ zijn geworden. Ze evolueren soms lichtjes in formulering door de tijd heen en de exacte oorspronkelijke vorm kan verloren zijn gegaan. Dus, helaas kunnen we geen naam plakken op de bedenker van deze mooie oude weerspreuk!
4. 21 maart, het begin van de lente, dan is het niet altijd rijst met krenten.
Foto: The Dutch Table. Betekenis 🌸: De weerspreuk betekent dat hoewel 21 maart de officiële start van de lente markeert (de lente-equinox), dit niet automatisch betekent dat het weer direct mild en zonnig zal zijn. De uitdrukking “rijst met krenten” staat hier metaforisch voor iets aangenaams, een traktatie of iets wat je verwacht en lekker vindt. De toevoeging “dan is het niet altijd rijst met krenten” betekent dus dat je niet altijd het verwachte, mooie lenteweer hoeft te verwachten. Het weer kan dan nog steeds koud, nat of wisselvallig zijn. Het is een waarschuwing dat de lente vaak geleidelijk begint en dat de winterse invloeden nog lang kunnen aanhouden. 🕰️ Oorsprong en Auteur: De oorsprong en de specifieke auteur van de meeste traditionele weerspreuken zijn vaak moeilijk te achterhalen. Ze zijn meestal mondeling overgeleverd en in de loop der tijd ontstaan door observaties van het weer door boeren en mensen die nauw verbonden waren met de natuur. Mondelinge Overlevering: Weerspreuken zijn vaak een vorm van volkswijsheid, ontstaan door generaties van observaties en ervaringen. Ze werden doorgegeven van ouder op kind en van generatie op generatie. Geen Specifieke Auteur: Het is zeer onwaarschijnlijk dat er één specifieke auteur is van deze weerspreuk. Dergelijke spreuken zijn zelden afkomstig van een individu, maar eerder een collectieve creatie van de gemeenschap. Context van het platteland: Veel weerspreuken zijn ontstaan in agrarische gemeenschappen, waar het weer van cruciaal belang was voor het succes van de oogst en het dagelijks leven. De datum 21 maart, de lente-equinox, was een belangrijk moment in de jaarcyclus. “Rijst met krenten” als volksgerecht: “Rijst met krenten” (of rozijnen) was vroeger een vrij gewoon, maar wel lekker en voedzaam gerecht, soms gegeten als traktatie of op bijzondere dagen. Het symboliseert hier dus iets wat positief en gewenst is. 🌬️ Gelijkenissen met andere weerspreuken: Deze spreuk past goed in de categorie van weerspreuken die waarschuwen voor te vroege optimisme over het weer. Denk aan: “Maart roert zijn staart.” (Wat duidt op het wisselvallige karakter van maart). “Aprilleke zoet, geeft nog weleens een witte hoed.” (April kan nog vorst en sneeuw brengen). Kortom, de spreuk is een charmante herinnering dat de natuur haar eigen gang gaat, ongeacht de kalenderdatum, en dat je niet altijd direct het beste weer kunt verwachten aan het begin van de lente. 🍚
