Nederlandse en Vlaamse maand -weerspreuken in beeld
1 maart
Maart
De derde maand van het jaar in de Gregoriaanse kalender en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de oude Romeinse tijd.
Oorsprong en naam
De naam “maart” is afgeleid van het Latijnse “Martius”, vernoemd naar Mars, de Romeinse god van de oorlog. In de oorspronkelijke Romeinse kalender was maart zelfs de eerste maand van het jaar, omdat dit de tijd was dat de militaire campagnes weer begonnen na de winter. Deze traditie hield aan totdat keizer Julius Caesar in 46 v.Chr. de kalenderhervorming doorvoerde.
Lentemaand
Maart wordt vaak beschouwd als de echte begin van de lente, hoewel de astronomische lente officieel begint rond 20 of 21 maart (de lente-equinox). In deze maand begint de natuur echt tot leven te komen na de wintermaanden. Bomen krijgen nieuwe knoppen, de eerste lentebloemen zoals krokussen en narcissen bloeien, en de dagen worden merkbaar langer.
Culturele betekenis
In Nederland kennen we verschillende uitdrukkingen die verband houden met maart, zoals “maart roert zijn staart” – verwijzend naar het vaak grillige weer in deze maand, met afwisselend zon, regen, hagel en soms zelfs nog sneeuw. Dit wisselvallige karakter wordt veroorzaakt doordat koude lucht uit het noorden botst met warmere lucht uit het zuiden.
Tradities en feesten
Maart kent ook verschillende belangrijke momenten, zoals de overgang naar zomertijd (laatste zondag van maart in Europa), en vaak valt ook Pasen in deze maand. Voor tuiniers is maart traditiegetrouw de maand om te beginnen met het voorbereiden van de tuin op het nieuwe seizoen.
De maand symboliseert dus hernieuwing, groei en de overgang van de donkere winterperiode naar het lichtere voorjaar.
Hallo maart!
Foto door Kate Clark
2. Als het weder is van goede zin, trekt de kou nu z’n staartje in, en ’s morgens reeds de eerste meert, zegt men welkom aan de kwiksteert.
Foto: vroegevogels.bnnvara. Betekenis 🌦️: Als het weer “goede zin” heeft (dus zachter en vriendelijker wordt), dan trekt de kou zich terug (“de kou trekt z’n staartje in”), en als het ’s morgens al begin maart-achtig aanvoelt (“de eerste meert”), dan kun je de “kwikstaart verwelkomen”: een teken dat de lente eraan komt. 🐦🌱 🔎 Woord-voor-woord: “weder” = oude spelling voor “weer”; “meert” = archaïsche / regionale vorm van “maart”; “kwiksteert” = (meestal) de “witte kwikstaart” (Motacilla alba), een vogel die vaak als vroege lentebode geldt. 🐦 Achterliggende gedachte (waarom juist de kwikstaart?): De “(witte) kwikstaart” wordt traditioneel gezien als een “lentebode”. In de Lage Landenwordt hij in (late) winter en vroege lente vaker weer opgemerkt (deels door trek/terugkeer, deels doordat vogels actiever en zichtbaarder worden bij zachter weer). De spreuk koppelt dus zacht, “goedgezind” weer aan het verschijnen van een typische voorjaarsvogel. 📜 Oorsprong (folklore, kalenderwijsheid): Dit type rijm is typisch voor: volksweerkunde (boerenwijsheid); weerspreuken in (boeren)almanakken en kalenders; regionale taalvarianten (zoals “meert”) die je veel ziet in oudere, Zuid-Nederlandse/Vlaamse traditie. Kern: het is vrijwel zeker een traditionele volksweerspreuk die mondeling en via almanakken/citaten is doorgegeven, niet een “modern” bedacht gezegde. ✍️ Auteur ✅ : Meest waarschijnlijke en correcte toeschrijving: Geen individuele auteur met zekerheid aan te wijzen. Dit is anonim(e) volksliteratuur: een weerspreuk/rijm dat in omloop was en in varianten is doorgegeven. ℹ️ Waarom geen naam? Weerspreuken circuleren vaak decennialang of eeuwenlang mondeling. Bij publicatie in almanakken worden ze meestal zonder auteur opgenomen of later verzameld door folkloristen (zonder dat de “maker” bekend is).
3. Regent het met Sint Albinus (1 maart) dat het giet, dan doet de boer dat veel verdriet.
Foto: Sid Ali. Betekenis🌧️ ✅ 🌾: Als het op 1 maart (Sint-Albinusdag) hard en aanhoudend “regent”, dan voorspelt dat volgens de spreuk een ongunstig voorjaar voor de landbouw. Het “verdriet” van de boer slaat vooral op: te natte akkers → later kunnen ploegen/zaaien; kans op rotting/schimmel bij gewassen en wintervoorraad; slechte start van het groeiseizoen (maart = begin van het werk op het land). Kortom: veel regen rond begin maart = slecht teken voor de boer.📜 Oorsprong: Dit is een typische “heiligen-/kalenderspreuk”: In (middeleeuws en vroegmodern) West-Europa werden “feestdagen van heiligen” gebruikt als “vaste ankerpunten” in het jaar om weer en seizoensverloop te “duiden”. Zulke spreuken horen bij wat ook wel “volksmeteorologie” heet: weerswijsheden op basis van langdurige observatie, traditie en ritme van het landbouwjaar. Sint Albinus (1 maart) verwijst vrijwel zeker naar Sint Albinus van Angers († 550), een Franse bisschop wiens feestdag op 1 maart valt en in de kerkelijke kalender in grote delen van Europa bekend was. ✍️ Auteur:Geen individuele auteur bekend. Dit type weerspreuk is “anoniem volksgoed”: ontstaan en doorgegeven via mondelinge traditie; later opgetekend in verzamelingen van spreekwoorden/weerspreuken. 📌 Je kunt dus wél zeggen: “overgeleverde volksweerspreuk”, maar niet: “geschreven door persoon X”. 🔎 Extra context / kanttekening: Veel van deze spreuken zijn “rijmend” gemaakt (“giet / verdriet”) om ze makkelijk te onthouden. Ze geven vaak inzicht in: landbouwpraktijk; seizoensverwachtingen; culturele kalender (heiligendagen).
4. Sint Albijn (1 maart) verandert suiker in azijn. ( maart kan heel veranderlijk zijn).
Foto: Đông Viễn. Betekenis 🌦️ 🧠 : “Suiker” staat voor “zacht, aangenaam weer” (of een gunstige start van de lente). “Azijn” staat voor “guur, koud, nat of onstuimig weer”. De spreuk wil zeggen: rond 1 maart kan het weer “plots omslaan”; wat lenteachtig begint, kan snel weer “winterachtig” worden. Kortom: reken in maart niet op stabiel weer. 📜 Oorsprong: Dit type spreuken hoort bij de “heiligen-/kalenderspreuken”: volkswijsheden die het weer koppelen aan “naamdagen” in de (kerkelijke) kalender. “Sint Albijn” verwijst vrijwel zeker naar “Sint Albinus van Angers” (Frankrijk), een 6e-eeuwse bisschop. Zijn feestdag is 1 maart in de traditionele katholieke kalender. De formulering “suiker in azijn” is een beeldspraak die je vaker ziet in volkscultuur: iets “zoets” dat “zuur” wordt = snelle verslechtering. Belangrijk: de spreuk is typisch “volksmeteorologie” (ervaring + traditie), geen wetenschappelijke voorspelling. 👤 Auteur: Geen individuele auteur bekend. Weerspreuken zoals deze zijn bijna altijd: anoniem, mondeling doorgegeven, regionaal verspreid (Vlaanderen/Nederland, soms met varianten). Ze zijn later vaak opgetekend door verzamelaars van spreekwoorden en volkskunde, maar dat maakt die verzamelaar niet de “auteur”.