5. Wind uit noord op Sinte Benut (21 maart), ge zijt voor zeven weken gekluut.
Foto: Miss Suki. 🌬️ Betekenis:“Wind uit noord op Sinte Benut (21 maart)”: Dit deel van de spreuk verwijst naar de weersomstandigheden op een specifieke datum, 21 maart. “Sinte Benut” is een verbastering van de heilige Benedictus van Nursia, wiens feestdag op 21 maart valt. De spreuk stelt dat de windrichting op die dag bepalend is voor het weer in de nabije toekomst. “ge zijt voor zeven weken gekluut”: “Gekluut” betekent hier vastzitten, belemmerd zijn, of dat iets aanhoudt. In de context van het weer betekent het dat de koude, noordelijke wind die op 21 maart waait, gedurende de daaropvolgende zeven weken zal aanhouden, wat dus een lange periode van koud en guur lenteweer voorspelt. Samengevat: Als de wind op 21 maart uit het noorden komt, kun je nog zeven weken lang koud lenteweer verwachten. 📜 Oorsprong: De oorsprong van dergelijke weerspreuken ligt diep geworteld in de volkscultuur en mondelinge overlevering. Observatie en Ervaring: Boeren en mensen die afhankelijk waren van het weer voor hun levensonderhoud, observeerden generaties lang de natuur en probeerden patronen te herkennen. Deze observaties werden doorgegeven in de vorm van korte, makkelijk te onthouden rijmpjes of spreuken. Heiligenkalender: Veel weerspreuken zijn gekoppeld aan specifieke heiligenfeesten. Dit komt doordat de heiligenkalender een vaste structuur bood in het jaar, wat handig was voor mensen zonder moderne kalenders. Sint Benedictus (21 maart) markeert ook de nabijheid van het begin van de lente (lente-equinox). Regionale Variatie: Hoewel de strekking vaak universeel is, kunnen de exacte formulering en de genoemde heiligen per regio enigszins verschillen. Deze specifieke spreuk klinkt vrij Nederlands of Vlaams. ✍️ Auteur: Het is vrijwel onmogelijk om een specifieke auteur aan te wijzen voor deze weerspreuk. Dit komt door de aard van volkswijsheden: Collectief Bezit: Weerspreuken zijn het product van collectieve observatie en traditie, niet van één individu. Ze zijn organisch gegroeid en door de eeuwen heen mondeling overgeleverd en mogelijk licht aangepast. Anoniem: De makers van dergelijke spreuken waren vaak anonieme individuen uit het volk die hun kennis en ervaring wilden delen. Ze werden niet opgeschreven met een auteursvermelding, maar verspreid via verhalen en gesprekken. 🖼️ Een voorstelling van de spreuk: Stel je eens een winderige lentedag voor, precies op 21 maart, met de wind uit het noorden. Het voelt nog koud aan, en de natuur lijkt te bevestigen dat de winter nog niet helemaal is verdwenen.
Maandspreuken maart:
6. Maart brengt briesjes luid en schel, ontroert de dansende narcis.
Foto: Louisem.com. 🌬️ Betekenis: Deze regels beschrijven levendig de karakteristieken van de maand maart. “Maart brengt briesjes luid en schel”: Dit verwijst naar de vaak krachtige, koude en soms stormachtige winden die typisch zijn voor de vroege lente. Maart staat bekend om zijn onvoorspelbare weer, waarbij frisse, doordringende windvlagen niet ongewoon zijn. “Luid en schel” benadrukt de hoorbare en soms snijdende aard van deze briesjes. “ontroert de dansende narcis”: Hier wordt de impact van die wind op de natuur beschreven. De narcis is een van de eerste bloemen die in het voorjaar verschijnen, vaak in maart. De wind laat de delicate bloemen en stelen bewegen, waardoor het lijkt alsof ze “dansen”. Dit is een poëtische en mooie beeldspraak die de kwetsbaarheid van de vroege voorjaarsbloeiers contrasteert met de kracht van de maartse wind. Het ‘ontroeren’ kan ook een gevoel van emotie oproepen, alsof de wind de narcis tot leven wekt na de winterrust. Samen schetsen de regels een beeld van een maartmaand die zowel dynamisch en krachtig is (de wind) als teder en hoopvol (de opkomende narcissen). Het vangt de essentie van de overgang van winter naar lente. 