5. Een goede maart, is niet veel waard.
Foto: Dapur Melodi. Betekenis 🗣️ ✅ : Een mooie / zachte / droge maart (dus “goed weer” voor mensen) is volgens de spreuk geen goed teken. Zo’n “goede” maart zou vaak samengaan met: te vroeg voorjaar → gewassen / bloesem lopen uit en kunnen later door nachtvorst beschadigen; droogte in de bodem → minder gunstig voor het groeiseizoen; een jaar waarin het weer later juist ongunstig uitpakt voor landbouw en oogst. Kortom: wat prettig aanvoelt, is landbouwkundig niet per se gunstig.🌱🌦️ Waarom zei men dit? In de Lage Landen werd een “goede” maart vaak opgevat als te rustig en te warm. Traditioneel hoorde maart juist wisselvallig te zijn (kou, wind, buien): dat zou de natuur geleidelijk op gang brengen, de kans op late vorstschade verkleinen en de waterhuishouding (vocht in de grond) ondersteunen. 📜 Oorsprong: Dit type uitspraak komt uit agrarische volkswijsheid: weerspreuken werden gebruikt als vuistregels om het seizoen te duiden. De spreuk is onderdeel van een bredere traditie van Nederlandse/Vlaamse kalender- en weerspreuken rond maart (een “overgangsmaand”). Exacte eerste bron is meestal moeilijk vast te pinnen, omdat zulke spreuken: eeuwenlang mondeling zijn doorgegeven, later pas zijn opgeschreven in spreekwoorden- en volkskundige verzamelingen. 📚 ✍️ Auteur:Geen individuele auteur bekend. Het is een anonieme volksspreuk (collectief ontstaan en overgeleverd). 🔁 Verwante (maart-)spreuken “Maart roert zijn staart.” 🐭 → maart blijft verrassen met een staartje winter. “Als maart komt met aprilweer, dan verandert april het weer.” → vroeg “lenteweer” kan later worden ingehaald. “Een droge maart is goud waard.” (komt ook voor, soms streekgebonden en contextafhankelijk) → laat zien dat weerspreuken elkaar kunnen tegenspreken; ze zijn vooral ervaringsregels, geen natuurwetten.
6. Oh, maart, wat roert ge uw staart, elk is verkouden, hoest en kucht en snakt naar zoele, reine lucht.
Foto: cottonbro. Betekenis 📌 : maart is wispelturig. Ook al lijkt het lente te worden, er kan ineens weer koud, guur of winters weer terugkomen. In dit citaat wordt dat beeld uitgebreid: “elk is verkouden, hoest en kucht…” → het gure maartweer zorgt voor verkoudheden en luchtwegklachten “snakt naar zoele, reine lucht” → men verlangt naar zachte, frisse lentelucht.🌦️ Oorsprong: De kern is het al eeuwen bekende Nederlandse spreekwoord “Maart roert zijn staart”. “Staart” verwijst beeldend naar: het laatste stuk van de maand (eind maart kan nog venijnig zijn), én/of de maand die als het ware nog even “na-slaat” met kou, wind, hagel of sneeuw. Het spreekwoord past in een bredere Europese traditie van weerwijsheden over maart (vergelijkbaar met het Engelse “March comes in like a lion…”). ✍️ Oorsprong: De zin is geen “los” spreekwoord, maar een rijmende, literaire uitwerking van dat spreekwoord: “Oh, maart, wat roert ge uw staart, elk is verkouden, hoest en kucht en snakt naar zoele, reine lucht.” Door het gebruik van “ge” en de ritmiek is het duidelijk bedoeld als poëzie/rijm (Vlaams / Nederlands taalgevoel), niet als puur volksgezegde. 👤 Auteur: Deze rijmregel wordt meestal toegeschreven aan Guido Gezelle (1830–1899), de Vlaamse priester-dichter. In veel verzamelingen / citatenlijstjes circuleert het als een (Gezelle-)vers over maart, aansluitend bij zijn bekende natuur- en seizoenspoëzie. Nuance: zonder een exacte bronvermelding (boek/pagina) kan ik niet 100% garanderen uit welk gedicht/uitgave de regel letterlijk komt, omdat dit soort regels ook wel eens: licht gevarieerd worden door overlevering, of in schoolbundels/bloemlezingen in een aangepaste vorm terechtkomen.
Door Pieter
Mensenmens, zoon, echtgenoot, vader, opa.
Spiritueel, echter niet religieus.
Ik hou van golf, wandelen, lezen en de natuur in veel opzichten.
Onderzoeker, nieuwsgierig, geen fan van de mainstream media (MSM).