📝 Oorsprong: Deze regels komen uit het gedicht “The Months”, ook bekend als “The Garden Year”, van Sara Coleridge. Gedicht: “The Months” is een didactisch gedicht dat elke maand van het jaar beschrijft, gericht op jonge lezers. Het combineert natuurwaarnemingen met eenvoudige, pakkende rijmen, ideaal om kinderen kennis te laten maken met de seizoenen en de veranderingen in de natuur. Context in het gedicht: Elk couplet van het gedicht is gewijd aan een specifieke maand. Het couplet over maart luidt (in de originele Engelse versie): “March brings breezes loud and shrill, Stirring the dancing daffodil.” Deze Nederlandse vertaling (“Maart brengt briesjes luid en schel, ontroert de dansende narcis”) is een zeer accurate en poëtische weergave van deze originele regels. ✍️ Auteur:Sara Coleridge (1802-1852). Achtergrond: Sara Coleridge was een Engelse schrijfster en dichteres, en de enige dochter van de beroemde romantische dichter Samuel Taylor Coleridge (bekend van “The Rime of the Ancient Mariner” en “Kubla Khan”). Ze groeide op in een intellectuele omgeving en was zelf uitzonderlijk getalenteerd. Werk: Naast “The Months” schreef ze ook de populaire sprookjesroman “Phantasmion” en een reeks essays en kritieken. Ze was ook een ijverige redacteur van de werken van haar vader en broer. Invloed: Hoewel haar werk misschien minder bekend is dan dat van haar vader, droeg Sara Coleridge aanzienlijk bij aan de literatuur van haar tijd, vooral voor kinderen. Haar gedichten zoals “The Months” zijn geliefd om hun eenvoud, charme en treffende beschrijvingen van de natuur. Conclusie: Deze specifieke weerspreuk is dus geen traditionele volksspreuk, maar een prachtige poëtische beschrijving van de maand maart, gecreëerd door de getalenteerde Sara Coleridge, die door de jaren heen populair is gebleven vanwege zijn treffende beeldspraak en ritme.
7. Binnen of buiten, niemand ontspant in maart, die maand van wind en belastingen, de wind zal weldra verdwijnen, de belastingen duren ons het hele jaar.
Foto: Jose Pena. Betekenis: Dit gezegde wijst op het feit dat maart vaak een turbulente maand is, gekenmerkt door zowel onvoorspelbaar weer (wind) als de jaarlijkse belastingverplichtingen. Het suggereert dat hoewel de wind uiteindelijk zal gaan liggen, de last van belastingen gedurende het hele jaar voelbaar blijft. Oorsprong: Het gezegde wordt toegeschreven aan Ogden Nash, een bekende Amerikaanse dichter en humorist die leefde van 1902 tot 1971. Nash stond bekend om zijn gevatte en humoristische gedichten, vaak met een maatschappijkritische ondertoon. Auteur:Ogden Nash (1902-1971) was een Amerikaanse dichter en humorist, geboren in Rye, New York. Hij studeerde aan de Harvard University en werkte later als copywriter en redacteur voordat hij zich fulltime op het schrijven van poëzie toelegde. Nash publiceerde talloze dichtbundels en zijn werk verscheen in tijdschriften als The New Yorker. Hij stond bekend om zijn unieke stijl, gekenmerkt door onverwachte wendingen, grappige rijmpjes en een scherpe blik op de menselijke natuur. Conclusie: Het gezegde “Binnen of buiten, niemand ontspant in maart, die maand van wind en belastingen, de wind zal weldra verdwijnen, de belastingen duren ons het hele jaar” is een humoristische en gevatte observatie van Ogden Nash over de uitdagingen van de maand maart, zowel meteorologisch als financieel.
8. Winden van maart, wij heten u welkom, er is werk voor u te doen. Werk en speel en blaas de hele dag. Blaas de winterwind weg.
Betekenis: Dit gezegde verwelkomt de lente en de warmere dagen. De “winden van maart” symboliseren de kracht en vitaliteit van het nieuwe seizoen, en het “werk” dat ze te doen hebben is het wegblazen van de winter. Het is een viering van de verandering en de vernieuwing die de lente met zich meebrengt. Oorsprong: De precieze oorsprong van dit gezegde is onbekend. Het is waarschijnlijk een volksgezegde dat al eeuwenlang wordt gebruikt om de komst van de lente te vieren. Auteur: Er is geen bekende auteur van dit gezegde. Het is waarschijnlijk een anoniem volksgezegde dat door de jaren heen is doorgegeven.
Door Pieter
Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa.
Spiritueel, echter niet religieus.
Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten.
Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).